Volledig scherm
Bekend beeld uit de WOI: monniken van de Achelse Kluis bij de Dodendraad die de abdij doorsnijdt. Fotopersburo van de Meulenhof. © -

Oorlogsspel met soms een knipoog bij Achelse Kluis

ACHEL/LEENDE - Het uitbeelden van de grenssituatie bij de Achelse Kluis tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg dit weekeinde soms Monty Pythonachtige trekjes. Maar het zicht op de gereconstrueerde beruchte Dodendraad herinnerde weer aan de gruwelijke realiteit.

"Het Belgische leger had niets. Geen tenten, ze sliepen onderweg in fabriekshallen of stallen", vertelt Marco Gerrits (47) uit Oelegem. De Belg is één van de vrijwilligers die de historische gebeurtenissen uit de periode 1914-1918 bij de abdij naspelen. Het is zijn hobby. In het originele kostuum van de Koninklijke Garde met amarantkleurige rijbroek, groene hes en een hoge kolbak op zijn hoofd maakt hij wel indruk. "Ik ben Ruiter Eerste Klas", wijst hij op een gele bies op zijn mouw.

Zijn dochter Yoni (15) vergezelt hem. Eenvoudig blauw uniform. "Ik ben maar gewoon soldaat bij de Bereden Artillerie", klinkt het bescheiden. Het tweetal patrouilleert in het grensgebied. Vanuit hun rommelige kampement rijden ze richting grenspassage halverwege de oprijlaan van de Kluis.

Mastiffhonden

Onderweg komen ze voorbij een indrukwekkende mitrailleur op een soort fietskarretje. Volgens de begeleidende militair werd het door twee Mastiffhonden getrokken vehikel ruim honderd jaar geleden gebruikt voor wapenvervoer.

Een oma en kleinzoon luisteren. Maar het jongetje lijkt meer belangstelling te hebben voor Yoni en haar vader, die net voorbijrijden. "Ze gaan kakka doen", wijst het kleine manneke naar de paarden.

Zijn andere handje omklemt een beker groentesoep die hij net in de veldkeuken kreeg. Een chique dame met gehaakte zwarte omslagdoek en uitbundige, geveerde hoed roert de pannen. "Ik ben de vrouw van de generaal", verklaart ze haar rol.

Inlijving

Het Belgische leger had in die tijd blijkbaar behoefte aan meer vrijwilligers. Een rekruteringsbeambte informeert bij passanten naar hun interesse om onder de wapenen te gaan: "Kunt u goed paardrijden?"

Bij een ontkennend antwoord, volgt: "Kunt u goed pinten drinken?" Een 'ja' leidt tot inlijving bij de Grenadiers. "Morgen melden bij de kazerne in Brussel. Geniet van uw laatste vrije dag", voegt de beamte de kersverse militair toe.

Bij een volgend tafereel wordt het langzaam ernst, als met Pickelhaube gehelmde Duitse soldaten verschijnen. Ze verstrekken na een kruisverhoor het Passierschein, waarmee Belgische burgers de Belgisch-Nederlandse grens mochten oversteken.

Mooi opgevat

Voorbij aan de ongeveer vijf meter brede strook met drie naast elkaar gespannen metaaldraden, waarvan de middelste de dodelijke hoogspanning voerde. Alles om illegale vluchtpogingen te voorkomen.

Lou Vandael (77) uit Neerpelt waardeert de presentaties: "Het is mooi opgevat." Hij herkent de historie: "De familie van mijn vrouw is in de periode 1914-1918 vanuit Zonhoven naar Valkenswaard getrokken en daar gebleven. Het waren sigarenmakers, de familie Baeten."

Cranendonck e.o.