Volledig scherm
Foto ter illustratie. © anp

Minister: uitleg over 'diepgewortelde' mestfraude

EINDHOVEN - De mestfraude is ook in Oost-Brabant 'omvangrijker en structureler' dan eerder gedacht. De nieuwe landbouwminister Schouten eist opheldering van de sector.

Geschrokken reageren minister Schouten, dijkgraaf Lambert Verheijen en boerenvoorman Hans Huijbers op nieuwe inzichten in de omvang van de mestfraude. In Oost-Brabant en Limburg lijkt die diepgeworteld, zo blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad. Van de 56 transporteurs, handelaren, verwerkers en bemiddelaars van dierlijke mest in Brabant en Limburg zouden 36 bedrijven in de afgelopen jaren veroordeeld, beboet of verdacht zijn.

Landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie) eist vandaag al uitleg van de sector. Dat ,,de mestwereld - op zijn zachtst gezegd - niet brandschoon is'', was volgens Schouten al bekend. ,,Maar dit geeft wel aan dat het diep zit en dat er kennelijk op tal van fronten wordt samengewerkt."

Veehouders mogen slechts een deel van de varkens- en koeienmest uitrijden. Dit ter voorkoming van een overschot aan fosfaat en stikstof in de grond. De rest moet worden afgevoerd. De boer wil die vruchtbare mest echter liever op zijn land uitrijden en de transportkosten van zo'n 1000 euro per vracht besparen,  stelde NRC Handelsblad. Boeren zouden samenspannen met transporteurs en doen alsof ze mest vervoeren. De administratie in hun mestboekhouding klopt, in de praktijk rijden vrachtwagens leeg heen en weer.

Besodemieteren

Voorzitter Hans Huijbers van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO)  neemt direct 'afstand van de fraudeurs, die willens en wetens omwille van enkel geldelijk gewin, de boel besodemieteren'. ,,Dit probleem moeten we oplossen, in het belang van de veehouders, het imago van de sector en  van omgeving en milieu", zegt Huijbers.

Voor dijkgraaf Lambert Verheijen van waterschap Aa en Maas stond al langer vast dat de mestfraude een aandeel had in de slechte waterkwaliteit. Want ondanks scherpere mestregels en ecologische maatregelen verbeterde die in de afgelopen jaren niet. ,,We wisten al langer dat er ergens een gat zat”, zegt Verheijen. ,,De omvang en het structurele karakter van de mestfraude worden nu duidelijk."

Om de effecten van het uitrijden van mest op de waterkwaliteit in de hand te houden, moet als het aan Verheijen ligt een systeem van objectieve metingen komen. Met behulp van sensoren zou het schadelijke effect van mest op de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater kunnen worden vastgesteld. ,,Met een sensor die een boer achter zijn veld hangt, kun je actueel meten wat aan fosfaten en stikstof wordt uitgespoeld.”

Verheijen pleit voor gebiedsgerichte handhaving op basis van Europese normen. Daarmee zou per watergang – sloot of slootjes – kunnen worden bepaald wat boeren maximaal aan mest mogen uitrijden. Waterschappen, gemeenten, provincies en boerenorganisaties zijn al over zo'n systeem in gesprek.

Volgens boerenvoorman Huijbers zitten de nodige haken en ogen aan de uitvoering. Het is niet zomaar te bepalen wie exact voor bepaalde uitspoeling verantwoordelijk is, stelt hij. ,,Aan sommige sloten zitten wel tien of twaalf eigenaren met hun grond.”

In samenwerking met indebuurt Eindhoven