Volledig scherm
© Thinkstock

Stigmama: Zweet op mijn rug

blogVoor de meeste kinderen is het in de ontwikkeling heel vanzelfsprekend: na het leren lopen leert een kind al snel fietsen met zijwieltjes en daarna kan het op een normale fiets fietsen.

Het kind leert beetje bij beetje de verkeersregels en voor je het weet, fietst het zelfstandig naar school. Met jou als ouder, alleen of in een groep.

Helaas gebeuren er, las ik de afgelopen week, in de leeftijdscategorie van 4 t/m 18 jaar veel verkeersongelukken. In de eerste helft van 2017 waren er zelfs bijna 3.100 kinderen en tieners betrokken bij een ongeval.

En hoe dat komt?

Het komt voornamelijk door de overbelasting van de wegen en fietspaden. En doordat automobilisten vaak geen rekening houden met het onvoorspelbare gedrag van jonge fietsers.

Helaas weet ik alles van onvoorspelbaar fietsgedrag en wel van mijn eigen schoolgaande kinderen.

Oudste fietste relatief laat zelfstandig op zijn eigen fiets naar school. Hij had er gewoon lange tijd geen zin in. Eerst fietste hij met mij ernaast of erachter en jongste zat dan bij mij achterop. Doordat oudste problemen heeft met de aandacht en concentratie was samen naar school fietsen voor mij altijd een enorme opgave. Oudste leeft erg in het moment wat op zich “mindfull” te noemen is, maar op de fiets is er ook nog zoiets als anticiperen. Wat hij dus niet deed. Hij fietste lekker door en anderen? Die waren er niet….. Maar we bleven het doen, het zelf naar school fietsen. Ik deed gewoon vooraf een schietgebedje opdat we samen veilig thuis of op school zouden aankomen.

Je moet je kinderen loslaten, en dus ook op het gebied van deelname in het verkeer. Toen oudste, nu 3 jaar geleden, voor het eerst naar de middelbare school ging, ging ik er dus maar van uit dat hij die ene kilometer die hij moest afleggen naar school, veilig zou kunnen overbruggen. Maar hoorde ik sirenes in de verte dan sloeg de angst me om het hart en dacht ik verschrikt aan allerlei rampscenario’s met oudste in de hoofdrol.

Ons jongste kind fietst, ondanks dat hij motorisch best wel wat achterloopt, nu ook naar school.

Ondanks de vele fysiotherapeutische behandelingen om zijn spierspanning te vergroten, had ik nooit gedacht dat jongste ooit zou kunnen fietsen. Terwijl ik het zelf zo graag doe. En zelf fietsen zoveel meer voordelen heeft dan met de auto of achterop. Zo wonen wij in het centrum van de stad en ook nog eens heel dicht bij school. Dan is het veel gemakkelijker om te fietsen en daarom nemen we de auto alleen bij hele hoge uitzondering. Fietsen is ook nog eens heel goed voor de conditie van jongste omdat hij aanleg heeft voor overgewicht. Zijn overgewicht is gelijk ook een reden om hem zelf te willen laten fietsen: ik zal hem niet zijn hele leven achterop de fiets kunnen meenemen, dat wordt gewoon te zwaar!

Je begrijpt: Mijn grote wens was dus: een “zelf-fietsend” jongste kind.

Dus vanaf zijn vierde levensjaar oefenden we wat af met loopfietsjes en zijwieltjes maar fietsen leek voor hem op een reguliere fiets niet te zijn weggelegd.

Totdat we, nu zo’n 2 jaar geleden, via Marktplaats een “All Terrain” driewieler fiets op de kop konden tikken. Het was een 3e handsje maar hij deed het nog goed en hij gaf onze jongste de balans van drie wielen en een hoge zichtbaarheid in het verkeer. Het fietsje was namelijk knalgeel en -groen. Op zo’n fiets kon niemand hem over het hoofd zien, dachten wij en jongste kon gewoon meedoen.

Eerst oefenden we op de stoep, daarna op pleinen en toen kwamen de fietspaden.

Het hoogste doel voor ons was het op de fiets gaan naar zijn eigen school in de wijk. Dan zou er helemaal sprake zijn van passend onderwijs voor ons!

Anderhalf jaar geleden was het dan zover. We gingen samen op de fiets naar school. Het eerste jaar tetterde ik instructies naast hem, net zoals ik dat bij mijn oudste zoon een tijdlang had gedaan.

Totdat jongste zelf wist dat hij rechtdoor moest rijden en moest afslaan als ik het zei en vooral rechts op de weg moest blijven.

Deze hele duidelijke instructies lijken als vanzelfsprekend maar helaas is dat voor hem niet het geval. Jongste neemt instructies namelijk nogal letterlijk. Dus als ik hem toeroep dat hij RECHTSSSS op de weg moet blijven betekent dit voor hem dan ook dat hij rechts blijft, ongeacht of er auto’s geparkeerd staan of dat er iets anders de weg blokkeert.

Dat vraagt dus weer om andere instructies en aangezien ik zelf soms ook nog steeds wat moeite heb met de concentratie vraagt dit veel van mij. Ik rijd dus eigenlijk altijd behoorlijk gespannen naast het mannetje. En dan heb ik het alleen nog over de rustige momenten.

Als het heel druk is in het verkeer dan kan ik gerust zeggen dat het zweet me op de rug staat als we samen fietsen. En druk, dat is het eigenlijk iedere morgen. Wil ik op tijd zijn met jongste en nog een werkje in de klas kunnen bekijken, dan moeten wij om 8.10 uur naar school vertrekken.

En dat doen de meeste kinderen, hebben we gemerkt. Maar niet alleen kinderen. Ook volwassenen en andere jongeren gaan juist dan op de fiets, de auto of de scooter naar hun dagbestemming.

En om het veilig te houden moet ik dan de hele tijd naast hem blijven rijden. Jongste wordt enorm afgeleid door alle fietsende, bellende en toeterende overige verkeersdeelnemers en daardoor gaat het fietsen nog langzamer dan anders. Willen we dus een groen stoplicht halen dan moeten we er echt de vaart in zetten en dan moet ik hem even duwen of bij oranje juist manen tot stoppen. Doe ik dat niet dan gebeuren er echt ongelukken.

Niet iedereen kan dat waarderen in het verkeer. Luid toeterend of bellend willen mensen dat ik plaats maak voor hen die haast hebben. Ik begrijp dat wel, maar kies op dat moment toch echt voor de veiligheid van mijn kind. Wat ze er ook van vinden. En dat ze er iets van vinden dat is wel duidelijk. Meestal krijg ik een harde zucht te horen of een gemompeld “Mens fiets eens door” of krijg ik een dikke middelvinger.

Het kan me eigenlijk allemaal niet zoveel schelen. Zij rijden door en we vergeten elkaar. Een beetje meer tact zou fijn zijn maar het is wat het is. Wat me wel kan schelen is dat ik soms, als ik kijk naar de berichtgeving over het verkeer, wel eens denk dat we eigenlijk iedere dag door het oog van de naald kruipen. En dat het misschien toch te gevaarlijk is om met hem op de fiets te willen.

En dat ik gewoon wat water bij de wijn zal moeten doen.

Vooralsnog blijven we fietsen. Wat de toekomst ons gaat brengen weet ik niet, dat is sowieso bij jongste één groot raadsel. We blijven het proberen en stiekem ben ik blij als het eens een keer flink regent of als hij een lekke band heeft. Dan kunnen we ongegeneerd de auto pakken en een stuk rustiger naar school rijden. 

In samenwerking met indebuurt Eindhoven