Volledig scherm
Thymo, Marcel en Dorine Lebesque voor hun pop-upstore aan de Stratumsedijk in Eindhoven. © Fotopersburo van de Meulenhof bv

Leven met verlies: Hofleverancier Lebesque in een pop-upstore

InterviewEINDHOVEN - In de zomer van 2013 ging de gerenommeerde Eindhovense meubelzaak Lebesque ter ziele. Een dag eerder hadden de eigenaren, Marcel en Dorine, een emotionele krachttoer van jewelste verricht. Zij moesten in de tuin van het familiebedrijf de stoffelijke resten van de grondleggers opgraven en overbrengen naar het kerkhof. Inmiddels kunnen ze daar weer luchtig over doen.

Het ED brengt een serie openhartige interviews met als thema 'verlies'. Gerard Lukken sprak met mensen over pijnlijke gebeurtenissen die een enorme impact op hun leven hebben. De verhalen draaien vooral om de vraag hoe zij met hun verlies omgaan. Vandaag aflevering 2.

Eigenlijk had het in huize Lebesque een feestdag moeten worden. Marcel werd tenslotte maar een keer 52, nota bene op de geboortedag van zijn vader. Maar die 2e juli in 2013 zou geen moment iets feestelijks krijgen. Integendeel. Het werd een bizarre dag. 's Ochtends hadden ze bij een klant nog tapijt gelegd. Op het nippertje. 's Middags sprak een rechter het faillissement uit van Lebesque jr. Persoonlijke Interieurs bv, voor Eindhoven en de Eindhovenaren kortweg Lebesque. Achter 106 jaar detailhandelhistorie kwam een pijnlijke punt te staan.

Gek genoeg had Marcels echtgenote Dorine er emotioneel gezien nog de meeste last van ondervonden. Het faillissement voelde voor haar alsof er echt een dierbare naaste was overleden. Alsof ze gefaald hadden ook. Alsof ze de historische waarde van het gerenommeerde Eindhovense interieurbedrijf te grabbel hadden gegooid.

Vierde generatie

Het was een sentiment dat je eerder bij Marcel zou verwachten. In 1907 was zijn opa op de Eindhovense Demer de zaak begonnen. Behangerij-Stoffeerderij-Decoratiën, stond er destijds op het raam van de winkel. Zijn vader bouwde het bedrijfje uit tot een meubelzaak van naam, en Marcel had daar in de loop der jaren nog een paar schepjes bovenop gedaan. Samen met Dorine natuurlijk. En net nu met zoon Thymo de vierde generatie zijn intrede had gedaan, ging het mis. Na meer dan een eeuw.

Natuurlijk deed dat ook Marcel pijn. En niet zo'n beetje. Toch stond hij heel wat nuchterder tegenover het faillissement dan zijn vrouw. Ze hadden lang gevochten voor wat ze waard waren, maar dat was niet genoeg gebleken. De strijd was niet meer te winnen. Die harde realiteit liet geen ruimte voor sentimenten over een naam. Uiteindelijk ging het maar om 'een beetje stom geld', hield hij zichzelf voor. Handig om rekeningen te betalen en je eten en drinken, maar eigenlijk draaide het in het leven om geluk en gezondheid. En daaraan was - ondanks de zakelijke sores - geen gebrek. Marcel keek meer naar de mogelijkheden die er lagen. ,,Dat was een andere wijze van benaderen", concludeert Dorine droogjes. ,,Bij mij dreigde het ten koste van mijn gezondheid te gaan, zó erg was het."

Baken

Ooit had hun zaak veel aanzien. Met sierlijk krullende letters stond de naam Lebesque dik veertig jaar lang op de witte gevel van het monumentale pand op de hoek Stationsplein/Dommelstraat. Het voormalige bankgebouw was een van de markante herkenningspunten in de Eindhovense binnenstad. Een baken. 'Bij Lebesque gaat u linksaf en dan ziet u het station.' Zoiets.

Als gewone man kwam je daar niet. Veel te deftig, veel te duur. Lebesque was een respectabele oude Eindhovense middenstandsfamilie geworden, bij wie vooral de gegoede burgerij zijn meubels kocht. Die van het geslacht Philips bijvoorbeeld. Of die van Van Abbe. Sterker, diverse koningshuizen waren er klant. Toen het Stationsplein dicht ging voor autoverkeer en nogal van karakter veranderde met de opkomst van de horeca, verhuisde Lebesque naar Villa St. Lambert, de oude, statige pastorie aan de Hoogstraat.

Daar beleefde het bedrijf zijn hoogtijdagen, maar het vond er ook zijn Waterloo. Dorine: ,,We verhuisden in 1993 naar de Hoogstraat. De ruimte was er geweldig, met een prachtige tuin er bij. Heerlijk was het daar. Aan de ene kant van de kerk stond de pastorie. Daar hadden we een gigantische showroom met onze meubels en tapijten en een kantoor. In het pand aan de andere kant zaten de stoffeerderij en het naai-atelier. Op een bepaald moment hadden we in totaal wel dertig mensen in dienst. Een enorme verantwoording. Zo voelde dat ook."

Happy few

Marcel: ,,Toen we op de Hoogstraat begonnen, was ons concept nieuw. Veel meubelmerken, veel stoffen, eigen ateliers en we deden steeds meer projecten waarbij we de hele inrichting van woningen en bedrijven verzorgden, vaak al tegelijk met de architect. Natuurlijk was dat voor de happy few. Wij konden en kunnen ons in die wereld prima staande houden, maar we voelen ons pas echt thuis onder de gewone Eindhovenaren. Zakelijk gezien niet onze doelgroep, zeg maar. Daarom stelden we op de Hoogstraat de tuin ook vaak open voor de buurt. Voor evenementen of concerten. We trokken echt een heel breed publiek. Geweldig vonden we dat."

Quote

We hebben te laat de bakens verzet. Tien jaar
eerder hadden we al moeten ingrijpen

Marcel Lebesque

Hoe geweldig het ook was, als bedrijf bleef Lebesque stilstaan. Toen zoon Thymo rond de jaarwisseling van 2012 deel ging uitmaken van de directie, werd de bittere waarheid snel steeds duidelijker. Lebesque, hofleverancier sinds 2007, zat in de penarie en zou daar niet gemakkelijk meer uitkomen. ,,Het was in die periode niet bepaald rozengeur en maneschijn", zegt Thymo met een fijn gevoel voor understatement. ,,Natuurlijk vielen er over en weer harde woorden. Maar we moesten eerlijk zijn naar elkaar om er het beste van te kunnen maken."

De analyse was uiteindelijk helder. De firma Lebesque was begin 2013 een zinkend schip. Economisch zat het tij tegen, het naai-atelier rendeerde net zo slecht als de stoffeerderij, overtollig personeel was te lang in dienst gehouden en twee grote investeringen liepen op een mislukking uit. Al met al waren de financiële verplichtingen flink gaan knellen. Marcel: ,,We hebben te laat de bakens verzet. Tien jaar eerder hadden we al moeten ingrijpen. Je kunt er wel van alles bij halen, dat faillissement was gewoon onze eigen schuld. Punt."

Herbegraven

Dat de curator op die tweede juli van 2013 de sleutel van het Lebesque-domein aan de Hoogstraat in handen kreeg, was geen verrassing meer. Dat was maar goed ook. Want Marcel en Dorine wachtte ter afscheid nòg een klus die de emoties flink op de proef stelde. Marcels opa en oma en zijn vader lagen sinds 2009 begraven in de pastorietuin. In één graf. Dorine had daar destijds toestemming voor gevraagd en gekregen. Maar dat graf moest nu dus geruimd worden. Daags voor het faillissement werden de stoffelijke resten van de eerste en tweede generatie Lebesque uit het graf aan de Hoogstraat gelicht en herbegraven op het Sint Catharina-kerkhof. Veel symbolischer kon het niet.

'Jongleren met emoties', noemt Marcel het, terugkijkend op de zomer van 2013. Niet alleen door de verplaatsing van die stoffelijke resten, maar vooral ook door het gedwongen afscheid van de personeelsleden. ,,En onderschat niet wat het met je doet als je leveranciers en klanten over zo'n faillissement moet inlichten."

Natuurlijk waren er verliezers rond het faillissement. Niet iedere leverancier kreeg zijn geld. ,,Maar gelukkig hebben we het voor bijna iedereen netjes kunnen oplossen. Dat wilden we per se. Wij zijn altijd open en eerlijk geweest tegenover iedereen met wie we zaken deden. We hebben toen ook bewust de publiciteit gezocht en Thymo heeft alle leveranciers en klanten een brief geschreven om uitleg te geven. 'We waarderen het als u ons belt', stond daarin. Echt, dat leverde een onvoorstelbare stroom aan reacties op. Kaarten, bloemen, e-mails, telefoontjes; niet normaal zoveel steunbetuigingen als we hebben gehad."

Klantenbestand

Die openheid en eerlijkheid betaalden zich terug. ,,Wij hebben ons altijd positief opgesteld. Bij ons is het glas halfvol. Ik houd me altijd vast aan wat The Beatles zongen in het lied The End: 'And in the end, the love you take is equal to the love you make.' Je krijgt terug wat je geeft, zeg maar. En dat hebben we rond ons faillissement heel goed gemerkt. Een belangrijk deel van ons klantenbestand is intact gebleven. Daarnaast hebben we vrijwel al onze relaties kunnen behouden. De meesten kwamen ons zakelijk zelfs tegemoet. En dat was nodig ook. We moesten verder. Er moest dringend geld verdiend worden, want er was niets meer. Niets. Het was op tot aan de laatste euro in onze pensioenpot."

Met het sluiten van de winkel ging er voor de Lebesques een wereld open. Tot die tijd was het een ratrace geweest. Het bedrijf vrat dagelijks zoveel energie, dat er geen rust en ruimte was geweest om na te denken over de koers die werd gevaren. En met het faillissement viel er een last van hun schouders. De druk was weg.

Dorine had ineens tijd om iets heel anders te doen en maakte een uitstapje naar het onderwijs. Marcel kon zich volledig focussen op datgene waar hij goed in is; het inrichten van bedrijfspanden en woningen, vanaf het kale beton. En Thymo kreeg de gelegenheid om na te denken over de vraag hoe het verder moest met de toekomst. Was er überhaupt nog een toekomst voor het familiebedrijf Lebesque. En zo ja, was er een formule te bedenken die paste bij de passie, kennis en kunde van de familie Lebesque?

Pop-upstore

Thymo had er niet zo heel lang voor nodig om daar het antwoord op te vinden: de pop-upstore, een tijdelijke winkel in een bestaand pand met kwalitatief hoogwaardige meubels en tapijten voor een aantrekkelijke prijs en dus een breed publiek. De eerste winkel ging al een half jaar na het faillissement open. Met allemaal spiksplinternieuwe spullen die fabrikanten om wat voor reden dan ook niet kwijt werden. ,,Dankzij onze goede naam kunnen we met onze leveranciers prima deals maken. De investering is klein, we hebben geen personeel, geen voorraad, nauwelijks huur. Aan de Stratumsedijk hebben we nu tot half oktober voor de achtste keer een pop-upstore. Na bijna vier jaar kennen we het kunstje inmiddels", constateert Thymo tevreden.

Quote

We zijn nu niet meer afhanke­lijk van die kleine
toplaag. Het is zakelijk beter en leuker geworden

Dorine Lebesque

,,En", zegt Dorine, ,,we trekken nu dus ècht een breed publiek. We bieden dezelfde service en kwaliteit als destijds, maar onze spullen zijn voor veel meer mensen betaalbaar geworden. Dat voelt erg goed. Het klopt gewoon. We zijn niet meer afhankelijk van die kleine toplaag. Het is zakelijk beter en vooral ook leuker geworden. We willen in onze winkels ontzettend Brabants zijn. Gezellig met de mensen keuvelen. Kopje koffie, wat lekkers erbij en wat later op de middag een wijntje of biertje. Het is een paar weken achter elkaar echt knallen, maar we halen er veel voldoening uit."

Bloedspannend

Inmiddels wordt er in huize Lebesque weer een behoorlijke boterham verdiend. Met beleg. Marcel heeft jaarlijks tussen de zes en tien grote interieurprojecten en heeft daarmee nog net voldoende ruimte in zijn agenda om mee te draaien in de pop-upstores. Dorine runt de tijdelijke winkels en Thymo doet de organisatie erachter.

Zoonlief is inmiddels aan het roer komen staan van de nieuwe firma Lebesque. Hij bekommert zich om de toekomst. Een toekomst die inmiddels al even is begonnen. De voorbereidingen voor een nieuwe bedrijfspoot zijn afgerond. Lebesque gaat ook weer vol voor de tapijten. Vanaf september. Net als opa Willem is Thymo gegrepen door de handel in kleden. Alleen heeft hij ze zelf ontworpen. En laten maken.

En, nog een verschilletje dat hoort bij de toekomst, de verkoop gaat voornamelijk online. Onder de naam Gínore. 'Bloedspannend' vindt-ie het, de nieuwe directeur Lebesque.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Eindhoven