Volledig scherm
Strijp-S tijdens de Dutch Design Week. Een rijksmuseum voor design kan Eindhoven nog meer op de kaart zetten als designstad. © Fotopersburo van de Meulenhof bv

Plan met inhoud voor een rijksmuseum voor design

OpinieDe auteur van dit artikel is Frans Dijstelbloem uit Best. Hij is gepensioneerd adviseur slimme gezonde verstedelijking. Het leidmotief van een nieuw museum moet zijn de verbinding van design met verleden, heden en toekomst.

Het zou goed zijn als iedereen, in navolging van Timo de Rijk (directeur van Design Museum Den Bosch in het ED van 29 november), dit opinieplatform gebruikt om mee te debatteren over wens, nut en noodzaak van een rijksmuseum voor design. Minister Ingrid van Engelshoven heeft weliswaar de Raad voor Cultuur om advies gevraagd over de mogelijkheid van zo'n museum in Brabant, maar het onderwerp 'design en techniek' gaat ons allemaal aan.

Een museum is een instelling zonder winstbejag ten dienste van de gemeenschap en van haar culturele ontwikkeling die, toegankelijk voor het publiek, de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verzamelt, bewaart, onderzoekt en tentoonstelt en hierover informatie verstrekt voor studie, educatie en recreatie.

Voordat we het over de vorm hebben, over wel of niet een Evoluon 2.0 bijvoorbeeld, moet er een plan komen met een duidelijke inhoud waarbij men bereid is verder te kijken dan toeristische aantrekkingskracht of verbetering van het vestigingsklimaat van de (Brainport)regio. Die inhoud moet een scherp beeld geven van de achterliggende bedoeling; heeft zo'n museum een technologisch, economisch, maatschappelijk of cultureel leidmotief? Of een combinatie van dit alles? En hoe staat dat leidmotief ten dienste van de gemeenschap en van haar culturele ontwikkeling? Zeker in onze tijd is dat belangrijk om te weten. De volgende, opzettelijk overdreven, tegenstelling moge duidelijk maken waarom.

Groot-geld-gedreven partijen als Google, Apple, Microsoft, Facebook, Amazon gebruiken designkracht om technologische hoogstandjes via het internet of things aan de man te brengen en zo een lucratief verdienmodel voor aandeelhouders te realiseren. Daarbij pretenderen zij: To make our world a better place. Inmiddels weten we wel beter.

Sociaalcultureel- en welzijn-gedreven partijen, haken aan op de gemeenschap en haar ontwikkeling en zetten designkracht in om technologische en andere culturele verworvenheden op passende wijze dienstbaar te maken voor de samenleving. Voor de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving.

Kortom gaat het om de tegenstelling 'techniek en design' of 'design en techniek. Moeten mensen middels design verleid worden om de 'zegeningen' van de technologie te accepteren en zich eigen te maken? Want dat is economisch interessant? Of hoort de designwereld aan te haken bij wat de samenleving in al haar diversiteit (letterlijk en figuurlijk) beweegt en hoort zij, al of niet met behulp van technologie, daaraan dienstbaar te zijn?

Gelet op de manier waarop de vrije (?) marktwerking uitpakt, laat zich het antwoord raden. Het functioneren van het systeem hebben we belangrijker gemaakt dan het functioneren van de mens. Dat zou moeten kantelen.

Dit brengt mij bij de troonrede waarin de regering onze koning liet zeggen: 'De naoorlogse geschiedenis vertelt een verhaal van vooruitgang en verbetering. Ondanks perioden van neergang is de richting omhoog en vooruit. De regering wil dit sterke land nog beter maken, maar stoeit met 'de vraag die niet in een rekenmachine past': leven we in Nederland wel voldoende met elkaar en niet te veel naast elkaar?'

Het antwoord luidt: Instituties leven inderdaad te veel naast elkaar en zien onvoldoende om naar mensen. Daarom pleit ik voor een open platform, een designlab, in plaats van weer een instituut. Een open agora (ontmoetingsplaats) waar partijen elkaar meenemen in hun culturele ontwikkelingsverhaal; door kennis van het verleden, voor een goed begrip van het heden en ter inspiratie voor de toekomst.

De designwereld maakt dankbaar gebruik van en put haar creatieve energie, anders dan vaak gedacht wordt, met name uit historische bronnen. Daarom ook is eerder al het idee gelanceerd door directeur Ward Rennen van het Eindhoven Museum, inclusief het Prehistorisch Dorp, om samen met de designwereld een nieuw soort museum te bedenken waarin de bezoeker, en niet de collectie, centraal staat.

Kortom: Niet de promotie van hedendaagse projecten - robots, 3D-prints, mode, zelfrijdende auto's enz. - moet binnen de designwereld voorop staan, maar enerzijds de daadwerkelijke verbintenis van design met het maatschappelijke en culturele veld, respectievelijk wetenschap en bedrijfsleven, en anderzijds de verbinding van onze geschiedenis met het heden en het toekomstperspectief.

Pas dan, in zo'n open gebiedslaboratorium, kan het creatieve vermogen van design volledig tot zijn recht komen en bijdragen aan onze kwaliteit van leven. Overwegende dat het Slim Functionerende Regio's zijn die de toekomst van Europa bepalen, stel ik de minister voor het startkapitaal van 17 miljoen euro (12 miljoen van het rijk en 5 miljoen vanuit Brainport) en de subsidies van onder meer Mondriaan Fonds, VSB-stichting, Stichting Cultuur Eindhoven en Brabants kenniscentrum voor Kunst en Cultuur ad totaal 0,8 miljoen, te bundelen en in te zetten voor een Deltaplan Regionaal Open Gebiedslab voor Design; inclusief een inhoudelijke agenda, waarin hedendaagse maatschappelijke vraagstukken themagewijs een plek krijgen.