Volledig scherm
Kleurrijk grijs vignet serie Rob Schoonen artist in residence in zorginstelling Parc Gender. © ED

Kleurrijk Grijs (17): Bennekeljongen tussen de parkieten

EINDHOVEN - ED-kunstredacteur Rob Schoonen verblijft vijf weken als 'artist in residence' in Kunstblok in zorginstelling Parc Gender. Met een wat andere dan gewone blik kijkt hij hoe het allemaal reilt en zeilt in een verzorgingshuis. Hij praat veel met bewoners en verzorgers, neemt waar en legt vast in woord en beeld. Vandaag deel 17.

Hij heeft wat moeite om zijn achternaam uit te spreken (‘twee hersenbloedingen hè, da’s niet niks’) maar weet feilloos de vogeltjes te benoemen. In de binnentuin van Parc Gender staan twee volières en daar is Bouchée verantwoordelijk voor. Al een jaartje of vijf.

Diamantduifjes zitten er in de ene kooi. ,,Maar ook twee kwarteltjes, doen het altijd goed hè. En sijsjes naast zebravinkjes. En zie je die met dat rode vlekje op de stuit? Dat zijn Mexicaanse roodmussen. Niet van hier, nee, maar wel verrekes mooi. Niet dan?!”

Hij had ook graag kanaries in diezelfde volière gezet maar dat werkte niet goed: ,,Mooi als je ook wat zangers erbij hebt zitten, zekers wel en dat vinden de mensen hier ook heel leuk, maar ze gingen dood, ik weet niet waardoor precies.”

In de andere volière, een stuk groter, zitten allerlei soorten parkieten, van de gewone grasparkiet tot en met roodruggen en behoorlijk forse valkparkieten. ,,Daar zat laatst een sperwer in. Nee, dat was niet fijn – alles kapot hè…” De grote kooi stond eerst boven, bij de demente bewoners: ,,Op een gegeven moment zaten er muizen in. Nee, da’s natuurlijk niet best. Dus toen kwam t-ie hier terecht. Gaat prima. Ja, niet als er een sperwer in duikt, maar anders gaat ’t prima.”

Bouchée heeft ook de vissen in de vijver onder zijn beheer: ,,Doen we er effe bij hè, geen punt. Goudviskes, windes ook. Mooi, niet dan? Iemand zou nog andere plantjes brengen, maar heb ze nog niet gezien, want het is nu een beetje kaal, niet?”

Hij is niet alleen verantwoordelijk voor de meer dan dertig vogels en de tien vissen, maar stelt er ook eer in om de patio proper te houden: ,,Soms liggen hier overal peuken en natte kranten en andere rommel. Dat ruim ik wel op, en ook haal ik het onkruid weg, maar er zijn grenzen hè. Ik ben vrijwilliger, geen joker.” Hij kijkt streng, als hij dat zegt. Verder glimlacht en grijnst hij graag en veel.

Hij noemt zich een echte Bennekel-jongen, maar woont alweer een tijdje vlakbij het bejaardenhuis. Kreeg de liefde voor de vogels mee van zijn oom: ,,Die is zelfs Nederlands kampioen geworden met witte zebravinken. Heel moeilijk om die goed te houden hoor, lastige broedsels…”

Naast die hersenbloedingen heeft hij ook drie pennen in zijn rug: ,,Daarom dat ik na een dagje werken hier, in de avond om acht uur hartstikke kapot ben, echt he-le-maal dood; moet ik gelijk naar bed.” Maar het ergste is dat hij zoveel vergeet. ,,Dat korte termijn-geheugen, dat is om te lachen zo slecht, alleen kan ik er niet om lachen. Ik vergeet zó veel; man, man. Sta ik te babbelen met een bewoner - vinden ze leuk en ik ook trouwens - en weet ik op een goed moment echt niet meer wat ik nu allemaal heb gezegd. Da’s toch lastig, dat begrijp je wel hè?”

Af en toe komt een bewoner naar hem toe. ,,Die heeft een vogeltje waarvan de nagels moeten worden geknipt, doen we effe hè. Is leuk. Heb soms zelfs wel eens een boterham gesmeerd voor iemand. Mag niet, toch gedaan. Ja, dat doe je toch gewoon effe, niet dan?!”

Volledig scherm
Guido Bouchée. © rob schoonen

In samenwerking met indebuurt Eindhoven