Volledig scherm
Tania Heimans. © Ton van de Meulenhof/fotomeulenhof

Tania Heimans: Het kinderleger van Helmond

HELMOND - 'Met mijn verbeelding kleine historische verhalen tot leven brengen', dat onder meer heeft Tania Heimans zich als stadsschrijver van Helmond voorgenomen. Elke maand stond in deze krant een wedergeboorte, donderdag het slot.


Gerrit Manders groeide op aan de Uithoornseweg, toen nog de laatste straat van Helmond voordat het buitengebied begon. Omringd door boerderijen en weilanden zag hij het avontuur tot aan de horizon liggen.

Als tienjarige ging hij graag met zijn oudere zus naar Volkel. Daar, op een boerderij, was haar verloofde na de mobilisatie van 1939 met andere soldaten ingekwartierd om het land bij een eventuele Duitse aanval te verdedigen. Gerrit vond zijn zwager maar wat stoer met zijn geweer met vijf kogels. Hij had dan ook geen idee dat hij vier jaar later zelf veel beter bewapend zou zijn, misschien zelfs beter dan alle Nederlandse soldaten bij elkaar.

Kogels
Maar net als de meesten van hen maakte zijn zwager zich geen zorgen. Die vijf kogels dachten de jongens niet eens nodig te hebben. Ze hadden net prikkeldraad bij de grens gespannen. Daar kwamen de Duitsers vast moeilijk doorheen en anders zou ons waterrijke land de rivieren wel op ze loslaten.

Maar 10 mei 1940 werd Gerrit vroeg door zijn moeder gewekt. "Vlug opstaan, het is oorlog!" Hitler had zich van onze neutraliteit, prikkeldraadversperringen of waterlinies niets aangetrokken en zijn troepen via de lucht laten aanvallen. Gerrit dacht aan zijn zwager en de andere soldaten met hun vijf kogels. Er was echter geen tijd voor ongerustheid, ze moesten zich voorbereiden. In de straat verzamelden de mannen zich al. Eén van hen, die net als zijn vader in een textielfabriek werkte, nam de leiding zoals hij dat op zijn werk gewend was: "Haal allemaal een schop, we gaan graven." Zo werden er de eerste week al schuilkelders gebouwd.

Ondertussen marcheerden de Duitse soldaten het centrum in. Gerrit zag ze zwaarbewapend op iedere hoek van de Molenstraat staan. Zijn zwager had zijn geweer niet eens kunnen gebruiken, hij was door de Duitsers gevangen genomen. Gerrit merkte dat hij zelf ook minder vrijheid had. Overal moest je op je hoede zijn voor de bezetter. Bovendien gingen voedsel, kleding en brandstof op de bon en 's avonds kon hij de straat niet meer op en moesten ze het huis verduisteren. Bijna jaloers zag Gerrit kinderen van NSB'ers in hun uniform van de Jeugdstorm voorbij marcheren. Zij werden tenminste bij de oorlog betrokken.

Ontwapenen
Gerrit was niet het type om lijdzaam toe te zien. Hij werd de leider van zijn eigen soldatenclubje. Kinderen die soldaatje speelden had je wel meer in de buurt. Bewapend met houten sabels en stenen namen ze het tegen elkaar op. Gerrit zorgde ervoor dat ze zich verenigden. Samen stonden ze sterker. Maar Duitse leeftijdsgenoten uitschelden of klappen verkopen voelde laf en daar joeg je de nazi's niet mee weg. Je kon de bezetter beter ontwapenen. Het begon met hier en daar wat 'vinden', maar steeds vaker wisten ze geweren, handgranaten en munitie uit Duitse opslagplaatsen te stelen. "Elke kogel die we wegnemen, spaart een mensenleven", moedigden de kinderen elkaar aan. In 1944 meenden ze zelfs beter bewapend te zijn dan het Nederlandse leger voor de oorlog. Een deel verborgen ze, veel gooiden ze in het water. Na de invasie van de geallieerden in Normandië wisten ze dat de bevrijding nabij was, maar het werd ook gevaarlijker. Ook op Helmond vielen enkele bommen.

's Avonds hielden nachtwakers de lucht in de gaten. Zodra ze daar motoren hoorden, trokken ze aan een bel en riepen: "Vliegtuigen!" Gerrit en zijn ouders renden dan naar de schuilkelder. Als daar geen tijd meer voor was naar de gang met een pan op het hoofd. Moeder, die iets forser was, de soeppan en vader het steelpannetje.

Bevrijders
Op de ochtend van 25 september 1944 vertrok de vader van Gerrit met een kussensloop naar Brouwhuis om eten voor het gezin te zoeken. Hij bleef lang weg. Plots rende iedereen naar buiten. Tanks van de Britse bevrijders rolden Helmond binnen. Inwoners klommen erop en reden juichend mee. Gerrit zag zijn vader ertussen zitten, zwaaiend met zijn kussensloop. De Duitsers waren gevlucht en die dag werd er geen schot gelost. Zou daarbij hebben meegespeeld dat Helmondse kinderen wapens en munitie bij de Duitsers hadden weggehaald? Het is in ieder geval een mooie gedachte.

In mei 1945 eindigde de oorlog voor heel Nederland, maar veel explosieven bleven achter. De vijftienjarige Gerrit wist er wel raad mee, hij kon zich inmiddels een wapenexpert noemen. Hij maakte de explosieven onschadelijk in de bossen of op de hei. Als ze in Helmond een knal hoorden, zeiden de mensen: 'Gerrit Manders is weer bezig.' De geroofde Duitse verzameling moest natuurlijk ook onschadelijk worden gemaakt. Een deel heeft hij na ontmanteling begraven en ligt nog altijd diep weggestopt onder de aarde. Zeker als er sneeuw ligt, ziet het er vredig uit.

Tijdens mijn 'Helmond schrijft geschiedenis'-toer ontdekte ik dat onze stad vele mensen als Gerrit Manders kent die prachtig over het verleden kunnen verhalen. Ik verwacht dat we nog veel van ze zullen horen en neem daarom met een gerust hart afscheid als stadsschrijver. Het zijn immers de verhalen over het verleden die de toekomst net iets mooier kunnen maken.

  1. Aantal wanbetalers zorgpremie flink gedaald
    Interactieve graphic

    Aantal wanbetalers zorgpremie flink gedaald

    REGIO - In een jaar tijd is het aantal wanbetalers van de zorgpremie met maar liefst 11 procent gedaald, blijkt uit door het CBS vrijgegeven cijfers van het Zorginstituut Nederland. Dat komt vooral door een versoepeling van de regels en niet zozeer doordat mensen beter in staat zijn voor hun zorgverzekering te betalen. Met name in het zuiden van Nederland heeft een stevige daling ingezet. In een aantal grotere gemeenten in het zuiden - Eindhoven, Tilburg, Den Bosch, Roermond, Middelburg - was eind 2016 zelfs sprake van ruim twintig procent minder wanbetalers dan een jaar eerder.