Volledig scherm
Een mestvergister nabij Odiliapeel. © FR076 Van Assendelft Fotografie

Stel strengere eisen aan mestfabriek

OPINIEDe auteur Martin Koenen uit Heeze is adviseur omgevingsrecht.

Wie roept dat grootschalige mestverwerking thuis hoort op een industrie-terrein heeft onvoldoende nagedacht over de gevolgen.

Grootschalige veefok

Oud-burgemeester Frits Speetjens betoogt in een open brief aan Provinciale Staten dat 'grootschalige veefok' thuis hoort op een industrieterrein (ED opinie 5 september). Ik houd me al enkele jaren met deze problematiek bezig, ook in verband met de vestiging van een mestverwerkingsfabriek op een industrieterrein in Venray. Daarnaast ben ik al geruime tijd bezig me te verzetten tegen voorstellen van de VNG om de regels voor vestiging van mestverwerking te versoepelen. Ik ben van mening dat dit niet mag gebeuren en dat de regels eerder strenger moeten worden.

Zeer recent heb ik dat ook aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State voorgehouden. Ook die moet onder andere wat de afstandsnormering betreft veel strenger worden. Geen vergunningen meer zonder garantie van 100 procent veiligheid voor de gezondheid!

Ik vrees echter dat de boerenlobby de overhand zal krijgen, of al heeft, en dat is gelet op andere belangen ongewenst en in het huidige tijdsgewricht onaanvaardbaar. Gelukkig is er nog geen besluit genomen.

Impact

In dit verband is het ook opvallend, dat de staatssecretaris schreef: 'Deze fabrieken zijn aangemerkt als categorie 5-activiteit. Voor grote fabrieken die mest gaan verwerken is dit een terechte indeling. Voor kleinere installaties en eenvoudige mestbewerkingstechnieken is de impact op de omgeving beperkter.' Er zal dus 'impact' zijn en dat is onaanvaardbaar.

Alles overziende ben ik van mening dat zeer centraal in het aanbodgebied op een minimale afstand van 500 meter van woningen en andere bedrijven dan agrarische, enkele grootschalige verwerkingsbedrijven kunnen worden gevestigd en dat dus gestopt moet worden met het mogelijk maken van kleinschalige verwerking van het overschot aan mest. Het is dus per definitie niet zo dat mestverwerkingsbedrijven op een industrieterrein thuishoren.

Solitaire bedrijventerreinen

Als het de bedoeling is van Speetjens om solitaire bedrijventerreinen voor mestverwerking te realiseren, zoals ik bedoel, dan ben ik het daarmee dus eens. Mijn stellingname is onder meer gebaseerd op de resultaten van onderzoek van het RIVM naar de volksgezondheid rondom bedrijven met intensieve veehouderij en op de naïeve wijze waarop - ook als gevolg van kennelijke onwetendheid - jarenlang met de gevolgen van Q-koorts is omgegaan. Ongelooflijk dat ongeveer 75 mensen aan Q-koorts zijn overleden en vele patiënten nog jarenlang de nadelige gevolgen daarvan ondervinden.

De kreet 'mestverwerking moet naar een industrieterrein' hoor je al jaren, ook hier en daar in de politiek. Maar ook die kreet wordt geuit door mensen die er onvoldoende over hebben nagedacht c.q. er onvoldoende van af weten! Op de eerste plaats werken op een industrieterrein ook mensen, die op geen enkele wijze aan gezondheidsrisico's mogen worden blootgesteld. Hoe goed mestfabrieken milieutechnisch ook worden ingericht, geen exploitant kan de garantie geven dat er geen problemen in de omgeving kunnen ontstaan.

Diergeneesmiddelen

Ik kan dit illustreren met een tweetal voorbeelden. Een bedrijf dat diergeneesmiddelen produceert die - gecertificeerd - wereldwijd worden verhandeld kan de deuren wel sluiten wanneer op een afstand van ongeveer 60 meter een mestverwerkingsfabriek wordt gevestigd. Dat geldt ook voor een bedrijf dat op iets grotere afstand ligt en dat verbandmiddelen in de ruimste zin van het woord produceert, en/of verpakt en verhandelt.

Bouw- en milieuvergunningen, tegenwoordig omgevingsvergunningen genoemd, mogen eenvoudig niet worden afgegeven indien er geen absolute garantie is dat er geen (gezondheids)problemen voor mens en dier kunnen ontstaan. Ook bestemmingsplannen, die de vestiging van dit soort bedrijven toelaten, moeten op dat onderdeel worden vernietigd.

In samenwerking met indebuurt Eindhoven