Volledig scherm
Archieffoto © Rene Manders/fotoMeulenhof

Minder varkens in Oost-Brabant, meer ruimte voor innovatie

EINDHOVEN - Het akkoord over de warme sanering van de varkenshouderij is nu vooral nog een globale verdeling van de 200 miljoen euro. De precieze impact op Oost-Brabant wordt volgend jaar duidelijk.

Ja, het aantal varkens in het overbelaste Oost-Brabant gaat de komende jaren écht omlaag. En nee, daarbij worden bedrijven niet gedwongen om te verhuizen of te stoppen. Maar wat de in het regeerakkoord aangekondigde 'warme sanering van de varkenshouderij' werkelijk betekent voor lokale knelpunten in pakweg Deurne, Nijnsel of Reusel? Daarover komt pas volgend jaar wat meer duidelijkheid. 

Toch is het hoofdlijnenakkoord dat landbouwminister Schouten (ChristenUnie) zaterdag bekendmaakte wel degelijk een belangrijke eerste stap. Het draagvlak voor de plannen is breed: provincies, gemeenten en bovenal een brede coalitie aan partijen uit de sector staan erachter. Terwijl de uitgangspunten - minder dieren en meer innovatie - duidelijk overeind staan. Wel benadrukken sectorpartijen als de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) dat er nog veel afhangt van de concrete uitwerking. 'We zijn er nog niet. De invulling van enkele belangrijke maatregelen ontbreekt nog.'

Verkleinen veestapel

Die verkleining van de veestapel wil het Rijk bereiken door dierenrechten van stoppende boeren op te kopen en uit de markt te nemen. Daarvoor is een pot van 120 miljoen euro beschikbaar. Niet elke stoppende varkensboer komt zomaar in aanmerking, benadrukt Schouten. De bedoeling is dat het geld specifiek wordt ingezet op locaties met meetbare overlast. ,,Het doel van deze regeling is om overlastsituaties weg te nemen. Geuroverlast is daarbij hét criterium." Met het beschikbare bedrag zou het Rijk tegen het huidige tarief ongeveer een miljoen varkensrechten kopen. Een aantal dieren staat echter niet genoemd in de plannen. ,,Dat doen we bewust, want de prijs fluctueert",  aldus Schouten. ,,We hebben 120 miljoen euro beschikbaar en gaan kijken wat we daar zo goed mogelijk mee kunnen doen."

Daarmee ligt het in de rede dat een groot deel van de middelen in Oost-Brabant en Noord-Limburg wordt ingezet. Daar leven in totaal 7,5 miljoen van de 12,5 miljoen varkens in Nederland. Het leidt er al jaren tot discussies tussen boer en burger. ,,We proberen daar verlichting in aan te brengen",  aldus Schouten. ,,Het boerenleven hoort bij het platteland. Maar de manier van produceren en het maatschappelijk draagvlak staan onder druk. Veel sectoren in de landbouw zijn zich daar ook van bewust."

Nieuwe stallen en technieken

De varkenshouderij draagt zelf ook bij, met name aan de innovatieparagraaf die ook in het saneringsplan is opgenomen. Het Rijk stelt 40 miljoen beschikbaar voor de ontwikkeling van nieuwe stallen en technieken om uitstoot tegen te gaan, de sector legt daar nog eens eenzelfde bedrag bij. Ook voor die gelden moet een nadere uitwerking nog volgen. Brabant trok vorig jaar al geld uit voor de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen; die zijn broodnodig, omdat de provincie wil dat boeren per 2022 aan strengere milieu-eisen voldoen. 

Daarbij is een van de criteria dat de uitstoot bij de bron wordt aangepakt. Dus niet via een luchtwasser die de lucht pas zuivert als die de stal verlaat, maar bijvoorbeeld door nieuwe manieren van mestverwerking die in beginsel al voor minder geurhinder en uitstoot zorgen. ,,Ik hoor daar vanuit het Rijk nu voor het eerst zo'n duidelijke visie op", reageert provinciebestuurder Anne-Marie Spierings (D66). Ook het geld voor de sanering ziet zij als een belangrijke stap. ,,Met de extra rijksbudgetten kunnen we op veel meer plekken een goede oplossing vinden."

Volledig scherm
Archieffoto © Bert Jansen

Best e.o.