Volledig scherm
Slapende arbeiders in treincoupé, aquarel, 44,75 x 54,25 cm (uit collectie Museum Helmond). © Panorama Mesdag

Vergeten Rooise rasschilder toont klasse in Den Haag

SINT-OEDENRODE - Geboren en getogen in Sint-Oedenrode, als schilder tot bloei gekomen in Den Haag. Pieter de Josselin de Jong had heel groot kunnen worden, maar overleed jong. Panorama Mesdag eert die 'vergeten meester'.

Het is altijd een ramp als iemand op jonge leeftijd overlijdt, maar bij Pieter de Josselin de Jong, die stierf toen hij 44 was, kun je extra tandenknarsen: had hij maar wat langer... Dan was de Rooienaar zonder twijfel uitgegroeid tot een boegbeeld van de Nederlandse schilderkunst, op eenzelfde niveau als George Breitner of Jan Sluijters.

In Panorama Mesdag in Den Haag is nu een overzichtstentoonstelling te zien van de man met de chique dubbele achternaam, en dat strekt het museum tot eer, want nu kan iedereen ervaren wat voor goede kunstenaar de Brabander was. En dat de titel van de expositie Een vergeten meester uit de 19e eeuw raak gekozen is.

Zelfmoord
Geboren in 1861 in Sint-Oedenrode, in een heus slot: Emmaus. Vader is een gekend notaris in het dorp, moeder heeft de zorg voor zeven zoons; Pieter is de oudste. Tekenen wordt hem met de paplepel ingegoten en hij blijkt een natuurtalent. Gaat na de HBS naar de Tekenschool in Den Bosch. Hij krijgt er les van Pieter Slager, toch niet de minste; ook Antoon Derkinderen en Jan Sluijters behoren tot zijn studenten. Slager stuurt De Josselin de Jong al na een jaar naar de academie in Antwerpen. Daar heeft Slager zelf ook gestudeerd en dat lijkt hem een prima vervolgopleiding. Dat blijkt te kloppen, want de Brabander krijgt in 1881 een koninklijk stipendium dat hem in staat stelt om verder te gaan studeren aan de École des Beaux-Arts in Parijs. Dat is prettig, óók voor de familie thuis, want vader Daniël heeft - 55 jaar oud - zichzelf in januari 1881 in de Dommel geworpen en overlijdt. De kunstenaar-in-opleiding heeft vanaf dat moment de zorg voor de familie, want met de nalatenschap van ongeveer 4000 gulden kan niet heel veel worden gedaan. Moeder en vier kinderen verhuizen naar Rotterdam.

Levende meesters
De Josselin de Jong verruilt intussen Parijs voor Den Haag en maakt indruk met het doek Het smeekschrift dat hij instuurt voor de tentoonstelling Levende meesters in Gent. Het grote, zeer klassiek ogende doek (133 x 187) wordt onmiddellijk aangekocht door de gemeente Gent.

De Brabantse Hagenaar wil zich graag toeleggen op historiestukken - verbeeldingen van een bijbels, historisch of literair tafereel - maar daar blijkt absoluut geen markt voor. En met die markt heeft hij zich wel degelijk bezig te houden, want er moet brood op de plank. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn moeder en broers. Hij richt zich (daarom) op portretten en dat gaat hem bijzonder goed af. In een beeldschrift dat nauw verwant is aan de Haagse School - vooral dat van Anton Mauve en Willem Maris - maar dat zeker in die beginjaren wat verfijnder is, ontwikkelt hij vlot een klantenkring om zich heen. En dat zijn niet de minsten: adel, voorname burgerij, hoogleraren tot en met leden van het Koninklijk Huis aan toe.

Boeren

Maar die portretten zijn niet genoeg voor de rasschilder. Als de portemonnee het ook maar even toelaat - hij is inmiddels getrouwd en heeft vier kinderen - dan trekt De Josselin de Jong erop uit; de natuur in. Ook ontwikkelt hij een warme belangstelling voor mensen-aan-het-werk. Spittende en ploegende boeren (en nee, hij heeft waarschijnlijk Vincent van Gogh nooit ontmoet, kende wel zijn werk), maar ook mannen in staalfabrieken, trekkend aan gloeiend hete staven ijzer, het zweet spat alle kanten op. En de kunstenaar blijft zich ontwikkelen, want naast olieverf, pastel en krijt, experimenteert hij met beeldhouwen. Dat had een mooie verdieping kunnen opleveren, maar De Josselin de Jong overlijdt al op zijn 44ste, aan een maagbloeding. Hij is begraven in Den Haag.

Het keurige overzicht in Den Haag laat zien dat De Josselin de Jong - zoals gezegd - een natuurtalent was. Kijk naar die eerste tekeningen en schetsen, maar ook de krabbeltjes die hij maakte bij zijn brieven; die geven stuk voor stuk aan dat hij beschikte over een prima ruimtelijk inzicht en handschrift dat je eigenlijk niet kunt leren: dat héb je. Zie bijvoorbeeld de tekening van een staand mannelijk naakt; heel klassiek, academisch nog, maar bijna perfect uitgevoerd. En de knaap is dan 18! Wat later - in 1898 - schildert hij, met ongelooflijke kunde prinses Wilhelmina.

Dame

Er is ook een ontroerend portret van zijn echtgenote Jeltje Kappeyne van de Coppello. De licht rossige dame zit ietwat onzeker op een zware stoel. Een keurige witte jurk heeft ze aan, met een al even wit gilet. Dat mouwloos vestje hangt enigszins open. Het zou zomaar kunnen dat de schilder daarvoor gezorgd heeft, want de krul in het giletje is tamelijk bepalend voor de spanning in de compositie. Naast die wat eigenwijze pink van de linkerhand, die ook lekker dwars ligt over de stoelzitting. En natuurlijk zijn er de ogen; daar gaat de meeste aandacht naar toe. Dit is - kortom - geen portret van een dame uit de gegoede burgerij, dit is een dame van vlees en bloed die schuchter heeft plaatsgenomen op een stoel en die - uit liefde voor haar man - ettelijke uren muisstil op die stoel heeft gezeten.

De Josselin de Jong laat in Den Haag zien dat de tijd rond de vorige eeuwwisseling een spannende was; waar je realisme prima kunt laten versmelten met een veel lossere manier van schilderen. Dat levert goede tekeningen en schilderijen op. Dat hadden er veel meer kunnen zijn. Moeten zijn.

Pieter De Josselin de Jong; Een vergeten meester. Panorama Mesdag, Zeestraat 65, Den Haag. Open: ma t/m za 10-17, zo 11-17 uur. Tot 11 februari.

Volledig scherm
Londen, koetsen in de mist, 1888, olieverf op paneel, 70 x 100 cm (particuliere collectie). © Panorama Mesdag
ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement