Volledig scherm
EINDHOVEN - Muziekgebouw Eindhoven in de Heuvelgalerie © Jean Pierre Reijnen

Primarius geeft spel van Takács Quartet in Muziekgebouw Eindhoven vleugels

EINDHOVEN - Hoe vaak zou cellist András Fejér in de vijfenveertig jaar dat hij bij het Takács Quartet speelt een podium op en af zijn gelopen? 

Stel dat dit kwartet vijftig concerten per jaar geeft, dan komt dat neer op zo’n 2250 keer! Fejér oogt nog zo fris als een hoentje, en ook de liefde voor de muziek lijkt er niet onder te hebben geleden.

Hij is de cellist van het eerste uur, toen de vier oprichters nog studeerden aan de Franz Liszt Academie in Boedapest. Het hoogste streven van een oprecht musicus is de muziek los te spelen van de noten. Bij de meeste kamermuziekensembles ben je blij als het er per concert een paar momenten van komt, bij het Takács Quartet zijn die momenten meer regel dan uitzondering.

Dynamiek van uitersten 

Neem het wondermooie, gelaagde Adagio non lenta uit het strijkkwartet nr.2 in a opus 13 van Mendelssohn, de expressiviteit van de samenklank en de grote eenheid die dit viertal daarin bereikte. Of het spannende, schurende, maar op en top vocale kwartet nr.2 van Bartók, waarin een dynamiek van uitersten klonk. Of het innige langzame deel uit het kwartet in C opus 33 van Haydn, gespeeld met een fluweelzachte zangerigheid.

Zalige elasticiteit

In het spel van het Takács Quartet klinkt de traditie, de kennis en de ervaring van een half leven samenspelen door. Maar wat het vleugels gaf was het prachtige vioolspel van primarius Edward Dusinberre. Zijn toon ademde een zalige elasticiteit en helderheid, zijn rustige vibrato bracht warmte en ontspanning, zijn duidelijke articulatie reliëf en begrip.

In samenwerking met indebuurt Eindhoven