Volledig scherm
Sportduikers kunnen drenkelingredders zijn. © ANP

Alternatief voor duikteams: Sportduikers en snorkelduikers kunnen mensen redden

OpinieDe kans dat de duikteams van de brandweer terugkeren is uitermate klein, maar er zijn ook nog andere mogelijkheden. Dat zegt Jo van Schalen uit Gemert die al jaren actief is in de duikwereld.

Precies drie jaar na de publicatie van mijn idee over een alternatief voor de wegbezuinigde brandweerduikteams verschijnt in het ED een artikel over een tragisch verdrinkingsgeval in Eindhoven. Daarin wordt de vraag opgeworpen of het wegbezuinigde Eindhovense duikteam het leven van de verdronken Syrische jongen had kunnen redden.

Het is nagenoeg zeker dat de brandweerduikteams niet terugkomen en dat de brandweer letterlijk moet blijven aanmodderen met de vervangende oppervlaktereddingsteams. Terecht ergeren de voormalige leden van de duikteams zich mateloos aan dit volslagen nutteloze alternatief.

Mijn voorstel is om in plaats van het model 'brandweerduikteam' een systeem te ontwikkelen waarbij op basis van vrijwilligheid gebruikgemaakt wordt van het bijzonder hoge duikvaardigheidsniveau van een groot aantal sportduikers, verspreid over het hele land. Die zijn uitsluitend te vinden in actieve duikverenigingen en duikscholen die zijn aangesloten bij de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB). Dat zijn er 280. Met 15.000 duikers en 1.800 instructeurs. Een flink aantal van hen mogen we zonder enige twijfel rekenen tot de categorie topduikers. Het zijn de hoogst opgeleide 3 ster-duikers, specialisten 'redden', 'wrakduiken', 'zoeken en bergen' en 'ijsduiken'.

Waarom uitsluitend werken met NOB'ers? Omdat alleen bij deze instantie sprake is van een jarenlange technische trainingsfrequentie in clubverband, waardoor de zekerheid bestaat dat frequent gedoken wordt in alle soorten buitenwateren die Nederland biedt. En dát is weer van groot belang voor het in stand houden van een hoog stressbestendigheidsniveau.

Het systeem dat ik bepleit is gebaseerd op een formule die in de beginperiode van de duiksport in Nederland in de jaren vijftig/zestig al met succes werd toegepast in een samenwerkingsverband tussen brandweer en duikclubs: de melding kwam binnen bij de brandweer en die schakelde de club in. Alles per telefoon. Resultaat: in een mum van tijd was een royale groep duikers aanwezig op de onheilsplek. Met de huidige communicatiemiddelen is nog sneller te handelen.

Binnen het brandweerwezen is er een voorzichtige belangstelling voor het idee en deze maand vindt er een gesprek plaats met een afdelingshoofd van een veiligheidsregio.

Een tweede idee beoogt een grotere reddingsinzet van omstanders. Dat in de huidige situatie vaak tientallen mensen niet het water ingaan is waarschijnlijk toe te schrijven aan het ontbreken van voldoende duikvaardigheid. Ze kunnen meestal wel zwemmen, maar het duiken naar de bodem om een drenkeling op te halen is een ander verhaal.

In dit kader zou het een hele verbetering van de zwemvaardigheid zijn als zoveel mogelijk kinderen na het elementair zwemmen ook zouden leren snorkel-duiken. Instructeurs van zwemverenigingen en bonden zouden daar ook aandacht aan moeten besteden.

Hoe dat op een aantrekkelijke manier kan, staat uitvoerig en met veel variatie beschreven in mijn recent verschenen boekje Snorkelduiken. Instructeurs die zijn aangesloten bij het Nationaal Platform Zwembaden zijn daar al zo ver mee dat er jaarlijks 9.000 snorkeldiploma's worden uitgereikt. Het zijn de drenkelingenredders van de toekomst, omdat ze beschikken over een fabelachtige adembeheersing.