Volledig scherm
In Den Haag werd in september gedemonstreerd voor betere jeugdzorg. © ANP

Marktwerking frustreert jeugdzorg

OpinieDe auteur Raf Daenen uit Oirschot is oud-wethouder, docent en auteur van het boek ‘Perspectief op maatschappij in crisis’. De gemeenten verlangen meer geld van het rijk voor jeugdzorg, maar dat is niet de enige oplossing, vindt Daenen.

De bedoeling was en is dat bij de decentralisatie van de jeugdzorg, deze ingebed zou worden in het werk van gemeenten (transitie), maar ook dat er inhoudelijke vernieuwing en verandering van cultuur zou optreden (transformatie).

De gemeente en de gemeenschap als eerste verantwoordelijke voor een gezonde samenleving. Er wordt ander gedrag van inwoners en professionals beoogd en een andere wijze van organiseren: beter voor elkaar zorgen, meer problemen zelf oplossen, kansen creëren en professionele hulp pas inschakelen als het echt noodzakelijk is. Dit alles zou moeten gebeuren met een efficiëntere gemeentelijke aansturing door wijkteams en een marktgerichte organisatie van meer gespecialiseerde hulpverlening. De klanten zouden de professional stimuleren om optimale zorg te verlenen.

Weinig mensen hebben gedacht dat ziekenhuizen failliet kunnen gaan. De sluiting van de IJsselmeerziekenhuizen ging dan ook als een schok door de samenleving. Minister Bruins had bij de faillissementsverklaring het lef om te zeggen dat de sluiting niet zijn probleem was, maar de verantwoordelijkheid van de marktpartijen; de zorgverzekeraar als financier en de ziekenhuisdirectie als zorgaanbieder. Nu, maanden later en vele discussies verder, geeft minister De Jonge toe dat de marktwerking in de gezondheidszorg te ver is doorgeschoten. Maar wat betekent dit voor het vinden van een andere aanpak?

Spanningsveld

Ook in de jeugdzorg wordt een spanningsveld tussen marktwerking en beoogde opbrengsten voor de samenleving ervaren. Weliswaar zijn er mooie en goed functionerende initiatieven bij wijkteams en bij het betrekken van verenigingen, buurtbeheer en gemeentelijke buitendiensten bij het signaleren van problemen en het vinden van prachtige oplossingen. Ook zijn er voorbeelden van het versterken van het zelfoplossend vermogen van mensen door middel van keukentafelgesprekken of het stimuleren van gemeenschapsinitiatieven door middel van subsidieverstrekking of andere vormen van ondersteuning. Daartegenover staan voorbeelden van perverse prikkels, therapeuten die actief acquisitie-afspraken maken met huisartsen, die het uitgangspunt van persoonlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid frustreren of tegenwerken.

Met name in de tweedelijns zorg is het nodige mis met het concept van marktwerking. In bepaalde regio's zijn meer dan 200 aanbieders van jeugdzorg actief, die elkaar scherp beconcurreren. Het gaat zo ver dat aanbieders op sportvelden aan de zijlijn acquisitie plegen, en ouders ertoe overhalen hun zoon of dochter te laten begeleiden om vermeende topprestaties binnen handbereik te brengen.

Om toch enigszins grip te houden op de kwaliteit en continuïteit worden door gemeenten bedrijfsmatige en cijfermatige eisen aan zorgaanbieders gesteld, die maar al te vaak bureaucratie stimuleren en weinig over de inhoudelijke kwaliteit zeggen.

De spelers in de markt zijn vooral geïnteresseerd in het aanbieden van gestandaardiseerde hulp op terreinen waar het rendabel is. Verwacht werd dat specialistische zorg of hulp door kleinere aanbieders zou worden geboden. We zien echter een tegengestelde beweging, grote aanbieders blijven verantwoordelijk voor een vangnet van complexe zorg. Deze zorg wordt echter nog maar op een beperkt aantal plaatsen aangeboden. Voor bijvoorbeeld behandeling van anorexia kan men nog maar op enkele locaties terecht.

Sturing

Om als gemeente sturing te geven aan dergelijke complexe mechanismen maakt men gebruik van protocollen en indicatoren. Bij bestuurders en de ambtelijke organisatie ontbreekt het vaak aan inhoudelijke kennis. Ambtenaren zijn vooral procesregisseurs geworden. Het lijkt soms de omgekeerde wereld: de zorgdeskundigen zijn genoodzaakt zich als marktkooplui te gedragen en de ambtelijke regievoerders houden vast aan procedures en prijsopgaven omdat de specifieke kennis van de zorg onvoldoende is.

Bestuurders dreigen budgetten te overschrijden en van incident naar incident te hollen, terwijl regionale en maatschappelijke solidariteit en continuïteit het wenselijke perspectief kan zijn. De dominante manier van besturen is het terugdringen van volumes of aantallen of het herverdelen van taken.

Door de huidige manier van werken wordt al te vaak de visie op een actieve en participerende gemeenschap verdrongen door perverse marktprikkels. Ik wil graag in gesprek met minister De Jonge over alternatieve sturing van maatschappelijke behoeften, de kracht van een gemeenschap en het stimuleren van oplossend vermogen. Het gaat over maatschappelijk en regionale verantwoordelijkheid en solidariteit, professionaliteit van zorg, bieden van gelijke kansen en betrachten van efficiëntie gericht op een gezonde fysieke, mentale en sociale leefomgeving.