Volledig scherm
Özcan Akyol. © Rob Voss

Özcan Akyol schrijft het tweede Groot Dictee Eindhoven

InterviewEINDHOVEN - Hij is verliefd op taal, schrijver en columnist Özcan Akyol, maar zelf bedankte hij meermalen voor deelname aan Het Nationaal Dictee. Op het verzoek om het tweede Groot dictee Eindhoven te schrijven, antwoordde hij verrast ‘ja'. “Ik vind het moedig dat mensen meedoen". 

Een emotionele band met Eindhoven heeft hij niet, maar met enige regelmaat is hij vanwege zijn columns in het Eindhovens Dagblad (en de andere regionale dagbladen van de Persgroep) hier voor lezingen te vinden. ,,Mijn broer heeft ook geruime tijd in Best gewoond, mijn neefjes en nichtjes zijn in het Máxima in Veldhoven geboren dus ik ben hier niet helemaal onbekend.”

Aan Akyol, alias Eus, de uitdaging om het dictee te schrijven met als thema ‘Eindhoven de sportiefste’. ,,Anders dan mijn voorganger Frits Spits heb ik een lopend verhaal gemaakt met een kop en een staart. Het is proza. Sport is er een thema in, maar ik heb een dictee geschreven waar iets in gebeurt. Soms is het ook grappig.”

Balans

De tekst schreef hij in een dag, maar eenvoudig was het niet. ,,Bij mij was de angst of het dictee niet te gemakkelijk is. Ik vind het Nationaal Dictee totaal over de top. Het is zoeken naar de balans tussen aan de ene kant de deelnemers prikkelen en aan de andere kant niet de mensen tot wanhoop drijven met ‘wat staat er hier nu weer’. Mijn hobby is wel archaïsch taalgebruik; ik ken veel woorden die in onbruik zijn geraakt. Ik moet me in mijn columns vaak inhouden, dan denk ik ’nee, dit is te gedateerd’.”

Wie mee schrijft, hoeft dus niet te vrezen voor een prozastuk vol moeilijke woorden. ,,Nee dat zou ik niet eerlijk vinden. Het gaat om dingen als samentrekkingen, je moet de spelregels weten. Wanneer gebruik je bijvoorbeeld een hoofdletter. Ik weet welke woorden mensen veelvuldig gebruiken maar die vaak fout gaan. Maar misschien onderschat ik wel hoe salonfähig ik ben. Ha dat is ook weer zo’n woord dat ik in het dictee niet zou gebruiken.”

Moedig

Tips als voorbereiding op deelname zijn er eigenlijk niet. ,,Dat kon je doen door de afgelopen twintig jaar veel boeken te lezen. Ik ben benieuwd naar het niveau van de deelnemers. Ik vind het moedig dat ze meedoen. Ik ben vaak gevraagd voor het Nationaal Dictee maar ik heb altijd nee gezegd.”

Quote

Ik ben benieuwd naar het niveau van de deelnemers. Ik vind het moedig dat ze mee doen.

Özcan Akyol

,,Weet je, ik ben nu 34 jaar en ik behoor tot de generatie die met ‘Word’ op de computer is opgegroeid. Schrijf je iets fout, dan komt er een rood lijntje onder, druk op de knop en het is verbeterd. Mijn generatie is lui in de spelling. Ik heb groot respect voor de taalkennis van de oudere generatie. Alhoewel, als die oude generatie tijdens hun jeugd ook de tablet had gehad, dan weet ik niet of het nu allemaal zo’n goede spellers waren.“

Akyol’s naam als schrijver is definitief gevestigd. Twee romans heeft de Deventenaar op zijn naam staan. Met zijn debuut ‘Eus’ in 2012, een semi-autobiografische schelmenroman, zorgde hij voor nogal wat reuring. Sindsdien schuift hij regelmatig aan bij televisieprogramma’s om zijn kijk op gebeurtenissen te geven. Of hij verwoordt ze in zijn columns voor de kranten van uitgeverij de Persgroep.

Provinciaal

,,Het was spannend of de lezer mij zou accepteren als columnist. Om mijn directheid, misschien op het botte af. Maar ik ben wel eerlijk. Ik ben een echte provinciaal. Niet lullen maar poetsen.” Een tweede roman ‘Turis’ bracht hij uit in 2016 en vorig jaar maakte Akyol de spraakmakende documentaire ‘De neven van Eus’. Een volgend programma is in de maak.

Waar gaat het in de nabije toekomst naartoe met Eus? ,,Het een sluit het ander niet uit. Ik doe veel, maar ik ben schrijver. Het allerleukste blijft schrijven. Ik zou mijn eigen hobby en passie verloochenen als ik dat niet zou doen. Ik ben verliefd op taal. Een paar jaar geleden hield ik moeilijke woorden die ik tegenkwam bij in een schriftje. Sommige woorden zijn esthetisch zo mooi of hebben een ritme. Neem ‘voluptueus’, prachtig. En dat het op ‘eus’ eindigt is toevallig.”

In samenwerking met indebuurt Eindhoven