Volledig scherm
Pluimveehouder Ben Beerens legt uit tegen welke dilemma's hij aanhikt door de deadline van 1 april die de provincie hanteert voor aanpassing van oude stallen aan de strengere milieu-eisen. © FotoMeulenhof

Pluimveehouder Ben Beerens uit Hoogeloon wil wel innoveren, maar kan niet

HOOGELOON - Pluimveehouder Ben Beerens uit Hoogeloon is nog altijd in dubio. Ook hij moet voor 1 april een vergunningaanvraag indienen om aan de strengere milieu-eisen te voldoen. Maar de oplossing die hij voor ogen heeft, dreigt stuk te lopen op regelgeving.

,,We hebben hier de ouders van de kipfilet.” Met dat zinnetje maakt Ben Beerens doorgaans aan leken duidelijk wat zijn dagelijks werk behelst. Op zijn pluimveehouderij houdt hij in vier kippenstallen ruim vijftigduizend moederdieren. ,,Mensen denken bij pluimvee al snel aan leghennen of vleeskuikens”, legt hij uit. ,,Maar onze kippen leggen dus de eieren waaruit die vleeskuikens worden geboren.” 

Warmtewisselaar

Quote

De wethouder is het hier nog vol trots komen bekijken

Ben Beerens, Pluimveehouder

De mest van die tienduizenden kippen stoot inmiddels al ruim de helft minder stikstof uit dan dik tien jaar geleden. Het geheim? Dat zit ’m in een klein huisje met een paar brede luchtpijpen dat naast elk van zijn vier stallen is verschenen. ,,Een warmtewisselaar”, legt Beerens uit. ,,Die blaast lucht van een graad of 24 in een buis onder de mest door. De mest droogt daardoor sneller in, waardoor er minder stikstof de lucht in gaat.” 

Dankzij die luchtbehandeling ging de berekende hoeveelheid stikstofuitstoot fors omlaag: van 580 gram per dier per jaar naar 250 gram. ,,Tien jaar geleden was dit systeem het nieuwste van het nieuwste. De wethouder is het hier nog vol trots komen bekijken.”

Verscherpte eisen

Vanaf 2022 doen de warmtewisselaars van Beerens echter net niet meer genoeg om aan de verscherpte eisen te voldoen. De uitstoot per dier per jaar moet nog een gram of vijftien extra naar beneden. ,,Ik zou voor een systeem kunnen kiezen dat de mest nog net iets preciezer droogt”, legt hij uit. ,,Dan zit ik op 230 gram stikstof per dier per jaar, en voldoe ik aan de regels.” Die oplossing in al zijn stallen zou naar schatting zo’n anderhalve ton kosten. Een flinke investering voor een klein beetje winst. 

,,Liever zou ik daarom kiezen voor een innovatieve oplossing”, schetst Beerens. ,,Er is een systeem in ontwikkeling waarbij er vier warmtewisselaars per stal worden aangesloten.” Die drogen niet alleen de mest, maar zorgen ook voor een betere luchtcirculatie en binnenklimaat in de stal. Daardoor zakt de hoeveelheid stikstof per dier per jaar zelfs naar 170 gram; ook de uitstoot van fijnstof en geur wordt extra beperkt. 

Twee ton

Quote

Ik kan dus juist níet voor een innovatie­ve stal kiezen

Ben Beerens, Pluimveehouder

,,Het kost echter ongeveer twee ton om zo’n systeem aan te schaffen voor één van mijn vier stallen. Voor mijn hele bedrijf kom ik waarschijnlijk op zeven ton uit. Ik ben bereid die investering van twee ton te doen; zeven ton is echter niet haalbaar.”

En daar zit ’m in het geval van Beerens dus de kneep. ,,Als ik in één van mijn stallen zo’n innovatief systeem zou bouwen, boek ik dus tachtig gram stikstofwinst per jaar”, becijfert hij. ,,Precies evenveel als wanneer ik in al mijn stallen zorg dat ik aan de regels voldoe. Het probleem is echter dat de provincie aanpassingen in ál mijn stallen eist. Ik kan dus juist níet voor een innovatieve stal kiezen.”

Uitstoot per bedrijf

Of toch wel? Want intussen gaat ook Den Haag regels maken voor duurzame stallen. Daarbij ziet het ernaar uit dat het Rijk juist meer naar de uitstoot per bedrijf kijkt, in plaats van per stal. Volgende maand legt de provincie de Brabantse regels waarschijnlijk nog eens langs het op handen zijnde Rijksbeleid. 

,,Of er dan nog iets verandert? Ik hoop het. Vooralsnog stel ik een keuze steeds uit in de hoop dat de provincie toch nog tot een nieuw inzicht komt. Maar intussen komt de deadline van 1 april wel steeds dichterbij...”