Volledig scherm
Moe en teleurgesteld staat minister Wouter Koolmees journalisten te woord na het mislukte pensioenoverleg. © ANP

Pensioenen overleg: Van polder in het moeras

OpinieDe auteur, Leo Wijnen uit Maarheeze, vindt dat het gebrek aan vertrouwen weinig hoop biedt. De overheid moet het pensioenoverleg vlot trekken.

Wat een blamage dat weer geen pensioenakkoord tot stand kwam. De een is woedend, de ander verdrietig. De verwijten vliegen over en weer. Iedereen is van mening dat hij genoeg water bij de wijn heeft gedaan, maar het resultaat is en blijft na zeven jaar praten nul komma nul. Het pensioenoverleg is van de polder in het moeras beland. Ik schaar mij achter degenen die van mening zijn dat de overheid het pensioenprobleem onnodig groot heeft gemaakt en het idee heeft dat er nog tijd is voor blijvende oplossingen.

Ik nam onlangs kennis van het nooit af-principe en ik zou dat willen omarmen, omdat dit principe uitgaat van een meer realistische gedachtegang bij het oplossen van problemen. In deze complexe wereld moeten we onze zaken regelen met oplossingen die juist tijdelijk zijn, zodat we ons voortdurend kunnen aanpassen en verbeteren. Dat vereist moed en een nieuwe kijk op de fundamentele problemen in onze samenleving.

Onderhandelen

Terug naar het pensioenprobleem. Er had onderhandeld moeten worden over de zaken waar het daadwerkelijk om is begonnen. Peter Borgdorff, bestuurder van het PFZW (pensioenfonds voor de zorg) benoemt ze glashelder: het voorkomen van kortingen van pensioenen; het sneller kunnen verhogen van de pensioenen; compensatie voor het afschaffen van de doorsneepremie. Alle overige zaken, zoals een hogere AOW-leeftijd en een verplicht pensioen voor zzp'ers zijn van een andere orde en hebben de pensioendiscussie onnodig ingewikkeld gemaakt.

Nu de eerste stofwolken zijn opgetrokken stellen alle partijen zich de vraag wie als eerste wil praten. Want, zeggen zij, er moet wél wat gebeuren. Hoe vraag ik mij af? De partijen spelen hoog spel en zijn niet bezig het vertrouwen in elkaar terug te winnen. Dus is de overheid aan zet, maar wel op een correcte manier. Daarin past niet dat de minister de zaak afdoet met uitspraken als 'natuurlijk kan ik wetten maken' en 'het geld is van de werkgevers en werknemers en dus moeten zij maar met oplossingen komen'.

Indexeren

In de afgelopen jaren is door pensioenbestuurders regelmatig aangegeven dat er meer dan genoeg geld is om pensioenen te indexeren en te voorkomen dat pensioenen gekort moeten worden. De minister kan toch niet ontkennen dat werkgevers en werknemers daar geen zeggenschap over hebben. Zij worden immers al jaren gegijzeld door de absurd strenge regels die door De Nederlandsche Bank aan pensioenfondsen worden gesteld. En de minister moet beseffen dat hij de enige is die daar iets aan kan veranderen. Dat moge duidelijk zijn.

Wat mij enorm verbaast en wat ik eigenlijk ongelooflijk vind is dat er niet één partij is die het enorme koopkrachtverlies voor gepensioneerden (maximaal 11 procent) in de discussie betrekt en zich daar duidelijk over uitspreekt. Welke emotionele gevoelens zouden er leven bij deze groep mensen. Zij zijn immers al jaren speelbal van het 'gepolder' over de pensioenen.

Daar waar partijen zo minachtend tegenover elkaar staan, heb ik het vertrouwen in een goede afloop al lang opgegeven.