Volledig scherm
Foto ter illustratie © Stock.xchng

Stigmama: Mijn eerste kind

Ik was 33 en plotseling wist ik het: ik wilde een kind. De gemiddelde vrouw in Nederland blijkt die wens veel eerder te hebben maar voor het uitblijven van mijn wens had ik tot op die dag zo mijn redenen voor. 

Ik had het nooit eerder gewild, een kind. Eerst niet onbewust en later niet bewust. Ik had nooit enig moedergevoel in me gehad. Had nooit op kleine kinderen opgepast. Had in mijn kleine meisjesjaren nooit de wens gehad, zoals vriendinnetjes die hadden, om moeder te worden. Had er zelfs nooit aan gedacht. 

Tot nu zo'n 22 jaar geleden. De relatie met mijn vriend ging wat langer duren dan ik gemiddeld had weten vol te houden en het bleef maar goed gaan. Door mijn omgeving werd ik min of meer geacht te gaan nadenken over het grote "settelen". En toen ging ik het me dus afvragen: wil ik dan ook een kind?

Toen ik me dat voor het eerst afvroeg was mijn stellige antwoord: Nee, dat wil ik niet. Ik was 25 toen ik me dat realiseerde. Ik wilde namelijk niet dat zoiets kwetsbaars op de wereld zou komen bij mij. Iets dat zo mooi en onschuldig was of in ieder geval behoort te zijn. Iets wat alleen maar onder invloed van akeligheden kon worden verpest. Mijn eigen kwetsbaarheid was daar leidend in. Ik wilde niet dat dat mijn kind zou overkomen. Ik parkeerde het en bracht de tijd door met feesten, werken, drinken, eten en leven, alsof mijn leven ervan afhing.

Kinderwens

En die gedachte hield stand tot ik dus 33 werd en mijn biologische klok er ineens op los beierde. Het kon bijna niet anders meer, mijn eerste kinderwens was geboren: als ik het zou willen dan moest het nu!

Van de ene op de andere dag was ik hormonaal zo onder invloed dat ik plotseling wel wilde waar ik eerst nooit aan had gedacht. Ik wilde alleen nog maar moeder worden. En wel meteen. Alle redenen “van vroeger” waren er nog steeds maar daar wilde ik niet meer aan denken.

Aan mijn vriend, zich van geen “kwaad” bewust, vroeg ik vriendelijk doch dwingend of hij “het” ook wilde, vader worden. We hadden tot dan toe nog nooit echt over kinderen krijgen gesproken en hij was, dacht ik, niet echt een grote kindervriend. Net zoals ik ooit niet was.

Het was gewoon nooit onderwerp van gesprek geweest omdat we er beiden niet (meer) over nadachten, ervan uitgaande dat kinderen voor ons geen optie waren. Maar vanaf dat moment moest ik het weten, wilde hij wel of wilde hij niet? Het gevoel was zo dringend! Er ging van alles door mij heen. Stel dat hij het niet zou willen, wat moest ik dan? Ik wist op dat moment niet eens zeker of ik dan nog wel bij hem zou willen blijven. 

En na rijp beraad met zichzelf was hij er uit: Hij wist het nog niet en moest er nog langer over nadenken. Hij vroeg zich namelijk af wat het met ons zou doen, wat het met ons leven zou doen, of we het wel aan zouden kunnen, of het nog steeds leuk zou zijn als de kinderen 's nachts vaak wakker zouden worden, als we alle vrijheid kwijt zouden zijn, ze ziek zouden worden of erge dingen mee zouden maken. Zou het dan nog mijn droomwens blijken te zijn? Dan konden we niet meer terug!

Oergevoel

Maar met die vragen en die scenario’s wilde ik me niet bezighouden. Het oergevoel leek sterker te zijn dan de meest kritische vraag. En, als ik er toch stiekem over na ging denken wuifde ik alle kritische geluiden meteen weg: natuurlijk zouden er geen ernstige dingen met onze kinderen gebeuren, zouden ze op een gegeven moment gewoon stoppen met huilen, als ze dat al deden. Ik wilde het daar niet over hebben, ik wilde het hebben over de rozewolkgedachte en wat het ons allemaal aan positiviteit zou gaan brengen.

Mijn vraag om duidelijkheid richting mijn vriend werd steeds dwingender. Het duurt me vaak te lang als hij moet nadenken dus iedere keer als ik de kans zag pakte ik hem vast, keek ik hem betekenisvol aan en vroeg indringend: Weet je het al?........maar hij bleef het een tijdlang niet weten. En mijn dagen tikten weg en wanhopig vroeg ik mezelf af hoe ik ooit zo lang had kunnen wachten met het willen van kinderen, waarom had ik dit niet eerder gevoeld? Nu was ik bijna 34 en zouden mijn kansen op een kind alleen maar afnemen. Waar had ik het al die jaren zo druk mee gehad dat ik hier niet aan toe was gekomen?

Maar op een dag wist mijn vriend het wel. Hij dacht in ieder geval te weten dat hij het wilde. Hij wilde het in ieder geval wel proberen. We waren toen inmiddels wel ruim een halfjaar verder. Ik had hem schoorvoetend de tijd gegeven en hij had die tijd ook genomen. Omdat je nu eenmaal niet in een middagje voor een kind kiest, tenzij je al jaren rondloopt met die gedachte. En dat was bij geen van ons tweeën dus het geval.

Toen de kogel door de kerk was wist ik zelf nog steeds niet wat "het willen van een kind" inhield. maar het zou goed worden, dat voelde ik zo. We gingen ervoor. Ik voelde me euforisch! Nu ging het beginnen, het grote geluk van een klein gezin. Mijn vriend moest wel meer verantwoordelijkheid nemen, we moesten een huis kopen, we moesten gaan trouwen, allemaal voor ik zwanger was.

Wensboom

Mijn leven leek zo'n wensboom, had ik net het één gerealiseerd of ik was al weer bezig met het ander, en daarna vertakten er als vanzelf weer nieuwe wensen aan de takken van mijn boom. De maakbare wereld leek het. Mijn maakbare wereld. De weg naar geluk.

Ik wist niet beter, weet ik nu. Want zoals ik gewend was in mijn leven zou alles leverbaar en realiseerbaar zijn. Als je maar je best deed dan kwam het vanzelf. Zo had ik het geleerd.

Nieuw geluk, niets kon ons weerhouden. Mij weerhouden. Het zou er komen. Het kind. Mijn droom zou werkelijkheid worden. Ik zat nog veilig op mijn roze wolk, niet wetende dat ik er snel van af zou vallen.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Eindhoven