Volledig scherm
Paul de Vries. © Fotopersburo van de Meulenhof bv

Paul de Vries wint schrijfwedstrijd 'Cacao aan de kade' in Helmond

HELMOND - Paul de Vries is met zijn verhaal 'Chocolade' winnaar geworden van de schrijfwedstrijd Cacao aan de kade in Helmond. Zondag vond de prijsuitreiking plaats. Maar liefst 96 inzendingen kwamen binnen bij de jury, allemaal met als thema chocola. Volgens juryvoorzitter Wim Daniëls is het niveau van de verhalen onverwacht hoog.

Het winnende verhaal van Paul de Vries is hieronder te lezen. Ook de verhalen van de nummers 2 en 3 zijn hier te lezen.

Volledig scherm
© Thinkstock

Chocolade – Paul de Vries

In mijn beleving was ze een oude vrouw. Maar nu ik zelf op leeftijd raak, vermoed ik dat haar leeftijd lager moet zijn geweest dan ik toen inschatte.

Tante Constance, een slagschip. Een vrouw van kaliber, een zwaar kaliber. En niet zozeer vanwege het feit dat ze een niet geringe omvang had, maar omdat het een vrouw was om rekening mee te houden.

Tante Constance. Een artefact. Een levend fossiel uit een tijd die voor mij ongrijpbaar was, niet eens zwart-wit maar een wazig sepia, door mist, of eigenlijk door rook omgeven. Want ze rookte, tante Constance en flink ook. Ze rookte echter niet de Mantano’s of Camels die iedereen toen opstak, nee, zij rookte sigaren. En niet de gebruikelijke damessigaartjes, nee, tante Constance rookte echte sigaren. Dat ze daarmee aantoonde zich niet aan de toen heersende sociale wetmatigheid te willen conformeren was iets wat ik alleen op onbewust niveau begreep.

Tante Constance. We bezochten haar regelmatig, niet omdat ze zo geliefd was maar omdat ze als verstokte vrijgezel, net als de lucht van haar sigaren door het vermoeden van kapitaal omgeven was. Een vermoeden dat versterkt werd door geruchten van een koloniaal verleden, de haveloze kapitale villa en de kopschuwe inwonende ménagère de la maison. Maar voor mij bestond haar rijkdom uit de prachtige en immer rijk gevulde etagère. Een blikvanger van drie verdiepingen fijn porselein waar steevast de meest onwaarschijnlijke zoete kunstwerken de aandacht van de sleetse tafelpers afleidden; bonbons, patisserie, chocolaatjes. Nooit meer zag en proefde ik sindsdien het raffinement waarmee de kunstwerkjes de zinnen streelden. Zag én proefde, jawel. Waar bij menigeen de vervulling van de belofte slechts bij kijken bleef, want bij het obligate kopje koffie werd slechts bij hoge uitzondering iets van het manna geoffreerd, was ik verkozen tot het structureel consumeren van de exquise zoetigheden. Misschien omdat ze me mocht, misschien omdat ze in mij iets herkende van een rudimentair aanwezig gebrek aan conventionaliteit. Maar zeker omdat ik haar kon verleiden met een nog ongekunstelde hoge zangstem waarmee ik ooit eens een glinstering aan haar anders zo stoïcijnse blik had ontlokt. De beloning voor mijn gekwinkeleer was het nuttigen van één van de verfijnde kunstwerkjes. Voorzichtig nam ik de eerste keer het juweeltje ter hand. En te beduusd om het in mijn mond te nemen keek ik naar de glanzende chocoladecoating, de prachtige kleurzettingen en het onwaarschijnlijke lijnenspel. Pas toen het aroma zich langzaam aan mij opdrong besefte ik dat dit meer was dan het pindarotsje dat wij op zondagmiddag bij de thee kregen. Voorzichtig bracht ik de delicatesse naar mijn mond en nam er een hap van. Het is nog steeds niet mogelijk te beschrijven welke sensatie mij meer prikkelde, het bouquet, het aroma of de inwerking van het afrodisiacum op mijn kwijnende onschuld. Misschien het een meer dan het ander, misschien het samenspel van alle drie. Maar de sensatie wekte een lust op die niet meer tot slapen kon worden gebracht, die een levenslang najagen van de zoete bevrediging had ontwaakt. En dus schoolde ik mijn stem, schaafde aan mijn repertoire en onderdrukte de brekende falset lang genoeg om de immer sluimerende lust te stillen. En in haar schemerige suite gaf ik me vrijwel dagelijks over aan het stillen van ons beider verlangen.

Tot het moment waarop mijn stem brak en zij zich weer in haar hautaine onverschilligheid terugtrok, waarna haar voordeur voor mij gesloten bleef. Afgelopen was het met het zoete genoegen, weg was de vervulling van het prikkelend verlangen. Wat bleef was een vergeefs smachten naar de herbeleving van dat intense ontwaken.

Nummer 2 werd het verhaal van Conny Hoogendoorn 

Uitgezwierd – Conny Hoogendoorn

‘Hé, hé,’ hoor ik achter me als ik de schakelaar van de buitenverlichting omzet. ‘Je bent iets te snel, jongeman.’

Ik kijk om. De oude man in de hoek van het terras glimlacht me vriendelijk toe. Hij ziet bleek van de kou. ‘Mijn vrouw is er nog niet.’

Ik draai me om en overzie de kleine kunstijsbaan. Ik zie niemand meer. ‘Uw vrouw?’

‘Ja, ze schaatst zo graag nog. Ik ben er te oud voor. Vroeger deed ik het ook. Gekruiste armen, haar hoge meisjeslach … Samen zwieren was zo heerlijk.’ Weer die milde lach. ‘Maar ik vind het niet erg, hoor. Ik wacht wel. Met haar voetenwarmertjes.’ Hij wijst naar de halfhoge laarsjes voor hem op tafel. ‘Daar kan ze zo lekker in opwarmen. Ze is vast steenkoud straks.’

‘Waar is ze nu dan?’ vraag ik.

Hij trekt zijn sjaal wat strakker om zijn hals. ‘Ze komt zo wel. De meesten zijn al naar huis, toch? Ze krijgt vast haar veters weer niet los. Ze zullen wel in de knoop zitten. Ongeduldig is ze. Altijd al geweest. Sommige dingen veranderen nooit.’ Hij grijnst breed. ‘Weet je dat het al bijna vijftig jaar geleden is dat ik deze laarsjes voor haar kocht? Ik was onder dienst in La Courtine. Mijn soldij stelde weinig voor natuurlijk, maar ik was zo verliefd. Ik dacht dat ik met Frans bont en suède haar hart wel kon veroveren.’ Zacht kreunend komt hij overeind. ‘En dat was ook zo.’ Hij knipoogt.

‘Wilt u misschien bij de kachel even wachten? U zult het wel koud hebben.’

Hij knikt me toe als ik de laarsjes pak en hem naar binnen begeleid. Zijn breekbare, oude lichaam leunt bevend op mijn arm.

‘Gaat u maar even zitten.’

‘Dit is fijn,’ zegt hij en zucht. ‘Wil jij even kijken waar mijn Joske is? Of zal ik zelf even …?’

Als hij weer overeind wil komen, duw ik hem zachtjes terug in de stoel.

‘Jazeker, maar eerst maak ik iets warms te drinken voor u. Lust u chocolademelk?’

‘O, heerlijk. Dat hoort er toch echt bij, hè? Bij schaatsen.’

Hij droomt weg.

‘Ze is er dol op. Op chocola, bedoel ik. Pindarotsjes, flikken, Belgische bonbons, niets is veilig voor haar.’

‘Waar woont u, meneer?’ vraag ik als ik hem de beker aanreik. ‘In het verzorgingshuis hier?’ Genietend neemt hij kleine slokjes. Hij lijkt mijn vraag niet te horen. ‘Zal ik u zo thuis brengen, meneer?’

Traag heft hij zijn hoofd. ‘Heb jij de laarsjes? Ze is vast al thuis. Uitgezwierd. Denk je niet, jongen?’

De derde plek was voor het verhaal van Marion Beugelsdijk

De laatste reep - Marion Beugelsdijk

Niemand miste Jaap. In de witbetegelde ruimte, tot vorige week de expeditieafdeling, stonden alle grijze kunststof stoelen uit de kantine in rijen opgesteld. Op het plankje onder het spreekgestoelte lag een wissellijst klaar. Daarin, achter glas, de laatst geproduceerde reep, tweehonderd gram, puur met hele hazelnoten, om uit te reiken aan de fabrieksdirecteur ter gelegenheid van de feestelijke sluiting van de chocoladefabriek. Het geroezemoes van de aanwezigen verstomde. De toespraak ging beginnen. Zonder Jaap. Die luisterde op de zolder van het monumentale gebouw naar het zachte geschommel en gemix van de oude conche, naar het walsen van de cacaoboter, het polijsten van de suiker en het cacaopoeder. De massa zat er dertien uur in, nog negenenvijftig te gaan. Dit was wat chocola chocolade maakte: langdurig concheren, de onaangename, zure aroma's laten vervliegen, het korrelige eruit walsen, boter, poeder en suiker onafgebroken roeren. Dagen lang. Geduld is een belangrijke eigenschap van een goede chocolademaker, dacht hij, en dat heb ik. Het was het wachten waard. Met zijn ogen dicht stelde hij zich voor hoe een vers stuk chocolade in zijn mond opwarmde, smolt in zijn speeksel en krachtig, maar fluweelzacht zijn tong beroerde. Met dit genot was Eva verleid. Een applaus klonk op van beneden en Jaap deed zijn ogen open. Nog even en hij was hier alleen. Of beter gezegd: bíjna alleen.

Het sluiten van de fabriek was onvermijdelijk. Het verouderde gebouw was ingesloten door woonhuizen, wat uitbreiding onmogelijk maakte. Het bestond uit twee aan elkaar gebouwde delen, één van drie verdiepingen en één van vijf. Een doolhof. Jaap schepte er genoegen in om aan een nieuwe stagiaire te vragen voor te gaan naar de vijfde verdieping als ze in het drielaagse gedeelte stonden. De paniek in de ogen van zo'n jong meisje, prachtig. Op zolder kwam al jaren niemand en in het torenkamertje, midden op het gebouw, lag het vol met duivenpoep. Na de bekendmaking van de sluiting was Jaap begonnen met het dichtmaken van de gaten onder het dakbeschot, zodat de duiven niet meer binnen konden komen. In het geheim toverde hij de zolder om tot een klein chocoladefabriekje. De conche, die naar de schroothoop had gemoeten - Jaap had er zelf voor getekend als hoofd van de concheerafdeling - liet hij door de opkoper op zolder zetten. Buiten diensttijd werkte hij aan zijn ideale recept, met grondstoffen weggepakt uit het magazijn beneden. Het torenkamertje veranderde hij in een paradijsje met roze gordijntjes, haar lievelingskleur.

Niemand miste Eva. De menigte schuifelde van de expeditieafdeling via de openstaande roldeur naar het partycentrum aan de overkant van de straat. Zonder Eva. Een jaar lang had Jaap twee keer per week een zelfgemaakte reep in haar brievenbus gestopt. Eva had haar potentiële aanbidders in overweging genomen en was begonnen naar Gijs te lonken bij de bedrijfsharmonierepetities. Zij speelde klarinet, hij de kleine trom én hij lonkte terug, zich er niet van bewust dat hij met Jaaps eer streek. Maar die had geduld. Het was het wachten waard. Met de fabriekssluiting op komst, had hij bij zijn laatste reep een versje gedaan:

jouw bruine ogen, over chocola gebogen

doen mijn hart snel kloppen, ik kan het niet verstoppen

kom vóór de toespraak naar boven, je zult je ogen niet geloven

De nieuwsgierige Eva, die Gijs had verwacht, had verbaasd naar Jaap gekeken boven aan de trap, maar was hem gedwee voorgegaan door de deur die hij voor haar open had gehouden. Dat juist híj naar haar verlangde, besefte Eva pas laat. Te laat. In het torenkamertje met roze gordijntjes, waar de deur geen klink had aan de binnenkant.

In samenwerking met indebuurt Helmond