Volledig scherm
Dijkgraaf Lambert Verheijen. © Van Assendelft Fotografie

Dijkgraaf Lambert Verheijen: uitspoeling mest objectief gaan meten

EINDHOVEN - Om de effecten van het uitrijden van mest op de waterkwaliteit in de hand te houden, moet een systeem van objectieve metingen komen. Dat zegt dijkgraaf Lambert Verheijen van waterschap Aa en Maas naar aanleiding van nieuwe berichten over de omvang van de mestfraude.

Voor Verheijen stond al langer vast dat de mestfraude een aandeel had in de slechte waterkwaliteit. Want ondanks scherpere mestregels en ecologische maatregelen verbeterde die in de afgelopen jaren niet. ,,We wisten al langer dat er ergens een gat zat”, zegt Verheijen. ,,De omvang en het structurele karakter van de mestfraude worden nu duidelijk", stelt de dijkgraaf naar aanleiding van onderzoek van NRC Handelsblad.

Van de 56 transporteurs, handelaren, verwerkers en bemiddelaars van dierlijke mest in Brabant en Limburg zijn 36 bedrijven in de afgelopen jaren veroordeeld, beboet of verdacht, is de conclusie van NRC.

Sensoren

Met behulp van sensoren zou het schadelijke effect van mest op de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater kunnen worden vastgesteld, zegt Verheijen. ,,Met een sensor die een boer achter zijn veld hangt, kun je actueel meten wat er aan fosfaten en stikstof wordt uitgespoeld.”

Hij pleit voor gebiedsgerichte handhaving op basis van Europese normen. Daarmee zou per watergang – sloot of slootjes – kunnen worden bepaald wat boeren maximaal aan mest mogen uitrijden. Waterschappen, gemeenten, provincies en boerenorganisaties zijn al over zo'n systeem in gesprek, zegt Verheijen.

Haken en ogen

Volgens ZLTO-voorzitter Hans Huijbers zitten de nodige haken en ogen aan zo’n systeem. Het is niet zomaar te bepalen wie exact voor bepaalde uitspoeling verantwoordelijk is, stelt hij. ,,Aan sommige sloten zitten wel tien of twaalf eigenaren van de grond.”

In samenwerking met indebuurt Eindhoven