Volledig scherm
PREMIUM
Militair-historicus Christ Klep bij een Messerschmidt ME109. © Pix4Profs/Marcel Otterspeer

Militair-historicus: ‘Bevrijder was geen prins op het witte paard’

InterviewDe viering van 75 jaar bevrijding gaat gepaard met intense dankbaarheid richting de geallieerden. Maar het beeld over onze bevrijders is erg eenzijdig, zegt militair-historicus Christ Klep.

Paspoort Christ Klep
- 16 juni 1959 geboren in Etten-Leur. Vader was accountant in het bouwbedrijf van de familie.
Studeerde in 1986 af als leraar geschiedenis; was vervolgens tot 2000 werkzaam bij het ­Nederlands Instituut voor Militaire Historie, verbonden aan het ministerie van Defensie. Specialisaties: de Tweede Wereldoorlog en internationale vredesmissies.
Tot 2010 verbonden aan het departement ­Geschiedenis en Kunstgeschiedenis (Geschiedenis der Internationale Betrekkingen) van de Universiteit Utrecht. In februari 2009 gepromoveerd op het proefschrift Somalië, Rwanda, Srebrenica. De nasleep van drie ontspoorde vredesmissies. Hierna verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, onder meer betrokken bij de masteropleiding Militaire Geschiedenis.
Was tevens docent aan de Roosevelt Academy in Middelburg, deed onderzoek voor verschillende instituten waaronder het Nederlands ­Instituut voor Geschiedenis in Den Haag en opleidingen van het ministerie van Defensie.
Werkt als freelance auteur en treedt regelmatig op als (televisie)commentator bij militaire onderwerpen.
Schreef boeken over Nederland en de Tweede Wereldoorlog, buitenlandse missies van Nederlandse militairen en de Joint Strike Fighter.
Woont met echtgenote Sylvia en twee golden retrievers in Oudenbosch.

Christ Klep is gebiologeerd door de Nederlandse kijk op de Tweede Wereldoorlog en hoe verkrampt politiek en regering omgaan met hedendaags oorlogsgeweld waar Nederlandse militairen bij betrokken zijn. Het door NOS en NRC onthulde nieuws dat in 2015 zeventig burgerdoden vielen bij een door ­Nederland uitgevoerd bombardement in Irak, laat volgens Klep – na het drama Srebrenica – opnieuw zien hoe lastig wij kunnen omgaan met dood en verderf in oorlogssituaties.

,,We zijn geweld ontwend geraakt. Nederland stuurt militairen op missie naar oorlogsgebied, maar kijkt liever de andere kant op als het land betrokken raakt bij geweld. Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer typeerde die houding treffend toen het ging over de Nederlandse VN-missie in Mali: ‘We mogen niks, we mogen geen militair zijn’.’’

,,Van Nederlandse militairen wordt verwacht dat ze ‘het goede’ doen. Dat ze vrede brengen en mensen helpen; alsof het opbouwwerkers zijn. En als ze, soms zonder deugdelijke wapens, toch in gevecht raken of meedoen aan een luchtaanval met dodelijke afloop, willen we dat niet weten. De feiten over de burger­doden in Irak bleven jarenlang onder de radar omdat het kennelijk te moeilijk is om daar in het openbaar verantwoording over af te leggen. Als het dan toch naar buiten komt, schiet ­iedereen in een kramp.’’

Nederland worstelt met zijn militaire identiteit, stelt Klep. ,,Dat verklaart ook de extreme dankbaarheid richting bevrijders. Nederland was zelf militair niet bij machte de Duitsers ­tegen te houden of verjagen.’’