Volledig scherm
© ANP

Meer onderzoek naar klappen wraakvader Mario Haazen

DEN BOSCH - Het gerechtelijk laboratorium NFI moet onderzoeken hoe wraakvader Mario Haazen begin januari de belager van zijn dochter te lijf ging. Volgens het OM sloeg hij gericht en hard met een schop op diens hoofd. Dat vond de rechtbank niet bewezen.

In de geruchtmakende zaak werd de Helmonder (52) vrijgesproken van een poging moord. Het OM wilde hem zes jaar in de cel, de rechtbank gaf hem voor zware mishandeling tien maanden. Die straf heeft hij volgende week uitgezeten. 

Haazen ging achter Jack S. aan, die probeerde zijn dochter (15) te verleiden door te doen alsof hij (48) ook een tiener was. Haazen spoorde hem op en sloeg hem op het terrein van de Grote Beek in elkaar.

Volgens het OM was hij dat van plan, en sloeg hij uit alle macht met 'een potentieel dodelijk wapen', een sneeuwschop of een boerenbats. S. had echter geen grote hoofdwond, wel waren zijn beide armen gebroken. Volgens de rechtbank was er geen levensgevaar, het OM denkt dat S. de slag heeft afgeweerd. Advocaat-generaal Ad Clarijs wil nu nader onderzoek.

'Peil me maar uit'

Advocaat Jan-Hein Kuijpers had op een procedurele zitting dinsdagmiddag ook vragen. Haazen belde de politie om hen te tippen dat de (gezochte) S. op het terrein van de GGzE liep. Volgens de politie wilde hij toen niet zeggen waar hij was en riep hij: ‘peil me maar uit’. Haazen zelf zegt dat hij daarna wel vertelde waar hij was. Al die gesprekken staan op band, Kuijpers wil dat ze nu nog eens worden afgeluisterd.

De pleiter wil ook meer weten van de rechtszaak tegen S. Die wordt vervolgd voor het verleiden van de dochter, het bedreigen van zijn eigen ex met een gruwelijke foto van haar dochter, en meer zaken. Volgens hem had de politie Haazen verteld wat de man allemaal nog op zijn kerfstok had. Juist daarom kon hij ‘geen weerstand bieden tegen de woede’ die opvlamde toen hij de belager van zijn dochter zag lopen. Het OM blijft er -voorlopig- bij dat Haazen bewust en snel toesloeg voordat de politie ter plekke was.

De partijen krijgen over en weer de kans iets te vinden van elkaars onderzoekswensen; eind oktober hakt het Gerechtshof de knoop door.