Volledig scherm
De politiek moet meer de stad in. © Fotopersburo van de Meulenhof bv

21 maart - een nieuwe democratische lente?

OpinieMario van Hamersveld en Harry Janssen zijn beiden voormalig extern voorzitter van de Rekenkamer Eindhoven. Zij vinden dat de werkwijzen van de lokale democratie te veel verankerd zijn in de praktijk van gisteren.

Politici en ambtenaren in veel gemeenten zijn vooral met zichzelf bezig, zo lijkt het. De griffier van Almere constateerde bij het afscheid van zijn collega in Eindhoven 'dat er een leeg midden is ontstaan in het lokaal publiek domein'. Er moet hard gewerkt worden 'om de lokale democratie een eigentijdse betekenis te geven'.

Onlangs stelde oud-ombudsman Brenninkmeijer dat burgers minder behoefte hebben aan politiek, maar meer aan democratie. Sommigen wensen meer toekomstgerichtheid: met name digitalisering dient daarbij een stevige rol te krijgen. Men wil ook een 'experimenteel bestuur': doorlopend vooruit, stap voor stap.

Democratie

De vraag is: hoe brengen we de democratie weer naar de samenleving? Hoe plaatsen we de burger terug in het midden van de publieke ruimte? Wezenlijk is wat voor stad we willen zijn. Tijdens de burgerdebatten van Wij in de stad bleek dat deze vraag nooit wordt gesteld.

Wat ons betreft: wij zijn trots op de mainport-status, bereikt door de actieve verbinding van bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Het wordt nu tijd nadrukkelijk de verbinding te zoeken met de burger. Met als doel een meer evenwichtige, rechtvaardigere samenleving, waarin maatschappelijke behoeften en solidariteit centraler staan en met name inclusiviteit.

Ons uitgangspunt is dat de rol van de lokale overheid minder bepalend wordt. Die rol wordt meer faciliterend: de overheid als creatieve mede-vormgever van een moderne netwerksamenleving.

Meer openbaar debat is dringend gewenst. Wederzijds respect en het ingaan op verschillen bepalen de kwaliteit van samen spreken, samen denken en handelen. Er is vooral een langetermijnvisie nodig: waar willen we met Eindhoven naartoe. Vanuit een perspectief van tien jaren kunnen wij nadrukkelijk vaststellen welke aandacht wordt gegeven aan thema's als werk, duurzaamheid, zorg, veiligheid, onderwijs, cultuur en mobiliteit.

Het coalitieakkoord moet anders. De partijen die elkaar na de verkiezingen vinden, sluiten doorgaans een akkoord voor vier jaar. Hoe minder vertrouwen, hoe dikker het coalitieakkoord. Dit heeft nadelige gevolgen. De fractiediscipline werkt verlammend, de oppositie komt niet meer aan bod omdat alles is dichtgetimmerd en voor de burger is het lastig om nog invloed uit te oefenen.

Hoofdlijnen

Het ligt meer voor de hand dat partijen een akkoord op hoofdlijnen maken vanuit het langeretermijnperspectief . Onvoorziene zaken zijn dan beter inpasbaar. Belangrijk daarbij is elkaar meer vrijheid te geven bij besluitvorming - een afgewezen voorstel hoeft niet direct consequenties te hebben voor de betrokkenen.

Dan de keuze van de wethouders. Het is in Eindhoven kennelijk een probleem om goede bestuurders te vinden binnen de eigen lokale partijgelederen. Dus zijn er wethouders van buiten. Daar moeten we vanaf. Burgers vinden het belangrijk dat bestuurders uit de lokale gemeenschap komen. Een stad met 225.000 inwoners moet toch zes wethouders kunnen leveren! Mogelijk lukt dit als het lidmaatschap van een partij als vereiste wordt losgelaten.

De griffier van Almere gaf in overweging meer de stad in te gaan en meer in gesprek te gaan met de maatschappelijke instellingen. Dat spreekt ons aan. En digitalisering kan daarbij een belangrijke rol spelen. Zeker als Eindhoven over tien jaar smart city wil zijn. Digitalisering moet een grote impact hebben op de bestuurscultuur. Burgers moeten daar intensief bij worden betrokken.

Tenslotte controle en verantwoording. De belangstelling van het 'doorsnee raadslid' gaat veelal niet zo zeer uit naar controle op de uitvoering van het overeengekomen beleid. Afgezien van het feit dat men zich dus op dit gebied kan onderscheiden (tip!), leert de ervaring dat dit noodzakelijk is. Ook wordt gepleit voor het meer betrekken van burgers en organisaties bij verantwoording.

Hoe verder? Wij gaan ervan uit dat het nieuwe stadsbestuur vooralsnog noodgedwongen een sober beleid moet voeren. De traditionele verlanglijstjes kunnen van tafel. Laat men zich na 21 maart vooral bezinnen - samen met de stad - over thema's als: Wat voor stad willen we zijn? Wat willen we met de stad bereiken? Hoe wordt verbinding met de burgers ontwikkeld? Het resultaat daarvan kan een manifest zijn voor onze lokale democratie. Dat kan gehanteerd worden bij meer gedetailleerde planvorming op langere termijn van de stad, door de stad. De vraag wordt: hobbelen we door op de oude weg of komt er een nieuwe democratische lente?