Volledig scherm
Steven Rooks (links) en Gert-Jan Theunisse tijdens de Tour de France van 1988. © AFP

Janssen wás het verderfelijke systeem

OPINIEDe auteur John Graat is redacteur van het ED, als journalist volgde hij jarenlang het wielrennen.

Het waren artsen , de Raspoetins van het peloton, die renners aan doping hielpen. Jarenlang beriepen zij zich op hun medisch beroepsgeheim. Kennelijk geldt dat nu niet meer.

Huisarts

Peter Janssen droomde er als jongen van beroepswielrenner te worden, maar hij had geen talent en werd huisarts in Deurne. Als dokter kwam hij in de jaren tachtig toch in het peloton terecht. Hij ging renners begeleiden. Hij hield het niet bij toezicht op hun gezondheid, Janssen deinsde er niet voor terug mensen als Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks vers bloed te injecteren. Een dag na zo'n bloedtransfusie zag hij ze in de Tour de berg op vliegen. Dat gaf de huisarts een kick. Met het behandelen van zieke mensen had het niets te maken.

Janssen vertelde het allemaal zelf, afgelopen zaterdag in de Volkskrant. Als 'dopingdokter' deed hij een boekje open over zijn praktijken. Heb ik er van opgekeken, vroegen veel mensen mij. Van 1995 tot 2008, de hoogtijdagen van de epo, heb ik het professionele wielrennen op de voet gevolgd. Over Janssen gingen altijd veel verhalen. Renners gingen echt niet voor een trainingsadviesje of een ontstoken teen naar Deurne. Op vragen van journalisten over doping gaf hij nooit antwoord. Hij hield zich schuil, zeker toen meer bekend werd over het massale gebruik van epo. Janssen kon zich beroepen op zijn medisch beroepsgeheim. Wat hij in zijn spreekkamer uitvoerde, hoefde hij met niemand te delen.

Beroepsgeheim

Nu heeft hij dat toch gedaan, op 75-jarige leeftijd, vanuit zijn huis in Thailand. Tot in details vertelt Janssen wat hij uitspookte. Met Rooks en Theunisse, Eddy Bouwmans en jawel, Leontien van Moorsel. Dat hij daarmee zijn beroepsgeheim schendt, vindt hij niet meer tellen. Het waren geen patiënten maar gezonde mensen, is zijn verweer. Maar, dat waren ze destijds toch ook? Waarom gaf hij ze dan toch zware medicijnen, zoals epo, eigenlijk bedoeld voor nierpatiënten?

Dat hij ook Van Moorsel erbij lapt, steekt mij extra, ik geef het eerlijk toe. Leontien komt net als ik uit Boekel, we zijn leeftijdsgenoten en ik heb haar lang intensief gevolgd. Ik had met haar contact in de donkerste jaren van haar loopbaan, midden jaren negentig, ik was er bij toen ze de moeilijke weg terug bekroonde met de wereldtitel tijdrijden in 1998 en ik was de eerste die zij na een olympische wegtitel omhelsde, in een regenachtig Sydney, waar ik als journalist achter de dranghekken op de eerste quote stond te wachten. Tinus en ik hadden een goede band.

Bewondering

Uiteraard heb ik ook voor haar nooit de hand in het vuur gestoken, als het om doping gaat, maar ik had bewondering voor haar grenzeloze inzet, en hoe ze als Boekels meisje van eenvoudige komaf opklom tot een nationale diva. Leontien ontkent niet echt dat ze ooit epo gebruikte, ze erkent het ook niet. Eigenlijk doet haar verdediging er niet toe. Waar rook is, is vuur. Ook gij Tinus! Mensen als Michael Boogerd, Jeroen Blijlevens en Lance Armstrong kozen er uiteindelijk zelf voor de waarheid te vertellen, Van Moorsel had er misschien ook beter aan gedaan zelf haar mond open te doen. Nu krijgt ze een aanval in de rug, van een man die zij altijd heeft vertrouwd.

Janssen beweert dat hij het heeft verteld omdat 'het systeem' op de schop moet. Hij bedoelt het verderfelijke dopingsysteem. Janssen was echter zelf het systeem. Hij en andere wielerartsen als Rijckaert (Festina), Leinders (Rabobank), Michailov (TVM), Terrados (ONCE) en Fuentes (Spanje) gaven het dopingsysteem een stevige ruggengraat. Zij konden bij de medicijnen waarvoor normale lieden een doktersbriefje moeten hebben. Zij experimenteerden met nieuwe middelen. Zij vulden hun zakken met het begeleiden van toprenners. Het kietelde hun ego als door hen geprepareerde renners naar grote hoogten stegen. En als iemand hen er naar vroeg, beriepen ze zich op hun ambtsgeheim. Ze waren de Raspoetins van het peloton.

Arme marionetten

Waren die renners dan slechts arme marionetten van de witte jassen? Natuurlijk niet. Die besloten zelf doping te gebruiken. Bij TVM kochten de renners zelf epo en ook Armstrong bepaalde zelf wat hij nam, en zijn teamgenoten. Maar het waren artsen van het type-Janssen die hen begeleidden en de gelegenheid boden. Mannen die ooit een eed hadden afgelegd dat het in hun werk erom draait mensen beter te maken.

In het Volkskrant-interview vertelt Janssen hoe nauw de banden waren met de 'dopingjagers' van de internationale wielerunie UCI. Met de Limburger Lon Schattenberg, jarenlang de rechterhand van voorzitter Hein Verbruggen en de hoogste medische baas van de UCI, zat Janssen in een fietsclubje. Ook met andere hoge UCI-mensen nam Janssen de nieuwste, 'medische' ontwikkelingen door. Het geeft aan hoe verziekt het systeem was.

Dat systeem is de laatste tien jaar op de schop gegaan. De wielersport is schoner geworden, daarvan ben ik overtuigd. Mede omdat lieden als Janssen uit de sport zijn verdwenen, al zal geen enkele topsport ooit van doping gevrijwaard zijn. Zeker het loodzware wielrennen niet. Maar dat uitgerekend Janssen zich nu opwerpt als strijder voor schone sport, is wat je noemt een gotspe.

In samenwerking met indebuurt Eindhoven