Volledig scherm
Carlijn Bouten, hoogleraar BioMedische Technologie, Technische Universiteit Eindhoven © Bart van Overbeeke

Hoogleraar TU/e leidt onderzoek naar gebruik biomateriaal

EINDHOVEN - Nierfalen, hartfalen, versleten wervels. Onderzoek naar biomaterialen moet patiënten nieuw perspectief geven.

De overheid steekt 18,8 miljoen in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe biomaterialen. Die moeten het lichaam aanzetten tot het zelf maken van nieuwe bloedvaten, bot en kraakbeen. Als dat klusje is geklaard, lossen de materialen langzaam op en verdwijnen uit het lichaam. Met deze materialen zouden hartfalen, nierfalen en versleten tussenwervelschijven in de toekomst door het lichaam zelf worden genezen Het onderzoek wordt uitgevoerd door een cluster van wetenschappers uit Eindhoven, Utrecht en Maastricht, onder leiding van Carlijn Bouten, hoogleraar aan de TU/e.

Steeds meer mensen lijden aan een chronische ziekte. Dat veroorzaakt veel leed en leidt tot enorme kosten. Een groep materiaalwetenschappers, celbiologen, weefseltechnologen en artsen in Nederland wil nu biomaterialen onderzoeken en ontwikkelen die in het lichaam zelf het herstel in gang zetten. Daarna moeten die langzaam oplossen en uit het lichaam verdwijnen.

Onderzoek
Het onderzoek richt zich onder meer op nieuw bot, kraakbeen, hartkleppen en bloedvaten. „Wij willen doorgronden hoe zich in het lichaam nieuw weefsel vormt in geïmplanteerde mallen die langzaam oplossen”, zegt Carlijn Bouten (1967).

De TU/e-hoogleraar Biomedische Technologie is programma-coördinator van het onderzoek. Bouten verwierf bekendheid met de ontwikkeling van lichaamseigen hartkleppen van afbreekbaar biomateriaal. Na plaatsing in het lichaam trekken ze cellen aan die een nieuwe, gezonde hartklep vormen. Het tijdelijke materiaal breekt daarna langzaam af. Het onderzoek waar nu overheidsgeld voor komt, is gebaseerd op hetzelfde principe. „Dat zelf herstellen, het regenereren, willen we ook ontwikkelen voor organen.”

Het bedrag is bedoeld voor tien jaar. De drie universiteiten leggen er samen zes miljoen bij. De wetenschappers verwachten dat we over zo’n tien tot twintig jaar toepassingen gaan zien.

Alle bij elkaar is bijna 25 miljoen euro beschikbaar voor een periode van tien jaar. „Met dit geld kunnen we het onderzoek enorm versnellen. We gaan de drie laboratoria uitbreiden en promovendi en talentvolle onderzoekers aantrekken. Het bijzondere is dat ingenieurs, biologen en artsen in dit onderzoek samenwerken. Die kruisbestuiving is uniek”, stelt Bouten. „Nederlands onderzoek op dit gebied is wereldwijd leidend en die positie moeten we behouden.

Doelstelling
Belangrijk is ook onze doelstelling om de vindingen uiteindelijk via bedrijven naar de markt te brengen zodat patiënten, de maatschappij en de economie er baat van hebben. Dat kan wel tien tot twintig jaar duren. We hebben ook twintig jaar gewerkt aan het onderzoek naar de hartkleppen”, benadrukt Bouten. „En we moeten daarvoor samenwerken met de industrie. Er zijn nu nog geen grote bedrijven die werken aan dit onderwerp. Omdat het zo risicovol is. Dat moeten wij van onderaf aanjagen. We boeken al successen, zoals de hartkleppen die vorig jaar voor het eerst zijn toegepast bij mensen. En zo’n grote subsidie heeft een zwaan-kleef-aan werking.”

Carlijn Bouten (1967) studeerde Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Toen ze aantrad bij de TU/e, begin jaren negentig, was ze de eerste die er met levende cellen ging werken. In 1995 promoveerde ze als biomedisch ingenieur. Sinds 2010 is zij hoogleraar aan de TU/e.

Volledig scherm
Carlijn Bouten, hoogleraar Biomedische Technologie TU/e © Bart van Overbeeke

In samenwerking met indebuurt Eindhoven