Volledig scherm
Melkveehouders hebben het moeilijk doordat velen hun stal nog maar half mogen benutten, waardoor investeringen niet terugverdiend kunnen worden. © ANP

Door beleid overheid is voor melkveehouders de ramp niet te overzien

Opinie'Innovatief uit de knel' wil melkveehouders steunen in de strijd tegen het geplande stelsel van fosfaatrechten. Boeren worden gesteund door: prof. mr. Willem Bruil (bijzonder hoogleraar agrarisch recht), Bennie Jolink (zanger), Annie Schreijer-Pierik (europarlementariër CDA), Geesje Rotgers (onderzoeksjournalist 2014), Sieta van Keimpema (voorzitter Dutch Dairymen Board, DDB), Hennie Verhoeven (beleidsgerichte milieukunde), Jan Cees Vogelaar (voorzitter Mesdagfonds), Fons Braks (ondernemer), Harmen Endendijk (melkveehouder/columnist), Sjaak Sprangers (voorzitter Stichting Duinboeren).

U kijkt wellicht ook naar het programma Onze boerderij van Yvon Jaspers. Daarin maakt u kennis met de andere kant van het boer zijn, mooie beelden maar ook tragiek. Met deze brief vragen wij uw aandacht voor de nood in de melkveehouderij, de zogenaamde knelgevallen. Dit zijn 800 gezinsbedrijven die door het beleid van de overheid geen kant meer uit kunnen en eind 2018 dreigen failliet te gaan.

Wat hebben deze 800 boeren fout gedaan, vraagt u zich af? Het antwoord is eenvoudig: niets. Het zijn stuk voor stuk gezinnen die door keihard werken en sparen afgelopen jaren een moderne stal hebben gebouwd voor hun koeien. Ze willen ook in de toekomst uw melk, yoghurt of kaas blijven produceren.

In veel gevallen staat een jonge boer als volgende generatie klaar en daarom hebben ze geïnvesteerd in duurzaamheid en diervriendelijkheid. Ze hebben een stal gerealiseerd met volop koecomfort, zoals heerlijke zachte ligbedden, koeborstels, ruime loopgangen, ammoniak-arme vloeren en vaak zonne-energie op het dak.

Verantwoord

De overheid heeft de vergunningen voor de stallen afgegeven en de bouw gestimuleerd met onder meer fiscale faciliteiten. De investeringen van vaak meer dan een miljoen euro per bedrijf werden ook door de minister gezien als maatschappelijk verantwoord. De bedrijven voldoen aan de wet grondgebonden melkveehouderij.

Diezelfde overheid zegt plotsklaps op 2 juli 2015 : Stop, u mag de stal maar half benutten. Voor de vergelijking: u heeft een huis gebouwd en er komt iemand aan de voordeur met een brief dat u de helft van het huis leeg moet laten staan.

De ramp is voor deze gezinsbedrijven niet te overzien. Ze kunnen de kosten met een half lege stal niet meer terugverdienen, lijden elke dag verlies en zijn compleet ontredderd en vertwijfeld. Een bankroet is wat in veel gevallen resteert. Hun levenswerk gaat in rook op. Generaties gefokte gezonde koeien moeten naar het slachthuis. Dit leidt ook op het persoonlijke vlak tot risicovolle situaties.

En dat terwijl ze het landschap prachtig aankleden met hun weidende koeien. Ook extra taken zoals zorg, kinderopvang, educatie, verkoop van boerderijproducten en natuuronderhoud nemen ze vaak op zich. Ze vormen een belangrijke factor voor de leefbaarheid en de economie van het platteland en zijn het hart van een innovatieve wereldwijd geprezen melkveehouderij.

Milieu

Waarom heeft de overheid zo hard ingegrepen? Als reden wordt het behoud van het Nederlandse milieu aangevoerd. Er zijn te veel koeien, zegt de overheid. Sinds 1983 is het aantal koeien gekrompen van 2,3 miljoen naar 1,7 miljoen in 2018. In de ogen van de overheid nog steeds te veel. De fosfaten in de mest van deze koeien komen door de zeer strenge mestnormen nog maar mondjesmaat op het land. Zelfs minder fosfaat dan het gewas jaarlijks uit de grond onttrekt. Het teveel aan mest gaat naar akkerbouwgebieden in onder andere Noord-Frankrijk, waar de grond zo verschraald is dat deze schreeuwt om mest. Een deel van de mest wordt gebruikt voor het produceren van groene stroom.

De vergunde stallen logischerwijs volledig gebruiken heeft dan ook geen impact op het milieu. Nederland produceert inmiddels 6 miljoen kg fosfaat minder dan het zogenaamde fosfaatplafond dat de EU in 2002 instelde. Door verduurzaming en innovatie is de uitstoot van broeikasgassen met bijna 50 procent verminderd. Feiten en resultaten die hun weerga niet kennen bij andere sectoren in Nederland.

Kop van jut

Toch blijven de boeren de kop van jut, ook de jonge boeren en de biologische boeren moeten eraan geloven. En dat terwijl minister Carola Schouten voldoende beleidsruimte heeft om knelgevallen te helpen. Een voorbeeld is het maken van afspraken met de veevoederindustrie over een laag fosfaatgehalte in het voer. Daardoor komt minder fosfaat in de mest. Een andere oplossing is een warme sanering van varkensboeren die willen stoppen. Met deze 'ruimte' kunnen alle knelgevallen worden geholpen. Collega melkveehouders hoeven niet extra in te leveren en het is maatschappelijk verantwoord.

Vindt u bovenstaande behandeling van boeren en hun gezinnen onrechtvaardig en oneerlijk? Doe er iets aan. Reageer massaal, bijvoorbeeld via sociale media zoals ons eigen facebookpagina @Innovatiefuitdeknel of het andere geluid van @Liefdevoordeboer.

Wij roepen minister Schouten op om op korte termijn met betrokkenen in gesprek te gaan. Houd jonge boeren overeind en werk aan een goed transitiemodel. Als gezinsbedrijven moeten stoppen werkt dit schaalvergroting en de komst van megastallen in de hand.