Volledig scherm
© ANP XTRA

Derde van uitzendkrachten heeft meerdere banen nodig om rond te komen

updateRuim een op de drie uitzendkrachten heeft meer dan één baan nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Bijna de helft van de bijna 275.000 mensen met een uitzendcontract kan daar nauwelijks van rondkomen en weet niet of er de volgende dag werk is.

Dat concludeert vakbond CNV op basis van onderzoek van peiler Maurice de Hond onder zeshonderd uitzendkrachten. Ruim 60 procent van de uitzendkrachten heeft liever een vaste baan, bijna een op de vier moet fulltime beschikbaar zijn, maar heeft slechts een dienstverband in deeltijd.

CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden noemt de cijfers ontluisterend. Volgens de peiling doet 86 procent van de uitzendkrachten hetzelfde werk als werknemers in vaste dienst. Twee derde werkt al meer dan twee jaar als uitzendkracht en ruim de helft verwacht niet door te stromen naar een vaste baan.

Dat veel uitzendkrachten hetzelfde werk doen als vast personeel, maar geen uitzicht hebben op een vaste aanstelling, toont volgens de CNV-voorman aan dat werkgevers uitzendwerk al lang niet meer zien als opvang voor pieken en vervanging bij ziekte. 

Zekerheid

De vakbond pleit voor meer zekerheid voor uitzendkrachten over doorbetaling bij ziekte en bescherming tegen ontslag. ,,Nu maakt de wet het mogelijk om tot 78 weken nauwelijks zekerheid te hebben als uitzendkracht - geen loondoorbetaling bij ziekte en geen ontslagbescherming. Wij willen die wettelijke norm, die een verkeerd signaal afgeeft, terugbrengen naar maximaal 26 weken”, stelt Van Wijngaarden.

Branchevereniging voor uitzendondernemingen ABU zegt zich helemaal niet te herkennen in de conclusies van het onderzoek. Als mensen niet kunnen rondkomen, dan zou dat komen door het aantal uren dat men werkt niet zozeer door het uitzendwerk. ,,Teleurstellend dat CNV met zo’n beperkt onderzoek zulke vergaande conclusies trekt en bewust een verkeerd beeld neerzet van uitzendkrachten”, reageert ABU-directeur Jurriën Koops. 

Hij wijst op onderzoek van SCP waaruit blijkt dat het percentage uitzendkrachten dat moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen niet wezenlijk verschilt van de rest van werkend Nederland.  Ook het beeld dat CNV schetst van uitzendkrachten met kleine baantjes, klopt volgens de ABU niet. Volgens een analyse van de bestanden van UWV zou 13 procent van de uitzendkrachten een baan naast de uitzendbaan hebben. Bovendien werkt een uitzendkracht gemiddeld 30 uur of meer per week. 

Kritisch 

Branchevereniging NBBU zet eveneens kritische kanttekeningen bij het onderzoek. ,,Een onderzoek onder 600 mensen roept de vraag op of dit representatief is voor de hele uitzendpopulatie”, zegt directeur Marco Bastian. Volgens NBBU werken uitzendkrachten gemiddeld 30 uur in de week, tegen beloningen die bij het inlenende bedrijf horen. 

Randstad-topman Jacques van den Broek zegt het door CNV geschetste beeld te algemeen te vinden. Zijn bedrijf zorgt naar eigen zeggen juist goed voor zijn uitzendkrachten. ,,Er is goed gereguleerd werk en niet goed gereguleerd werk. Dat is belangrijker flexwerk tegenover vast werk stellen.”