Volledig scherm
Tim van Stiphout in de noodopvang voor passanten in D'n Herd. © FotoMeulenhof

Daklozen in Zuidoost-Brabant zetten zich schrap: 'Je moet in beweging blijven, anders bevries je'

EINDHOVEN/HELMOND - Het gaat streng vriezen. Dak- en thuislozen zetten zich schrap.  Opvangcentra zetten de deuren wijd open. ,,We laten nu niemand op straat slapen."

In een hoek van de huiskamer van opvanghuis Het Hemeltje voor dak- en thuislozen aan het Hemelrijken in Eindhoven staat een glazen kastje.Daarin staan zeven foto's:  zes mannen en een vrouw. Het zijn de daklozen die de winter van 2017 niet hebben overleefd. ,,Nu hebben we nog niemand verloren", zegt coördinator Marlies de Weijs. Maar of dat zo blijft is de vraag. Er komt bittere kou aan. Fijn voor schaatsers, maar niet voor mensen die op straat leven. ,,Een hard en rauw leven", zegt De Weijs. 

Dat beaamt een 50-jarige Eindhovenaar die alleen anoniem zijn verhaal wil doen. Hij sliep vorige winter in een deels uitgebrand bestelbusje dat hij in een schuurtje had aangetroffen. De noodopvang 't Eindje aan de Mathildelaan was voor hem een jaar verboden terrein omdat hij een bewaker had geslagen. ,,Ik lag in dat busje wel beschut, maar het was binnen min tien, net als buiten. Ik heb een waterdichte mummieslaapzak met capuchon. Daar stop ik dan kranten in, dat isoleert."

Winteropvang-regeling 

Met een nachttemperatuur vanaf min 5 geldt de winteropvang-regeling. Dan laten de opvangcentra de normale toegangsregels even voor wat ze zijn. ,,We laten nu niemand op straat slapen", zegt Tim van Stiphout, teamcoördinator van Huize D'n Herd in Helmond. Naast de 58 'vaste' bewoners kunnen daar normaal zes dakloze passanten de nacht doorbrengen. Maar iedereen die zich om half zes 's middags bij het ijzeren hek aan de Bindersestraat meldt krijgt nu een plaatsje. ,,We leggen matrasjes neer of regelen meer bedden", zegt Van Stiphout. ,,We hebben een volle kledingkast. Wie dat nodig heeft kan een winterjas meenemen of een paar stevige schoenen."

In de dagopvang van het Leger des Heils aan de Visserstraat in Eindhoven zitten elke dag van tien tot één uur circa zeventig daklozen binnen. Zij krijgen een maaltijd en, als dat nodig is, extra kleding. In de zaal zitten de gasten, onder wie enkele vrouwen, in groepen bijeen. Linksachter de Polen, bij de deur de Afrikanen, in het midden de allochtonen.

Een van hen is Ron (53). In een boodschappentas draagt hij zijn laatste bezittingen: een tablet-computer en handschoenen. Ooit dreef de Eindhovenaar een groothandel en had geld zat. Maar nu zit hij diep in de misère, financieel en geestelijk. ,,Ik word regelmatig opgenomen in De Grote Beek." Zijn laatste overdekte woonplek was een gevangeniscel. Sinds zijn vrijlating, vijf maanden terug, is hij dakloos. ,,Ik slaap  bij 't Eindje, maar daar moet je om acht uur 's ochtends weer weg. Dan loop ik wat op straat, soms even opwarmen in De Heuvel." Hij draagt een leren jas en een wollen das. ,,Maar de kou gaat daar op den duur doorheen, het trekt in je lijf."

Quote

Je moet in beweging blijven, anders bevries je.

Albert (32)

Aan het tafeltje met Polen zit Albert (32). ,,Ik mag soms binnen in 't Eindje, maar niet altijd. Dan moet ik de nacht op straat doorbrengen. Dan blijf ik maar lopen. Je moet in beweging blijven, anders bevries je." Hij hoopt dat hij met de winterregeling van nu wel altijd een slaapplaats kan bemachtigen.

Opvang-coördinator Maarten Bokdam van het Leger des Heils ziet in de wintermaanden een toename van arbeidsmigranten uit Oost-Europa die op straat belanden. "Ze komen hier voor seizoenarbeid, maar als dat  werk er niet meer is staan ze vaak zonder inkomen op straat." Voor een uitkering komen zij meestal niet in aanmerking. Albert: ,,Dat is discriminatie." 

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Eindhoven