Volledig scherm
Leden van de Sicherheitsdienst in Den Bosch, met in het midden leider Bernard Georg Haase, wiens doodstraf is omgezet in levenslang. © BD

Brabant en de bloederige zomer van '44

OpinieDEN BOSCH - De laatste bezettingsmaanden in Brabant waren wreed. Als reactie op de verzetsdaden sloegen de nazi's onverbiddelijk toe. De Sicherheitsdienst en Sicherheitspolizei in Den Bosch vervulden een spilfunctie in dit geweld. Nu de oorlogsarchieven stapsgewijs toegankelijk worden, is het mogelijk een profiel te maken van deze Duitse onderdrukkingsmachine, die hulp kreeg van NSB'ers en andere landverraders.

'Zeg het maar. Je wordt vanavond toch kapotgeschoten', snauwt Erich Gottschalk. Hij en enkele andere dronken medewerkers van de Sicherheitsdienst (SD) wachten het antwoord niet af en bewerken de vier mannen met een knuppel. Hevig bloedend worden ze naar de fusilladeplaats op de Vughtse Heide gebracht. Even na middernacht schieten de Duitsers bij volle maan hun machinepistolen op hen leeg.

Het is 7 september 1944. Kamp Vught is net ontruimd, maar dat weet de zeskoppige verzetsgroep uit Gennep niet. Zij willen het transport van de gevangenen naar Duitsland tegenhouden door het spoor onklaar te maken, maar komen niet verder dan hotel De Gouden Leeuw in Berlicum, waar ze worden opgepakt. Twee van hen ontsnappen; de andere vier (Jan en Hein Hendriks, Jan Guelen en Johan Keijzers) belanden voor verhoor in Mariënhof in Vught. Het gloednieuwe klooster annex bejaardenhuis van de zusters Franciscanessen doet dienst als bijkantoor van de Sicherheitsdienst en Sicherheitspolizei in Den Bosch. Hier zetelen de inlichtingendienst en de politieke recherche in een deel van het belastingkantoor aan de Wolvenhoek, dat tegenwoordig onderdeel is van het stadskantoor. De dienst kent SS-rangen, is bewapend en draagt het SS-uniform, maar vaak zijn de medewerkers in burger gekleed.

Tekst gaat verder onder kader.

Breken

Dodelijke acties waarbij de Sicherheitsdienst (SD) in Den Bosch betrokken was:

26 mei 1944: executie van veertien verzetsstrijders in De Loonse en Drunense Duinen.

6 juli 1944: arrestatie acht Brabantse burgemeesters die weigerden hun inwoners voor de Duitsers te laten werken op Walcheren. Zeven van hen overleden in gevangenschap.

9 juli 1944: executie in Tilburg van drie piloten en arrestatie van de Tilburgse verzetsstrijder Coba Pulskens.

14 juli 1944: moord in Breda op apotheker Fritz Bicknese.

29 juli 1944: executie bij Kamp Vught van zestien verzetsmannen die werden gepakt bij een door de SD gefingeerde wapendropping in Helvoirt.

9 augustus 1944: moord op de Bossche kapelaan Koopmans.

10 augustus 1944: moord in Ravenstein op Jo Meulemans, als represaille voor de aanslag op de Osse NSB-burgemeester.

10 augustus 1944: moord op melkfabriekdirecteur Kees Wintermans in Gemert, als represaille voor een roofoverval.

11 augustus 1944: executie van 35 mannen bij Kamp Vught, onder meer als represaille voor de aanslag op NSB’er Piet van Bussel (‘De Kin’) in Den Bosch.

14 augustus 1944: moord bij Someren op burgemeester Wijnen van Asten en burgemeester Smulders van Someren.

7 september 1944: moord bij Kamp Vught van vier in Berlicum gearresteerde verzetslieden.

9 september 1944: liquidatie van Piet Voets en Piet Ketelaars in Rosmalen.

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van dossiers van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Nederland heeft zes regionale vestigingen, die strak worden aangestuurd door de centrale in Den Haag. Vanuit de Wolvenhoek houden de dertig Duitsers de provincies Brabant en Zeeland op sociaal, maatschappelijk, religieus, politiek en economisch terrein in de gaten. De SD kan je helpen, de SD kan je breken. De dienst spoort opposanten, verzetsgroepen, pilotenlijnen en onderduikers op. Foute Nederlandse agenten werken behalve voor hun eigen politiekorps ook wel rechtstreeks voor de SD.

In de structuur van de Sicherheitsdienst vervullen de V-mannen en V-vrouwen een voorname rol. Deze onopvallend opererende vertrouwenspersonen zijn de voelsprieten van de SD in de samenleving. Hun achtergrond is zeer divers: industrie, kerk, journalistiek. Sommigen zijn uit overtuiging voor de Duitsers actief, anderen doen het uit winstbejag of zien kans snel carrière te maken. Een aparte groep vormen opgepakte Joden en verzetslieden die door de Duitsers zijn overgehaald voor hen te gaan werken. Het alternatief is een zware straf of deportatie. In de dossiers van de vervolgde medewerkers van de SD Brabant-Zeeland duiken tien V-mannen op. Het moeten er meer zijn geweest.

Behalve de regionale Aussenstellen heeft de Sicherheitsdienst landelijke commando's, die - vaak in samenwerking met andere Duitse (leger)eenheden - moorddadiger worden naarmate de oorlog vordert. Wie in Brabant in handen valt van de SD komt terecht in Kamp Haaren, Kamp Vught of het huis van bewaring in Den Bosch. De SD gaat niet over het beheer van Kamp Vught, waar in de zomer van 1944 329 mensen werden gefusilleerd, maar de relatie is intensief.

Pyjama
De Osse NSB-burgemeester Van Apeldoorn wordt op 10 augustus genadeloos neergeknald in de gelagkamer van herberg De Keurvorst in Ravenstein. De daders, leden van een knokploeg, ontkomen. De SD in Den Bosch komt meteen in actie. SD'er Albert Rösener na de oorlog: 'We reden eerst naar NSB'er Cornelis de Jongh in Grave, die ons een lijstje gaf van Duitsvijandige lieden. We besloten de vierde van de lijst dood te schieten.' Vier anderen gaan als gijzelaars naar Kamp Haaren.

Om 22.45 uur bellen ze aan bij de familie Meulemans, van het gelijknamige veevoederbedrijf. Jo (ongehuwd, 38 jaar) doet open in pyjama. SD'er Michael Rotschopf: 'Ik stond vlak voor hem. Toen ik de zekerheid had dat hij de goede persoon was, schoot ik op hem met mijn pistool. Ik zag hem vallen.' Moeder Anna Meulemans: 'Toen de voordeur werd opengedaan, vielen meteen de schoten. Mijn zoon riep nog: O God, ik ga dood!' De schutter is een afgekeurde Duitse frontsoldaat die was overgeplaatst naar de SD in Den Bosch.

Vrijspraak

Op 18 september vertrekt de Sicherheitsdienst uit Den Bosch en Vught, nadat de volledige administratie is verbrand. De Britse militaire rechtbank berecht in 1946 in Essen tien SD'ers van Aussenstelle Den Bosch. De Britten stellen hen verantwoordelijk voor de moord op drie geallieerde Engelse piloten die in Tilburg zijn verborgen. Vier van hen, onder wie Rösener en Rotschopf, krijgen de doodstraf, maar voordat ze in Hamelen naar de galg gaan ondergaan ze een langdurig verhoor over andere wandaden in het huis van bewaring in Den Bosch.

De andere zes worden, met de rest van de opgespoorde medewerkers van de SD Den Bosch, in Nederland berecht. De uitspraken variëren van vrijspraak tot levenslang. De meesten krijgen een gevangenisstraf van tussen de vijf en tien jaar. De Nederlandse rechtspleging is aanzienlijk milder dan de geallieerden in Duitsland bij hun berechting van oorlogsmisdadigers zijn. Zo is er vrijspraak voor de SD'er die betrokken was bij de moord op de Bossche kapelaan Koopmans én de Gemertse melkfabriekdirecteur Wintermans.

Volledig scherm
SD'er Albert Rösener. © BD
Volledig scherm
Michael Rotschopf © BD

'Plons'

Pater Jan Bayings verdwijnt in augustus 1942 van de radar. 'Ik mocht een aanvrage indienen om in Noord-Rusland aan bunkers te bouwen. Ik heb het met plezier aangenomen. De dood schijnt mij nu beter dan dit leven.' Vanuit Kamp Haaren schrijft hij twee afscheidsbrieven: aan zijn ouders in Oudenbosch en aan zijn overste van de Witte Paters in Boxtel. Hij meldt dat de Sicherheitsdienst hem in de trein naar Tilburg heeft aangehouden. De familie en de paters horen niets meer van hem en gaan ervan uit dat hij in de buurt van Sint-Petersburg is overleden. Niets is minder waar. De pater is nooit in Rusland geweest.

Jan Bayings, zoon van een smid, wordt in 1935 op 26-jarige leeftijd tot priester gewijd in Rome. De hoogbegaafde pater gaat lesgeven in Sterksel, maar moet eind 1940 terug naar Boxtel, omdat hij zijn fascistische ideeën openlijk in de klas verkondigt. Leerlingen kalken 'Plons' op zijn kamer, een bijnaam voor Hitler. In Italië was hij een bewonderaar geworden van Mussolini. De overste laat hem economie studeren in Tilburg, maar dat wordt geen succes.

Intussen is hij in contact gekomen met de SD in Den Bosch, waar hij bevriend raakt met een uitgetreden Duitse priesterstudent die nu SD-agent is. Deze Willem Pannhuis heeft de katholieke kerk in zijn portefeuille. Hij spoort religieuzen op die zich openlijk verzetten tegen de Duitsers en maakt daarbij gebruik van (voormalige) geestelijken die 'vijandig gedrag' bij hem rapporteren: onder anderen de pastoor van Achtmaal, een kapelaan uit Rosmalen en een ex-broeder uit Zundert. Pannhuis over V-man Bayings: 'Ik weet dat hij dingen die in het klooster gebeurde verried, zoals het bezit van radio's en het luisteren naar de Engelse zender. Hij was ronselaar van vertrouwensmannen, die als provocateur moesten optreden bij ondergrondse organisaties. Hij gaf deze mensen ook opdrachten en zij brachten bij hem verslag uit.' Bayings verruilt zijn toewijding aan God voor trouw aan Hitler.

Routinecontrole

Na zijn verdwijntruc in 1942 duikt Bayings nog verscheidene keren op in de regio. Bij een routinecontrole wordt hij aangehouden, maar na een telefoontje naar Den Bosch onmiddellijk vrijgelaten. De priester is er eentje van ons, krijgt de politieman tot zijn verbazing te horen. In Eindhoven en Breda wordt hij gezien in een café. In september 1943 vertrekt hij naar Duitsland. Na de oorlog doen ze in Nederland onderzoek naar hem - hij staat immers op de lijst van SD-beambten - maar het dossier gaat het archief in. Bayings hoeft zich niet voor zijn daden te verantwoorden. Hij is handelsreiziger, woont in Detmold, trouwt en krijgt drie kinderen.

Op een camping in de Eifel wordt in juli 1964 het lichaam gevonden van de 20-jarige bloembindster Anke Simonsmeier. Negentien maanden later doet Jan Bayings, die grote schulden heeft, aanspraak op haar vermogen van 40.000 mark. Het kost de gewaarschuwde politie geen moeite een bekentenis uit hem te krijgen. Nadat hij zijn minnares wurgde, begroef hij haar bij een snelweg. Zes maanden later groef hij haar op, verbrandde lichaamsdelen in zijn oven en stopte de rest in de tuin. De zijden sjaal waarmee hij zijn vriendin wurgde, draagt hij tot zijn arrestatie, als een soort relikwie. Bayings wordt veroordeeld tot levenslang. In de berichtgeving over de moord wordt geen verband gelegd met zijn oorlogsverleden.