Volledig scherm
Een beeld van de beoogde langzaamverkeersbrug over het Wilhelminakanaal in Oirschot. © Gemeente Oirschot

Brug over kanaal in Oirschot veel duurder

OIRSCHOT - De fiets- en wandelbrug over het Wilhelminakanaal kost de gemeente Oirschot mogelijk veel meer dan gedacht. 

Bovenop de 1,3 miljoen euro die eerder werd uitgetrokken voor de verbinding tussen het centrum en de wijk Moorland moet rekening worden gehouden met vele tonnen extra.  Aannemer Ballast Nedam brengt, zoals de situatie nu is, zo'n 800.000 euro in rekening voor aanpassingen die gedaan moesten worden en de vertraging die daarmee is opgelopen. De gemeente Oirschot bestrijdt die claim.

Het dossier ‘langzaamverkeersbrug’ wordt steeds omvangrijker en langzamerhand erg pijnlijk voor de gemeente Oirschot. De brug had er al moeten liggen, maar in het najaar van 2018 werd bekend dat discussie was ontstaan tussen de gemeente en Ballast Nedam over aspecten in de aanbesteding. Er was onduidelijkheid over een aantal richtlijnen en eisen die aan de brug worden gesteld, met name door Rijkswaterstaat.

Vele gesprekken volgden en er werd een oplossing gevonden. De grootste verandering zit in een aanpassing van vorm en positie van de pijlers van de houten vakwerkbrug. De financiële consequenties zijn sinds deze week ook bekend. Ballast Nedam claimt acht ton extra, maar de gemeente Oirschot accepteert dat niet en meent dat de verantwoordelijkheid voor de gemaakte fouten (deels) ook bij de aannemer ligt.

Schikking

Als er geen schikking komt, volgt een juridisch traject dat jaren kan duren. De raad moet evenwel op korte termijn beslissen: wordt de brug aangelegd of gaat er een streep door het hele verhaal? Daarom presenteerde wethouder Piet Machielsen (CDA) dinsdagavond in de raadsbijeenkomst ook de consequenties van een ‘stop-scenario’. Met een afkoopsom, misgelopen subsidies en al gemaakte kosten is de gemeente minimaal 2,1 miljoen euro kwijt zijn, zonder dat er dan een brug komt te liggen.

Het college zet in op aanleg van de brug, tegen zo gering mogelijke meerkosten. Om later uit te vechten wie verantwoordelijk was voor de fouten in het hele proces. De afloop daarvan en daarmee de uiteindelijke kostenpost blijven dan nog ongewis. De raad bepaalt of ze de extra uitgave en de onduidelijkheden eromheen voor lief neemt. Dat is een saillante keuze, want de discussie of er überhaupt een brug moest komen leidde eerder al tot  verhitte gemoederen. Uiteindelijk ging alleen de toenmalige coalitie (CDA, SP, Dorpsvisie en PvdA) akkoord. De oppositie stemde voltallig tegen.

Toen werd de 1.3 miljoen uitgetrokken. De totale kosten bedragen 3,2 miljoen. De provincie draagt 1.9 miljoen bij.