Volledig scherm
© Thinkstock

Grootschalige veefok hoort op industrieterrein

OpinieFrits Speetjens, oud-burgemeester van Oirschot, vraagt Provinciale Staten in een open brief om hun besluit over de veehouderij te herzien.

Geachte Staten,

We mogen aannemen dat (ook) u niet gelukkig kunt zijn met het besluit dat u op 7 juli nam over de toekomst van onze Brabantse vee-industrie. Het is een treurig besluit, pover en eenzijdig. Uw besluit is zelfs polariserend, het heeft geen harmoniserend karakter. Die dekselse veeboeren moeten het maar eens goed voelen: de beuk erin!

U kiest ervoor om onze kansrijke vee-industrie in het hart te raken en de Brabantse veeboeren in de categorie te plaatsen van bedreigde diersoorten. Dat kan anders en beter. Dat vraagt om een evenwichtige benadering en een slim en inclusief beleid.

Het is ongelooflijk dat u, als afronding van de vele en lange discussies over deze industriële sector, besloten hebt om in te zetten op een koers die een koude sanering dreigt te worden. Wat zag u over het hoofd? De grote economische waarde en betekenis van onze vee-industrie. Die zag u niet, u diende haar zelfs de doodsteek toe.

U was verblind door de stank en de gevaren voor de volksgezondheid. Die zijn er, onmiskenbaar, maar u kiest simpel voor rigoureus verkleinen van de veestapels, terwijl nou juist schaalvergroting deze sector zo important heeft gemaakt voor onze economie. U riep 'minder, minder', waar u beter had kunnen roepen 'elders, elders'.

Daarmee bedoel ik dat fouten zijn gemaakt op het vlak van de ruimtelijke ordening en van de cruciale categorisering van de vee-fok. Industriële veefok hoort - nét als alle andere industrie - thuis op een industrieterrein. Dat geldt met name voor de niet-grondgebonden (mega)fok. De wél grondgebonden veefok kan in principe gewoon blijven waar die nu zit, onder zware maar redelijke voorwaarden.

Helaas hebt u beide punten niet verwerkt in uw besluit van 7 juli. Maar het is nog niet te laat. U kunt uw besluit nog terugdraaien en vervangen door een evenwichtig alternatief dat onze vee-industrie redt en en tegelijkertijd de poorten openzet voor een rationele en veilige veefok op toegespitste locaties, ver van de burgerwoningen.

Ik ben niet tegen boeren, vlees eten of de slacht van dieren. Wél ben ik tegen megastallen in de dorpen van Brabant, met alle hinder, overlast en gevaar van dien. De locaties zijn hartstikke fout! Het betreft wel een economische sector van belang, met een toonaangevende positie in de wereld. En natuurlijk, naast de sanering van de foute locaties is er nog veel meer te verbeteren. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of de monomane soja-import.

Dat het anders en beter kan rechtvaardigt absoluut niet het kapot maken van deze sector. Hier is sprake van een noodlottig en kortzichtig besluit, van overkill.

Dus zet in een nieuw besluit onze kansrijke veefok eindelijk en definitief op het goede spoor. Op een goede, veilige, niet-hinderlijke plek, waar ze qua ruimtelijke ordening thuishoort. Daar waar onze prima industrieterreinen voor bedoeld en gefinancierd zijn. Met verhuizing naar industrieterreinen kan de fok-industrie de voorbeelden volgen van de drie vee-sectoren die haar voorgingen: de slacht, de vleesbewerking en de kadaververwerking.

Mest

En dan de mest. Ja, die is er te veel. Maar de mest is ook nuttig. Ook dit probleem is erg gebaat bij een Umdenken. Schakel onze oudste coöperaties in: onze water- en zuiveringsschappen. Zij kunnen zorgen dat de dierlijke mest van met name de niet-grond-gebonden veefok afgevoerd en verwerkt wordt op dezelfde manier als gebeurt met de menselijke. Het is een kwestie van de knop omzetten. Kunnen is niet het eerste probleem; je moet het willen.

Het zou u en onze water- en zuiveringsschappen sieren als besloten wordt deze formule breed en diep te laten onderzoeken. Kosten? Voor de vervuilers, uitgaande van aansluitingsplicht.