Volledig scherm
© Lex van Lieshout

Allebei parttime werken levert veel meer op

OpinieDe auteur van dit artikel is Arthur van Houts, belastingadviseur in Eindhoven. Hij vindt dat twee- verdieners veel beter af zijn dan éénverdieners door de individualisering van de belastingheffing. De politiek vraagt aandacht voor het verschil in fiscale behandeling, maar de staatssecretaris van Financiën lijkt zich niet druk te maken over het probleem dat zich vanzelf oplost als het éénverdiener-huishouden uitsterft.

Hebben u en uw partner er ooit over nagedacht om vanwege fiscale redenen parttime te gaan werken? Dan is het goed om te weten dat de verschillen fors oplopen.

De samenleving wordt meer en meer ingericht op het individu. Zo ook in de belastingwetgeving. Uitgangspunt is dat elke belastingplichtige afzonderlijk in de belastingheffing wordt betrokken, zonder de gezinssituatie in acht te nemen.

Uitzonderingen

Een helder en transparant systeem, nietwaar? Ware het niet dat daar vervolgens weer uitzonderingen op worden gemaakt; soms slechts in de woorden van de politieke onderbouwing van de wetgeving, soms ook feitelijk.

Laten we het volgende voorbeeld eens bekijken (belastingpercentages 2017). Stel u en uw partner werken beiden parttime en hebben één kind jonger dan 12 jaar. Het brutoloon bedraagt, voor zowel u als uw partner, 1.543,21 euro per maand, ofwel 20.000 per jaar. Op basis van deze gegevens bent u samen per jaar 1.864 euro belasting verschuldigd.

Wanneer u echter alleenverdiener bent in dit gezin en een bruto loon heeft van 3.086,42 per maand oftewel 40.000 euro per jaar, betaalt u samen per jaar 10.322 euro belasting. Bij een gelijk bruto-inkomen derhalve van 40.000 euro per jaar bent u als alleenverdiener dus netto 704,83 per maand nadeliger uit.

Belastingkorting

Het verschil laat zich eenvoudig verklaren. Het inkomen van de alleenverdiener van 40.000 euro wordt tegen een hoger belastingpercentage belast dan de 20.000 euro per persoon. Op jaarbasis is dit verschil echter maar zo'n 850 euro. Het overige verschil van 7.608 euro zit in de extra heffingskorting, een belastingkorting) die deze tweeverdieners genieten ten opzichte van de eenverdiener. Dát maakt het grote verschil.

In de politiek wordt aandacht gevraagd voor het verschil in behandeling tussen een- en tweeverdieners. Op 9 mei reageerde de staatssecretaris van Financiën op de volgende vraag vanuit de Tweede Kamer: 'Loopt het verschil in belastingdruk tussen een- en tweeverdienersgezinnen gedurende deze kabinetsperiode op of af?' Zonder überhaupt antwoord op de vraag te geven, was het gegeven antwoord evenwel listig: 'Een inkomen dat door twee personen wordt verdiend wordt tegen een lager (gemiddeld) tarief belast...'

Ik heb zojuist uiteengezet dat het verschil in belastingtarief slechts 850 euro bedraagt, maar dat het verschil veel groter is als gevolg van heffingskortingen.

Pijnpunten

De Tweede Kamer nam geen genoegen met het antwoord van de staatssecretaris en nam op 29 mei een motie aan om 'opties te schetsen voor de langere termijn om de pijnpunten in de marginale (belasting)druk weg te nemen en hierover binnen een jaar te rapporteren'.

Ik vraag me af of dit gewenst is. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat een stel met maar één werkende partner tegenwoordig nog maar weinig voor komt. Waarom zou je de reeds gekozen weg van individuele belastingheffing gaan aanpassen aan een situatie die binnenkort niet meer bestaat; immers de eenverdiener-huishoudens lijken uit te sterven!

De eenverdiener uit het voorbeeld kan (fiscaal bezien) beter parttime gaan werken... en de partner ook.