Volledig scherm
© Thinkstock

Bladel schrapt verhoging ozb

BLADEL - De septembercirculaire van het Rijk pakt voor Bladel dermate positief uit dat de gemeente ervoor kiest de ozb na volgende jaar niet extra te verhogen.

In de begroting voor volgend jaar, waar de gemeenteraad van Bladel binnenkort zijn zegje over mag doen, komt een kleine - maar voor inwoners interessante - wijziging. Daarin staat dat de gemeente de onroerende zaakbelasting trendmatig verhoogt, zoals vrijwel alle gemeenten dat doen.

Met nog een toevoeging: in de jaren daarna zou Bladel er een schepje bovenop doen. Dat wil zeggen: met de trend mee verhogen en nog iets extra's. Wat dat zou moeten zijn ligt nog niet vast, maar gedacht werd aan een verhoging van circa vier procent.

Dat laatste, daar heeft de gemeente alvast maar een streep door gezet, geeft wethouder Wim van der Linden van Financiën aan. De aanleiding daarvoor is de jaarlijkse septembercirculaire. Samen met zijn broertje - de meicirculaire - zijn dat twee momenten in het jaar dat het Rijk zijn inkomsten en uitgaven actualiseert en bijstelt. Dat heeft altijd gevolgen voor de financiële huishouding van gemeenten. Ze krijgen er wat bij of er gaat wat af. Voor Bladel pakt dat goed uit.

Half miljoen

Met de extra verhoging van de onroerende zaakbelasting in gedachten zou Bladel in 2021 een half miljoen euro overhouden. Gebeurt dat niet, dan blijft Bladel ruim drie ton in de plus. Dat is te danken aan de rijksbijdrage, want anders had het er heel anders uitgezien.

,,Alle lasten die we voor komende jaren gepland hebben, kunnen we nu normaal betalen", zegt Van der Linden. ,,Denk daarbij aan de nieuwe Den Herd aan de Markt, de multifunctionele accommodatie in Hapert, de aanpassing van de N284 of de fietspaden op de Cartierheide."

Zeven euro

De wethouder besluit met te stellen dat de belastingdruk niet verder moet stijgen dan strikt noodzakelijk is. Komend jaar zit Bladel wat betreft belastingdruk zeven procent onder het landelijk gemiddelde. De financiële druk voor de Bladelse inwoner stijgt volgend jaar met één procent, circa zeven euro.