Volledig scherm
Een voorstelling van kunstmatige baarmoeders met uitleg van prof Guid Oei van de TU/e. © foto: Bart van Overbeeke

Miljoenen om Eindhovense kunstbaarmoeder verder te ontwikkelen

EINDHOVEN - De totstandkoming van een kunstbaarmoeder voor te vroeg geboren baby’s is een stap dichterbij. Met een Europese subsidie van  2,9 miljoen euro gaat een consortium onder leiding van Eindhovense onderzoekers een werkend prototype realiseren. Een kunstbaarmoeder kan de overlevingskansen vergroten van veel te vroeg geboren baby’s door de omstandigheden van een echte baarmoeder na te bootsen. 

Vorig jaar werd tijdens de Dutch Design Week het idee van de kunstbaarmoeder voor het eerst geëtaleerd. De hoogleraren Frans van de Vosse, Loe Feijs en Guid Oei van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), de laatste is daarnaast gynaecoloog bij Máxima Medisch Centrum, zijn initiatiefnemers in het Europese consortium dat de subsidie heeft ontvangen.

Vervanging van couveuse

Volledig scherm
kunstbaarmoeder © ed

Een kunstbaarmoeder dient als vervanging van de couveuse en kunstmatige beademing. Dat is veel natuurlijker, omdat het de natuurlijke omstandigheden van een echte baarmoeder veel meer benadert, zegt Oei. “Het doel is om met een kunstbaarmoeder extreem vroeg geboren kinderen door de kritische periode van 24 tot 28 weken te helpen.” 

De overlevingskansen van deze baby’s zijn klein. Ongeveer de helft overlijdt bij 24 weken zwangerschap. Baby’s die overleven, hebben vaak hun leven lang problemen met chronische aandoeningen zoals hersenschade, verminderde longfunctie en/of netvliesproblemen met mogelijk blindheid tot gevolg, zegt Oei. “Met elke dag dat de groei van een foetus van 24 weken in een kunstbaarmoeder wordt verlengd, stijgt de overlevingskans. Als we de foetale groei van deze kinderen in de kunstbaarmoeder kunnen verlengen tot 28 weken is het risico op voortijdig overlijden teruggebracht tot 15%.”

Verschillende technologieën

Volgens Frans van de Vosse zullen verschillende technologieën worden ontwikkeld om de kunstbaarmoeder tot stand te brengen. “De omgeving waarin de te vroeg geboren baby’s wordt opgevangen is net als de natuurlijke baarmoeder op vloeistof gebaseerd. Hierin vindt dus geen beademing met zuurstof via de longen plaats. Zuurstof- en voedingsstoffenuitwisseling verloopt via de navelstreng met behulp van een kunstmatige placenta. Het systeem dat daarvoor zorg draagt monitort continu de toestand van de baby. Denk hierbij aan hartslag en zuurstofvoorziening, maar ook hersen- en spieractiviteit. Geavanceerde computermodellen die de toestand van de baby simuleren worden gebruikt om zeer snel de arts te ondersteunen in besluitvorming omtrent de instellingen van de kunstbaarmoeder”.

Volledig scherm
Prof. Frans van de Vosse van de TU/e © Bart van Overbeeke

Binnen het project wordt ook een foetale oefenpop ontwikkeld die nauwkeurig veel te vroeg geboren baby’s in een intensive care-instelling kan simuleren. Hiermee kan de kunstbaarmoeder in een realistische testomgeving worden geëvalueerd voordat het in de kliniek zal worden toegepast.

Europees consortium

TU/e en MMC zijn initiatiefnemer van een Europees consortium met LifeTec Group, Nemo Healthcare, Politecnico di Milano en Universitätsklinikum Aachen. De partners die in dit vijf jaar lopende consortium samenwerken zijn experts op alle deelgebieden die nodig zijn om de kunstbaarmoeder te ontwikkelen.