Kunstenares Leonie Maréchal: Ergens ben ik wel trots op Strijp

Mijn EindhovenEINDHOVEN - Beeldend kunstenares Leonie Maréchal heeft Eindhoven zien veranderen. ,,Strijp wordt nu opgehemeld. Ergens ben ik daar wel trots op.”

Volledig scherm
Leonie Maréchal © FotoMeulenhof

Maréchal (68) stelt voor af te spreken op haar favoriete plek in Eindhoven, bij het paviljoen in het Philips de Jongh Wandelpark. In het naburige Drents Dorp groeide ze op, in het park liggen talloze jeugdherinneringen. Als kind kwam ze er salamanders en hagedissen kijken en paddenstoelen, van die klassieke rode met witte stippen. ,,Ik kom hier nog steeds graag, warme chocolademelk drinken in de winter, het hele jaar door fotograferen en m’n hoofd leeg maken.”

KEK 040
Als mede-initiator van het platform KEK 040 (Kollektief Eindhovense Kunsten) en jarenlang organisator van de Atelierroute – onder meer - speelt Maréchal haar rol in de Eindhovense kunstwereld. Als ze in de toekomst kijkt, ziet ze een stad die vooruit gaat en bruist. Kijkend naar het verleden komt ze uit in de Canadastraat in het Drents Dorp. Daar had Maréchal een sobere jeugd. Haar ouders kwamen allebei uit Philipsdorp. Vader Piet werkte bij Philips als fabrieksarbeider en later bij Jos van der Meulen, verwarmingen. ,,,Hij was eigenlijk invalide, want in de oorlog werd hij overreden door een Duitse tientonner. Hij had het niet zo gemakkelijk.” Toch kwamen de kinderen Maréchal niks tekort en overheersen herinneringen aan gelukkige momenten. ,,Op het Meidoornplein werd op 18 september altijd gedanst. Ik was daar niet weg te slaan.”

Behalve het Philips de Jongh Wandelpark was er nog een topattractie voor Leonie en haar broer Pierre in de buurt van het Drents Dorp. Het Evoluon. ,,Ik heb gezien hoe het werd gebouwd en heb het ook getekend. Daar ben ik al vroeg mee begonnen, tekenen. Het Evoluon was niet gemakkelijk, met de ronde vormen en een V-pilaar middenin het gebouw. Voor ons was het een heel inspirerende plek. Het is jammer dat er nu zo weinig mee gedaan wordt, het is toch een icoon van de stad.”

Andere sfeer
De sfeer uit haar jonge jaren is verdwenen uit Eindhoven, constateert Leonie Maréchal, die na haar huwelijk met Ad van Oers op verschillende plekken in de stad woonde, en ook een tijdje in Nuenen. In de Edelweisstraat in Stratum hadden ze het snel bekeken. ,,Daar zaten mensen op matrassen op straat. Dat was voor ons een raar gezicht en het was een van de redenen om er weg te gaan.”

In De Achtse Barrier groeiden de twee dochters van Maréchal op. ,,We hebben er ongeveer 23 jaar gewoond, op een fijne plek, heel groen. Door het bouwen leerden we iedereen kennen, en door de kinderen die er naar school gingen ook. Waar we nu wonen, in Blixembosch, is dat heel anders. We hebben nu niet zo veel contact in de buurt. Er wonen veel jongeren, die zijn allemaal aan het werk.”

Eindhoven wordt sowieso steeds meer een stad voor jongeren, denkt Maréchal. ,,Ik weet wel dat Eindhoven de stad is van de toekomst, met design en high tech, en dat de stad bruist. Maar ik denk ook wel eens: vergeet de ouderen niet. Voor jongeren zijn er festivals en evenementen, voor ouderen niet. Ik zou zeggen: organiseer ook eens een festival voor mensen van zestig, zeventig jaar. Ik weet ook wel dat we vooruit moeten en ik probeer ook flexibel te blijven, maar toch.”

Gemengde gevoelens
Strijp-S bezorgt Leonie Maréchal gemengde gevoelens. ,,Mijn vader werkte vroeger in het Klokgebouw op Strjjp-S. Vroeger was het gesloten gebied en nu is het open. Dat is positief, maar als ik er nu rondloop denk ik vooral aan vroeger. Ik zie de Belgische bussen met arbeiders nog rijden. Ik denk dat Strijp-S zoals het nu is nog veel nodig heeft om echt iets te worden. Wat me de laatste tijd vooral opvalt: Vroeger wilde niemand in Strijp wonen. Er werd in mijn beleving een beetje op ons neergekeken, al heeft mijn broer dat gevoel niet. Nu wordt Strijp het helemaal opgehemeld. Dat komt ook door Piet Hein Eek, met zijn werkplaats op Strijp R. Strijp is tóch iets geworden. Daar ben ik ergens wel trots op.”

Volledig scherm
Leonie Marechal © Ruud Ritzen

In samenwerking met indebuurt Eindhoven