Volledig scherm
Willie reed ook op de fiets naar Nuland, hier in 1955. © copyright Marc Bolsius

Amsterdammer Willie Bos (80) is al sinds 1944 kind aan huis in Nuland

Bevrijding 75 jaarNULAND - Vijf kinderen uit het Amsterdamse gezin Bos komen in 1944 naar Nuland om aan te sterken. Willie Bos woont 18 maanden op een boerderij aan het Heeseind. Nog elk jaar komt hij terug naar het dorp, al 75 jaar lang.

De hongerwinter is er nog lang niet, maar in het voorjaar van 1944 is het in Amsterdam al niet makkelijk om aan voldoende eten te komen. Het meeste voedsel is op de bon. Ook voor het gezin van Willem Bos. De meubelmaker en zijn vrouw hebben zes jonge kinderen te voeden. Ze willen die het liefst ergens buiten de stad een paar maanden laten aansterken. Maar waar? Willem bezoekt geregeld zijn zus Rie in Nuland. Zij gaat in het Sint-Martinushuis, het klooster in Nuland, door het leven als zuster Werenfrida en geeft les aan de school die ook in het klooster zit.

Regelmatig

,,Mijn vader bezocht haar daar regelmatig", zegt Willie Bos,  in juni 1944 nog maar vijf jaar oud, maar inmiddels al tachtig. Zoals elk jaar is hij ook deze juni even terug in Nuland. ,,Volgens mij had mijn vader zelf priester willen worden. Hij was in ieder geval heel religieus. Ergens begin 1944 moet hij het er met tante Rie over gehad hebben, toen hij weer eens in Nuland was. Tante Rie moet de pastoor hebben ingeseind, want die heeft vanaf de kansel mensen in het dorp opgeroepen om ons gezin te helpen. Vijf families van wie zij kinderen in haar klas had, boden  zich aan. Ze woonden allemaal op het Heeseind.”

Tekst gaat door onder foto.

Volledig scherm
Jo van de Doelen (l) en Amsterdammer Max (Willy) Bos voor de boerderij uit de oorlog. © Marc Bolsius

Kleine boerderijen

Het Heeseind is 75 jaar geleden een smalle weg met aan weerszijden bebouwing, vooral kleine boerderijen. In een ervan wonen Grad van der Doelen en Trien Langens. De meeste gezinnen boeren in die tijd vooral voor het eigen levensonderhoud. Er zijn een paar koeien voor de melk, varkens voor het vlees en kippen. Wat niet nodig is voor het gezin wordt verkocht aan de Boerenbond. 

Tekst gaat verder onder kader.

Meeste inkomsten

De eieren zorgen voor meeste inkomsten. Grad en Trien krijgen vijf kinderen: Grad jr, Dien, Jan, Jo en Grada. Vader sterft al in 1927, nog voordat het vijfde kind is geboren; hij wordt slechts 42 jaar oud. Trien hertrouwt met Frans van de Berg en zij krijgen nog twee kinderen: Anna en Bertha. Hoewel het al een klus is om hun eigen kroost van zeven te onderhouden, willen ze graag een van de kinderen Bos in huis nemen. Dat wordt kleine Willie.

Dat Willie Bos in huis kwam, herinnert Jo van der Doelen zich nog heel goed. Bijna 93 jaar is hij, en de langstlevende van de zeven kinderen uit het gezin Van der Doelen/Van de Berg. Jo is altijd aan Heeseind blijven wonen. Zijn huisje staat op de plek waar vroeger het ouderlijk huis stond, dat bij de bevrijding is verwoest. Hij gaat er terug naar het laatste oorlogsjaar.  ,,Het was voor ons heel gewoon dat er nog iemand bij kwam. Het gezin was al groot maar één meer of minder maakte ook niet uit. Het paste wel bij die tijd en zeker bij de bewoners van het Heeseind. Wij stonden altijd klaar voor elkaar. En wij hadden op de boerderij voldoende eten in huis; dat scheelde wel.”

Gastgezin

Volledig scherm
Zogenoemde crocodile tanks die met hun buur alles platbrandden. © Royal War Museum

Met z'n vijf jaar is Willie in 1944 de benjamin in het gastgezin. Vooral de vier meiden, Grada, Dien, Anna en Bertha, genieten van zo'n klein menneke in huis. Het is in juni 1944  nog een relatief onbezorgde tijd. Natuurlijk het is oorlog, maar die gaat grotendeels aan Nuland voorbij. Kinderen op het Heeseind spelen veel met elkaar en de kinderen Bos, die dus verspreid over vijf gezinnen wonen, doen gewoon met alles mee. De bevrijding van Nuland en iets later Den Bosch, in oktober, is dan nog niet in zicht. Niemand beseft dat het dorp binnen afzienbare tijd in de frontlinie komt te liggen.  Joke, Lodewijk, Hans en Theo, de zus en broers van Willie,  gaan aan het einde van de zomer van 1944 per trein terug naar Amsterdam. Voor hen is het niet meer dan een zomervakantie. Maar Willie blijft in Nuland op de boerderij. Hij heeft het er goed naar zijn zin en Trien en Frans vinden het prima dat hij blijft. 

Jo van der Doelen kan zich de bevrijdingsdagen van 1944 goed voor de geest halen. Willie Bos herinnert zich er flarden van, hij was immers nog jong. Wel weten ze allebei dat er zwaar gevochten is in en om Nuland. Langs de wegen worden dekkingskuilen gegraven er liggen diverse mijnenvelden. De Duitse verdedigingslinie loopt dwars door het dorp. Van de kerk bleef niets over omdat de geallieerden dachten dat het een Duitse uitkijkpost was. En ook het Heeseind, waar onder anderen de boerderij van de familie stond, werd zwaar getroffen. Van der Doelen: ,,De Engelsen gingen ervan uit dat zich in de meeste boerderijen Duitse militairen ophielden. Ze gebruikten speciale tanks, crocodiles, waarmee ze alle gebouwen platbrandden. Ook onze boerderij is helemaal in vlammen opgegaan. Wij zijn gevlucht, door de sloten, naar Geffen en Oss.  Die plaatsen waren al bevrijd.”

Voedsel wordt schaars

Volledig scherm
Willie bij het graf van zijn tante Rie, zuster Werenfrida © José van der Biezen

Onverwacht verblijft Willie dus in 1944 al in bevrijd gebied, terwijl zijn ouders, broers en zus in Amsterdam nog steeds te maken hebben met de bezetter.  Voedsel wordt daar schaars, de hongerwinter maakt slachtoffers. Via de kloosterorden is het nog wel mogelijk contact te houden. De familie kan zo wat brieven en kaarten uitwisselen met Willie.  Als in mei 1945 Nederland boven de rivieren ook is bevrijd, wordt Nuland beter bereikbaar. Eind augustus gaat ook Willie terug naar Amsterdam, omdat hij leerplichtig is en naar school moet.

Willie nu: ,,Ik herinner me nog dat mijn vader met een broer na de oorlog met een auto volgeladen met een grote linnenkast en stoelen naar Nuland zijn gereisd. Trien en Frans hadden helemaal niets meer, nadat hun boerderij was uitgebrand. Na de oorlog zijn Diny en Grada juist naar Amsterdam gekomen om kleren te maken. Van allerhande lappen en oude kleren werden voor ons nieuwe pakjes genaaid. Mijn vader overleed al  toen ik dertien jaar was. Mijn moeder bleef met tien kinderen achter.”
,,Ik ben zelf in de eerste de beste vakantie in 1945 alweer terug naar Nuland gegaan. Iedere vakantie was ik er, tot  ik een jaar of 13, 14 was. Toen moest ik gaan werken en had ik geen vakantie meer. Pas toen ik in militaire dienst ging, kon ik tijdens verlof  weer naar Nuland. Ik ben ook vaak op de fiets gegaan. Het was voor mij één warm nest daar, ik had alleen maar fijne ervaringen. Ik kwam op alle feesten. En later ging mijn vrouw altijd mee. Ik ben zo'n tien centimeter groter dan mijn broers en zussen. Het kan niet anders dan dat het komt omdat ik daar altijd zo goed te eten heb gehad; elke dag een ei!”