Volledig scherm
Het recht van de toekomst staat niet met zoveel woorden in de boeken. © ANP XTRA

Recht moet voorspelbaar zijn, maar niet alles staat in boeken

OpinieRechters maken ons herhaaldelijk duidelijk dat we de tekenen des tijds moeten verstaan, met een dreun, een duw of met een tik. Deze ingezonden bijdrage is geschreven door rechtsfilosoof Bert van Roermund.

Moeten we ons houden aan rechtsnormen die er nog niet zijn? Toegegeven, dat klinkt raar. Maar het is de (vaak onplezierige) waarheid. Een waarheid die wel wat meer zou mogen doordringen tot cafébazen die klagen over de 'plotselinge' streep door hun rookruimtes; boeren die klagen over de 'woeste' inperking van de veestapel; en multinationals die klagen over 'uit de lucht vallende' belastingplichten. Rechters maken ons herhaaldelijk duidelijk dat we de tekenen des tijds moeten verstaan, soms met een dreun, soms met een duw, soms met een tik. Drie voorbeelden.

De dreun. Een halve eeuw geleden was het nog gewoon: Jan trouwde met Marie in gemeenschap van goederen. Jan bleef werken en bouwde pensioen op. Marie bleef thuis en zorgde voor het huishouden. Als ze vervolgens gingen scheiden vielen de pensioenrechten toe aan Jan en moest Marie op latere leeftijd het maar zien te rooien. Dat werd in toenemende mate maatschappelijk onaanvaardbaar gevonden en in 1981 ging de Hoge Raad 'om': pensioenrechten vielen vanaf die tijd in de te verdelen boedel. Weliswaar was er geen jota aan de wet veranderd en hadden de lagere rechters zich daar nog op beroepen. Maar de hoogste rechter zette er een streep door en zei eigenlijk: Jan, dat had je kunnen zien aankomen. Intussen is (sinds 1995) ook de wet veranderd, maar de dreun klinkt nog steeds na, zoals bleek in verschillende echtscheidingszaken uit 2018.

Voor de tik gaan we naar het bestuursrecht anno nu (2014). Piet is docent-assistent en raakt arbeidsongeschikt. Hij komt in een revalidatietraject terecht. Daarbij vraagt hij zijn personeelsdossier op. Dat krijgt hij ook. Maar als vervolgens een ontslagprocedure wordt ingezet, duiken opeens stukken op uit zijn dossier die hem bij dit inzageverzoek niet zijn overhandigd. De arbo-dienst die zijn werkgever heeft ingehuurd, blijkt Piets hele medische dossier bij personeelszaken te deponeren. Piet dient nogmaals een inzageverzoek in voor het volledige dossier en verzoekt de medische gegevens te verwijderen. Het schoolbestuur weigert. Daarop start hij een procedure, die hem uiteindelijk bij de hoogste rechter brengt, in dit geval de Raad van State. Daar krijgt Piet gelijk (zij het geen schadevergoeding), hoewel de Raad tot dan toe een veel strengere lijn inzake inzagerecht had gevolgd.

Ook hier zegt de rechter, met een beroep op de zich geleidelijk ontwikkelende regelgeving van het College Bescherming Persoonsgegevens: werkgever, je had het kunnen zien aankomen.

Strafrecht

Tussen dreun en tik zit de duw. Daarvoor ga ik even speculeren rond een probleem in het strafrecht - een gebied waarin rechters er streng op letten dat burgers weten waar ze aan toe zijn. Aanranding is een misdrijf waarvoor volgens ons Wetboek van Strafrecht (art. 246) vereist is dat iemand gedwongen wordt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen. In toenemende mate rijst echter de vraag of 'gedwongen worden' niet hetzelfde is als 'er niet mee instemmen'.

In ons omringende landen (Duitsland, België) is de wetgever al in actie gekomen. Daar is het ontbreken van toestemming centraal gesteld in de delictsomschrijving van aanranding. De Raad van Europa heeft in het Verdrag van Istanbul (2008) daarop aangedrongen bij de verdragspartners (waaronder Nederland).

Welnu, ik zou er niet van staan te kijken als de Nederlandse rechter niet gaat zitten wachten op de wetgever maar binnenkort een vonnis wijst, waarin het kennelijk ontbreken van toestemming voldoende wordt geacht om van dwang, dus aanranding te spreken. Dit onder het motto: je kon het zien aankomen. Dat zou me een duw zijn!

Nu denkt menigeen: met die voorbeelden zoek je de grenzen op van fatsoenlijke rechtspleging. Het zijn uitzonderingen. Maar het tegendeel is waar. Ze laten zien wat er op de keper beschouwd altijd aan de orde is. Wat je volgens het recht behoort te doen ligt nooit, maar dan ook nooit vast in een regel. Want de regel komt uit het verleden en de rechtsplicht betreft altijd de toekomst.

Veiligheid

Zelfs het bord dat aangeeft dat je ergens maximaal 50 km per uur mag rijden, betekent niet dat je daar 50 km per uur mag rijden. Je moet de veiligheid op de weg niet in gevaar brengen. Met geen enkele regel kun je vangen wat dat ter plaatse inhoudt.

Recht moet voorspelbaar zijn, zeker. Maar we moeten niet denken dat we die voorspellingen kunnen halen uit een boekje met regels. Of dat boekje nu de losbladige wetteneditie van Kluwer is of een webstek met alle jurisprudentie, het recht van de toekomst staat er met zoveel woorden niet in. Al die regels zijn aansporingen om vooruit te kijken.

Dat roken steeds minder aanvaard wordt in de samenleving, net als ongeremde stikstofuitstoot en ongelijkheid in belastingplichten - ook daarvoor geldt dat je de grens in redelijkheid kunt zien aankomen.

Daarom ben ik niet geneigd tot sympathie met degenen die daarover klagen met een beroep op de rechtsstaat. Op één punt hebben ze echter gelijk: ook de overheid moet die onhoudbaarheid zien aankomen en daarop een koers uitzetten.

Kool en geit sparen (Q-koortsbeleid), verbieden maar gedogen (drugsbeleid), voorwaarden in plaats van grenzen stellen (PAS-beleid) - daartegen wordt terecht geprotesteerd. Maar verder geldt het oude spreekwoord: recht is geschreven voor de waakzamen.