Volledig scherm
Eindhoven, Heihut/Johanna (1910-1916). © robert van willigenburg

Fotograaf maakt boek over vroegere wielerbanen in de regio

EINDHOVEN - Veel duidelijker kan een boek-titel niet zijn: 'Hier lag een wielerbaan.' Freelance fotograaf Robert van Willigenburg maakte 160 foto's van plekken waar ooit werd gekoerst, en schreef er steeds een kort geschiedkundig verhaaltje bij.

Meer dan tweehonderd open wielerbanen waren er in Nederland, in de eerste helft van de twintigste eeuw. Meestal waren ze van hout, beton of sintels. Of van aangestampt gruis met een leem- of cementlaag. Zand of gras kon ook. Vanaf 1885 tot aan de hoogtij-jaren rond 1930 trokken wedstrijden op de banen honderden bezoekers.

Landkaarten

Van alle Nederlandse banen lag zowat de helft in Noord-Brabant. Eindhoven telde er dertien, heeft Robert van Willigenburg geteld. De fotograaf zocht in kadasterarchieven, op oude landkaarten, in kranten, en vond. Hij reisde het hele land door en legde vast wat er tegenwoordig te zien is op de precieze plekken waar vroeger een wielerbaan lag.

Zo belandde Van Willigenburg in Eindhoven in het Gloeilampplantsoen, waar wielervereniging Traplust rond 1910 een baan aanlegde, eerst van zand, drie jaar later van hout. In het Eindhovensch Dagblad van 26 juni 1933 trof hij lovende woorden over de baan van Budel: 'Budel beschikt over een magnifieke wielerbaan, welke de Eindhovensche pistes in vele opzichten overtreft. Ook de accommodatie is beter. Werkelijk!' De Budelse baan is er niet meer, een café aan de Maarheezerweg heet nog wel steeds De Wielerbaan.

Vrolijke Sportbroeders

De plekken die Van Willigenburg bezocht zijn nogal uiteenlopend. Middenin wat nu De Efteling is, bij de stoomcaroussel, lag vroeger een baantje. In Helmond legden De Vrolijke Sportbroeders in 1909 een zandbaan aan aan het Rooseind. Twee jaar later kreeg Helmond aan de Mierloseweg de eerste houten baan, aangelegd door timmerman en fietsenmaker Piet Rox, die voor de baan en zijn eigen fietsen de merknaam Superbe verzon. De baan van Rox bleef een paar jaar liggen, waarna hij ermee ging reizen, in ieder geval naar Heerlen. Kwestie van de piste latje voor latje afbreken en elders weer opbouwen.

Coureurs als Jan 'Kanonbal' Pijnenburg uit Tilburg en Waalwijker Frans Slaats maakten de dienst uit op de piste, in de jaren voor de oorlog. Uit Eindhoven kwam Jan van Hout, wiens vader een wielerbaan bezat bij De IJzeren Man.

Tekst gaat verder onder de foto

Volledig scherm
Gemert, Oudestraat (1932). © robert van willigenburg

Jan van Hout verbeterde in 1933 het werelduurrecord van de Zwitser Oscar Egg. Dat gebeurde op de baan van Maasniel, bij Roermond. 44.588 kilometer legde Van Hout af in zestig minuten.

Op de plekken die Van Willigenburg vastlegde, is niets meer te zien van de banen van weleer. Dat maakt het voor hem juist interessant. ,,Iedereen slaat aan op de nostalgie", zegt hij. Maar voor de fotograaf kwam meer samen in de zoektocht. Liefde voor de wielersport, de wil om zich als freelancer te onderscheiden, de behoefte om een geschiedkundig verhaal te vertellen. 

Onderzoek

Dat verhaal is nog niet af. In Noord-Brabant moeten volgens Van Willigenburg zo'n tachtig baantjes zijn geweest. Hij traceerde er 65. ,,Uiteindelijk mis ik een paar exacte locaties. Zo zijn er onder meer in Gerwen/Nuenen, Lage Mierde, Lieshout en Tongelre banen geweest die meer dan incidenteel zijn gebruikt, waarvan ik de plek niet of nét niet gevonden heb. Daar is dus meer onderzoek voor nodig."

Samen met het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in Den Bosch, gaat Van Willigenburg een website bouwen. ,,Daar ben ik blij mee. Ik ben van plan alle Brabantse baantjes te gaan zoeken. Daarvoor gaan we mensen nog actiever vragen waar die lagen."

Volledig scherm
Bladel, Van Disselstraat (1932). © robert van willigenburg

In samenwerking met indebuurt Eindhoven