Volledig scherm
Angela Nuismer-Jeurissen: "Vrienden van mij zeggen wel eens: dat jij je kinderen in Woensel-West laat opgroeien..." Foto Kees Martens

Moeder in Woensel-West (deel 1)
'Ik ben hier altijd gelukkig geweest'

In Woensel-West, een van de drie Eindhovense 'krachtwijken', is de afgelopen jaren veel veranderd. Sinds de prostitutie werd gereguleerd, zijn de drugshandel en aanverwante criminaliteit flink teruggedrongen. In deze meest gemengde volksbuurt van de stad valt echter nog veel te verbeteren. Drankmisbruik, geluidsoverlast en vervuiling zijn bovengemiddeld. De werkloosheid is er het hoogst en het doorsnee-inkomen het laagst van alle buurten in Eindhoven. Omdat veel huizen slecht zijn, staat een grootscheepse wijkvernieuwing voor de deur. Hoe is het om moeder te zijn in Woensel-West? Angela Nuismer vertelt.

"Ik ben geboren in Woensel-West. Op het Snelliushof. Toen ik 5 jaar oud was, ben ik met mijn moeder verhuisd naar de Brugmanstraat, de straat waar ze is geboren. Toen ik op mezelf ging wonen, kreeg ik een woning in de Edisonstraat. Dat was een slecht huis, vooral voor mijn oudste zoon, omdat hij astma had. Ik heb er twee jaar gewoond. Na veel zeuren bij woningbouwvereniging Trudo kreeg ik de woning naast die van mijn moeder. Ik ben een mama's-kindje. Zeven dagen per week ben ik bij mijn moeder. Ze kampt met haar gezondheid, dus komt het goed uit dat ik naast haar woon.


De straat is fijn en voelt vertrouwd. Omdat ik er al 25 jaar woon, weet ik eigenlijk niet beter. Eerst woonden er veel ouderen, maar de laatste jaren zijn vooral in de koophuizen tegenover veel jonge gezinnen komen wonen. Dat is prettig. Een van mijn andere buren is Toos Bosch, die actief is met buurtwerk. Zij nam mij vroeger als kind mee naar speeltuinen en pretparken. Hetzelfde doet ze nu met mijn kinderen. Dat vind ik mooi.


Als ik op bezoek ben bij kennissen in andere Eindhovense wijken, merk ik dat ze hun buren vaak niet eens kennen. Hier kent iedereen elkaar. Dat komt doordat de mensen vaak buiten zitten. Ze zijn betrokken bij elkaar. Als mijn kinderen op straat spelen en ik word naar binnen geroepen, is er altijd wel iemand die op ze let. En als ik ze een paar minuten niet zie, krijg ik niet meteen een paniekaanval, omdat ik erop kan vertrouwen dat iemand weet waar ze uithangen.


Eens per jaar organiseren we een barbecue. De mensen in de koophuizen doen dan ook mee. Het scheelt dat er in de Brugmanstraat koopwoningen staan. Dat maakt de straat beter. Waar we een tijdlang problemen mee hebben gehad, was met de opsplitsing van woningen door huisjesmelkers. Eerst woonden er voornamelijk studenten, later ook anderen. Daar waren van die aso-types bij die voor een paar honderd euro in de maand een kamertje huurden en midden in de nacht met fietsen gingen gooien en zo.


Over andere straten in Woensel-West kan ik niet zo meepraten, maar ook in de Edisonstraat heb ik geen slechte ervaringen. Wel is het een groot verschil dat de Edisonstraat een doorgaande straat is, waardoor je vaak last hebt van geschreeuw van dronken mensen die op stap zijn geweest.


Sommige straten in Woensel-West zijn bijna helemaal buitenlands. Het lijkt me niet goed als je kind op straat speelt en er wordt alleen maar Turks gesproken. Niet dat ik iets tegen buitenlanders heb hoor. Ze zijn erg vriendelijk. Een paar keer per week komt de Turkse mevrouw van hier op de hoek voorbij gelopen met een doos zelfgemaakte broodjes. Als je tegen haar zegt hoe lekker ze ruiken, krijg je er een.


De taal was ook de reden dat ik mijn oudste naar een andere school heb gestuurd dan waar ik zelf op gezeten heb. Hij zou de enige zijn geweest van Nederlandse ouders. Nu is dat overigens alweer anders. Op mijn oude school gaat het weer in de richting van een evenwicht tussen wit en zwart.


Dat de buurt erom bekend staat dat de verschillende bevolkingsgroepen zo goed met elkaar omgaan, begrijp ik wel. Ook dat is het gevolg van het buitenleven. Als de zon maar even schijnt, loop ik naar buiten met een bak koffie. Dan duurt het niet lang of er komen anderen bij staan om te kletsen. Dat schept meer samenhang dan in wijken waar mensen de deur uit komen om in hun auto te stappen en elkaar verder niet zien.


Of ik tevreden ben met mijn huis? Ja en nee. Onze woning is vrij klein en heeft geen zolder. Beneden hebben we een speelkamer aangebouwd. De kamers boven zijn net kippenhokken, zo klein. Daarom hebben mijn man en ik wel eens overwogen te verhuizen. Maar onze oudste wil niet weg. Als wij verhuizen, gaat hij bij zijn oma wonen, heeft hij gezegd.


We betalen 306 euro huur per maand. Een van de aantrekkelijkheden van Woensel-West is dat de huren er laag zijn. Wat er met ons huis gaat gebeuren bij de renovatie van de wijk is nog onduidelijk. Mogelijk komt het in de verkoop. Maar wordt het eerst verbouwd en dan verkocht? Dat is de vraag. Het dak is slecht en de leidingen laten te wensen over. Als het gerenoveerd wordt, blijf ik met liefde en plezier hier wonen. Ik verwacht dat dat ook wel zal gebeuren.


Woensel-West staat bekend als een arme wijk, maar arm heb ik het nooit gehad. Mijn man is stoffeerder van beroep. Hij heeft flink 'gehopt' van de ene naar de andere baan, maar hij heeft altijd vast werk gehad. Tegenwoordig is hij servicemonteur. Zelf heb ik de meao gevolgd, maar ik doe er momenteel niets mee. Wel werk ik drie uur per week in de schoonmaak. Mijn man en ik zitten onder het gemiddelde inkomen, maar ik ga er niet onder gebukt.


Door de invoering van de euro is het voor veel mensen moeilijker geworden rond te komen. In sommige gezinnen in de wijk heersen ellendige toestanden. Dat hoor ik vaak. Echte armoe komt meestal voor in eenoudergezinnen. Moeders die er alleen voor staan met de kinderen… Die hebben het zwaar.


Vroeger hadden we in de straat veel overlast van de drugspanden die er waren. Sinds ze zijn opgeruimd is het beter. De straatprostitutie van heroïnehoertjes is opgeschoven naar de andere kant van het spoor, waar ook de afwerkplekken zijn. Daardoor zwalken ze niet meer door de straat op zoek naar dealers.


De raamprostitutie, waar vroeger de Edisonstraat en de Galvanistraat om bekend stonden, zit nu op het Baekelandplein. Maar die gaf nooit veel problemen. Ik weet nog dat ik als kind aan mijn moeder vroeg wat die dames achter het raam deden. Ze zitten te zonnen, zei mijn moeder dan. Maar voor het straatbeeld is het beter dat ze weg zijn. Dan worden de kinderen er in elk geval niet mee geconfronteerd.


Iets anders is dat je je kinderen wilt beschermen tegen junks. Sinds het er een stuk minder zijn dan voorheen is het veel rustiger in de wijk. Maar: mocht je ooit een spuit vinden, niet aankomen en meteen mama of papa waarschuwen, heb ik tegen mijn kinderen gezegd. Gelukkig is het nog nooit gebeurd.


Sommige Eindhovense wijken zijn nog slechter dan Woensel-West. En junks kom je overal in de stad tegen. Maar kijk naar mij: ik ben opgegroeid met junks in de nabijheid en ik heb nooit aan de drugs gezeten, nog nooit een jointje gerookt zelfs, terwijl ik in andere buurten mensen ken die alles doen wat God verboden heeft.


Voor mijn kinderen ben ik niet bang dat ze later aan de drugs raken, ook al is er een coffeeshop vlakbij in de Edisonstraat. Mijn moeder zei altijd: als je drugs wilt proberen, doe het dan waar ik bij ben. Maar ik heb te veel ellende voorbij zien komen die gekke junken zichzelf aandoen. Dan denk ik: nee dankjewel, dat hoef ik niet.


Ik heb me altijd veilig gevoeld hier. Ik zag wel eens dat junks het met elkaar aan de stok kregen, maar gewelddadig naar mij toe zijn ze nooit geweest. Diefstal? Valt mee. Toen ik in de Edisonstraat woonde, is een keer mijn brommer gestolen en hier voor de deur mijn bankje. Ik moet het misschien afkloppen, maar verder is nog nooit iets weggehaald. In de gangen achter de huizen zijn poorten geplaatst. Dat scheelt, denk ik.


Waar ik me wel aan erger is aan de autowrakken in Woensel-West. Ze flikkeren alles maar de straat op. Er staan hier een oude legerwagen en een paar aftandse campers. Ook wordt er hard gereden in de straat. Vooral 's nachts. Daar zouden ze wat aan moeten doen. Daar staat tegenover dat het met het zwerfvuil in de buurt weer heel erg meevalt.


Met hangjeugd heb ik ook geen problemen. Volgens mij zie je ze bijna nergens meer in Woensel-West. Het was erger toen ik zelf jong was en rondhing op straathoeken. Wij hebben heel vaak moeten opzouten van de politie. Soms werden buurtbewoners helemaal gestoord van ons.


Achtergesteld omdat ik uit Woensel-West kom, heb ik me nooit gevoeld. Als dat gebeurt, kunnen ze de wind van voren krijgen. Ik ben niet op mijn mondje gevallen. Ik heb me er nooit voor geschaamd dat ik hier ben opgegroeid. Dat maakt mij ook sterker.


Vrienden van mij zeggen wel eens: dat jij je kinderen in Woensel-West laat opgroeien… Op die momenten merk je hoe slecht de naam van de wijk is. Het klopt dat je als moeder altijd wilt dat je kinderen het beter hebben dan je het zelf hebt gehad. Maar ik ben altijd gelukkig geweest hier. Daarom maakt het mij niet uit waar ze later gaan wonen. Als ze maar net zo gelukkig zijn.

Volledig scherm
Angela Nuismer-Jeruissen met haar kinderen. Foto Kees Martens
ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Eindhoven