Volledig scherm
© Shutterstock

Opgestaan plaats vergaan: vrouw verliest vaker leidinggevende positie

Vrouwen die uitstromen uit een leidinggevende functie, komen daarna minder vaak in een andere leidinggevende functie terecht dan mannen. Dat kan verklaren waarom er minder vrouwelijk talent doorstroomt naar de top van het bedrijfsleven, zegt SCP-onderzoeker Ans Merens.

Voor het SCP onderzocht Merens de uitstroom van mannen en vrouwen in leidinggevende functies. Zo'n 9 procent van de Nederlandse werkenden (rond de 650.000 Nederlanders) heeft leidinggevende taken met tien mensen onder zich. ,,In dit onderzoek heb ik de grens gelegd bij tien of meer. Bij minder dan tien mensen kan het ook zijn dat je slechts tijdelijk leiding geeft bij een project, dus die groep is niet meegeteld.’’

Alleen

Ruim 40 procent maakt een of meerdere keren in hun loopbaan een overgang naar een lagere functie mee. Opvallend volgens Merens is dat deze uitstroom van mannelijke en vrouwelijke leidinggevenden gelijk is. ,,Gezien eerder onderzoek had ik verwacht dat de uitstroom onder vrouwen groter zou zijn. Als vrouw sta je er in zo'n omgeving eerder alleen voor - er zijn niet zoveel vrouwen in leidinggevende functies - en de organisatiecultuur in veel bedrijven is meer gericht op mannen.’’ 

De mate van verantwoordelijkheid in de functie heeft geen invloed op de uitstroomcijfers. ,,Of iemand nou leiding geeft aan twintig of 200 mensen, dat maakt geen verschil.’’

Eerder inhoudelijk

Verschil zit er echter wel in waar mannen en vrouwen terechtkomen als ze uitstromen: vrouwen gaan daarna eerder verder in een inhoudelijke functie. Van de vrouwen komt 58 procent terecht in een functie waarin zij geen leiding meer geven. Bij mannen is dit een stuk minder, 37 procent. 

Een ontwikkeling die mede zou kunnen verklaren waarom er in Nederland veel minder vrouwen dan mannen een topfunctie bekleden, aldus Merens. ,,Je ziet dat evenveel (ruim een derde) uitgestroomde vrouwen en mannen na twee jaar toch weer terugstroomt naar een leidinggevende functie. Maar doordat eerder meer vrouwen dan mannen terechtkwamen in een niet-leidinggevende functie, betekent dat dat de kweekvijver voor vrouwelijk leidinggevend talent kleiner is dan bij mannen, waardoor er minder vrouwen naar topfuncties kunnen doorstromen.’’

Om de precieze redenen hierachter te vinden, is echter meer onderzoek nodig. ,,Ik heb nu maar kunnen kijken naar de data over twee jaar na de uitstroom. Ook interessant zou zijn om de gegevens bijvoorbeeld zes jaar te vergelijken en te zien wat er dan in iemands carrière gebeurt en de factoren die dat beïnvloeden, in positieve en in negatieve zin.’’

Lees de beste artikelen op het gebied van werk en carrière via onze wekelijkse nieuwsbrief!