Volledig scherm

FC Eindhoven 100 jaar: Frans van Tuijl

EINDHOVEN - Op 16 november 2009 bestaat FC Eindhoven 100 jaar. Het ED telt in een serie verhalen af naar het eeuwfeest. Dit keer: Frans van Tuijl (83), aanvoerder van het EVV dat in 1954 kampioen werd.


In het huis van Frans en Corry van Tuijl, aan de Roostenlaan in Stratum, heersen de gastvrije warmte en de gulle lach van een echte Eindhovense familie. Frans van Tuijl is 83 jaar nu, maar hij heeft nog steeds de pretoogjes van een tiener. Een halve eeuw geleden was hij een levend standbeeld in zijn eigen stad. Een legende.

Van Tuijl was meer dan tien jaar lang de onomstreden aanvoerder van het grote EVV Eindhoven, dat in 1954 landskampioen werd. Maar veel liever nog was hij geen aanvoerder geweest. "Al die flauwekul die erbij kwam kijken."

Handjes schudden, beleefd doen tegen de scheidsrechter, zeggen of je wind mee of tegen wilt, de plichtplegingen tegenover het bestuur... "Ik had er een verrekte hekel aan. Ik ben de slechtste aanvoerder ooit geweest. Het liefst dronk ik gewoon een potje bier met mijn maten. Ik stond ooit stevig te putten en dat mag een aanvoerder niet."

Café De Karsseboom was in die jaren vijftig het clublokaal en de vaste stamkroeg van de spelers. "Ik kende geen ander café in Eindhoven. Ach, de ene drinkt thee met honing en de andere drinkt bier. Ik heb nog steeds graag een glaasje."

Hij had al wel verkering, met Corry. "Maar die moest 's avonds om half elf thuis zijn. Dan kreeg ik van haar altijd dezelfde stereotiepe vraag: ga je nog terug? Is het nou slecht geweest wat ik gedaan heb...? Dat kan goed zijn."


Van Tuijl werd aanvoerder omdat hij 'de MULO had gedaan'. "Daarvan waren er maar drie in Stratum. De meesten zaten op de Ambachtsschool."

In 1942 kwam Van Tuijl bij EVV terecht. Hij was opgevallen als uitblinker van RPC-4, het hoogste jeugdelftal in die tijd. Al snel kleurde zijn bloed blauw-wit. Hij staat op en haalt het lied 'Viva ons blauw met wit' aan. "Dat zongen we altijd in de bus."

Van Tuijl noemt moeiteloos en snel het hele elftal van destijds op. Voetballen in de oorlog was moeilijk. "D'r was ermoei over heel Eindhoven. Als wij buiten gingen voetballen en mijn schoenen werden vies, dan werd onze pa boos. Schoenen waren veel te duur. Trainen deed je wel, maar 'dat trainen is allemaal flauwekul. Moest je rondjes gaan liggen lopen. Ge moest een goei elftal hebben, dáár gaat het om. Zonder goei elftal valt er niks te trainen."

De rivaliteit met PSV noemt hij overschat. "Die bestond alleen in het veld en tussen de supporters." Maar daarbuiten... "We konden mekaar goed velen. Speelden samen in het Eindhovens elftal, het zuidelijk elftal, in jeugdploegen van het Nederlands elftal. Als ik vanaf de Aalsterweg naar de stad ging, stond Piet Fransen van PSV me halverwege op te wachten aan de Leenderweg. We liepen ook wel eens gewoon naar binnen bij feestjes van Philips."


Maar toch, niet iedereen legde zich neer bij de collegiale vriendschap. "We wonnen in 1953 met 0-4 bij PSV. Dat stond het al bij de rust. Jantje Louwers speelde Berend Scholtens helemaal gek, die kwam na de rust niet meer terug. Zo'n voetballer als Jantje krijgt Eindhoven nooit meer. Als Jantje er zin in had, dan was het voor de rust al gebeurd. Hij en Willy Schmidt hebben heel veel goals van Noud van Melis voorbereid."

Van Tuijl werkte bij Philips. Had voor PSV kunnen voetballen. "Ik zat op de administratie van de gereedschapmakerij. Daar verdiende ik 5,25 gulden per week. Secretaris Toon Spoorenberg, toen de rechterhand van Philips-directeur Frans Otten, vroeg me: 'ge wilt toch wel bij PSV komen voetballen?' Dat wou iedereen. Daar kreeg je een glaasje prik na de wedstrijd. Wij kregen niks. Ik zeg: da's goed, maar dan wil ik een maandsalaris. Waarom ik dat vroeg, weet ik nou nog niet. Het klonk gewoon beter: een vast maandsalaris. Anderen hadden dat ook en ik wilde niet 'de brave' uithangen. Daar wilde Philips niet aan beginnen. Nou, zei ik, dan blijf ik bij Eindhoven."

Otten deed er niet zo moeilijk over. "En die was veel belangrijker dan Frits Philips in die tijd. Otten had veel op met Eindhoven. Die nodigde ons na het kampioenschap van '54 uit op de Eindhovensche Golf om een glaasje te nuttigen. Nou, we hebben al zijn bier opgedronken."

Eigenlijk was het niet denkbaar dat hij werkelijk bij Philips ging voetballen. De familieband knelde. Zijn vader Tinus van Tuijl speelde al voor Eindhoven in de jaren twintig, met helden als Leo Wernaerts en Toontje Dillen. "Onze pa heeft nog op het Villapark gespeeld. En mijn oom Wim was trainer bij Eindhoven. Evert Tebak was een echte EVV-man, hij was een neef van mijn vader. Ge gingt nie gauw naar Philips. Dan braken ze oew benen."


En dan daarbij, 'die van Philips waren gelijk import'. Zelf komt hij uit Gestel. Van Tuijl werd geboren aan de Palingstraat, vanwaar hij als tweejarige in 1925 naar Stratum verhuisde. Zijn huis stond aan de Violierstraat. Na zijn trouwen verhuisde hij naar de Roostenlaan.

Of Van Tuijl een goeie voetballer was? Jan Louwers, toenmalig ploeggenoot zegt: "Toen Frans in 1956 bij Eindhoven wegging, stortte het hele zaakje in elkaar." Met zijn 1.93 meter was Van Tuijl behalve aanvoerder een eminente stopperspil. Eén van de besten van Nederland. Hij werd ook uitgenodigd om voor het Nederlands elftal te spelen. "Maar toen zetten ze me rechtsback. Ja, Rinus Terlouw moest stopperspil spelen. Daar had ik geen zin in, ik was geen rechtsback. Ge bekijkt het maar, heb ik gezegd."

Hij is voorzichtig met zijn woorden, want Terlouw moest het eigenlijk hebben van 'het schuppen'. Van Tuijl niet. "Mijn grote kunnen was het plaatsen. En het koppen." Zijn vrouw Corry: "Hij leek op Franz Beckenbauer." Een elegante verdediger. "Overtredingen, daar hield ik niet van. Ik heb ooit één keer een rotstreek uitgehaald, tegen NAC. Toen kregen ze een free-kick. Verder heb ik nooit iemand getrapt."


Van Tuijl had hart voor Eindhoven, zoals hij het zegt. Van het kampioenselftal zijn er nog maar drie in leven; Willy Schmidt (82) en Jan Louwers (78) zijn de anderen. "Willy is al acht of negen keer langs geweest om geld op te halen voor een krans." Kampioen worden, daar moest je toen heel veel voor doen. "Nu zeggen ze: we willen kampioen worden, dus kopen we er gewoon een speler bij."

Is hij eigenzinnig? "Hartstikke dwars", zegt zijn vrouw. "Hartstikke eerlijk", zegt hij zelf. Er viel niet te marchanderen. "Ze moeten me niet belazeren. Dan bende bij mij afgewerkt."

Toen EVV Eindhoven betaald voetbal ging spelen, wilde Van Tuijl zich niet conformeren aan de afgesproken wedstrijdpremies. Hij kon 35 gulden voor een overwinning krijgen en vijf gulden voor een bijgewoonde training. "Maar ook toen wilde ik een vast bedrag per maand." Toen ze in oktober 1956 trouwden, kreeg Van Tuijl tijdens de receptie van het bestuur de toezegging dat het geregeld zou worden. "Ik was hartstikke tevreden. Heb het gelijk tegen ons Corry verteld. Later zeiden ze opeens: een vast bedrag, da's verleden tijd, Frans. Toen heb ik gezegd: dan is Frans van Tuijl bij Eindhoven ook verleden tijd. Al hadden ze me duizend gulden per wedstrijd geboden, ik had nooit meer bij Eindhoven gevoetbald."


Hij kwam er ook nooit meer. " Er werd veel te veel met ons gehaspeld." Als militair bij de commando's had hij recht op vrij vervoer. Maar diende hij bij het bestuur een declaratie in om vijf gulden reiskostenvergoeding te krijgen voor een wedstrijd, dan werd gezegd: je hebt toch vrij vervoer? "Ja, om eens een keer extra naar huis te kunnen gaan! Maar dat werd je niet gegund. 's Zondags zaten er 30.000 man op de tribune bij Eindhoven. De club heeft heel veel geld verdiend, maar voor ons kon er niks af."

Wel kreeg hij 475 gulden toen Eindhoven kampioen werd. "Van dat geld heb ik een schilderij van ons Corry laten maken." Het hangt nog steeds op de meest prominente plaats in hun huis aan de Roostenlaan.