Volledig scherm
PREMIUM
Jos Kessels. © Joost Hoving

De blaadjes leken onbereikbaar voor elkaar

ColumnAan de boom aan de achterkant van ons kantoor hingen nog twee blaadjes. Ze hingen aan de uiteinden van twee verschillende takken en leken daarom onbereikbaar voor elkaar. Het leken daardoor eenzame blaadjes. Ik vroeg me af welk blaadje het eerst door de wind meegenomen werd en welk blaadje zou achterblijven. Zo ging dat in het leven vaak ook.

Ik keek naar de takken die geen blad meer hadden. Ze hadden zich erbij neergelegd en gingen nu kaal de winter in, al was de wind zacht en het weer warm voor de tijd van het jaar. Op het beton  lagen twee peuken, restanten van wat ik in en uitgeblazen had. Ik schopte een van de peuken tussen de andere stompjes op de grond, een halve meter lager. Ik rookte meestal twee sigaretten, omdat ik vond dat één sigaret een al te schrale troost was voor de weg naar buiten.