Volledig scherm
Een beeld uit het tv-programma 'Beau en de Veteranen'. © Beau van Erven Dorens

Geef veteranen wat ze verdienen

OpinieHonderden oud-militairen met PTSS waar het leger en de regering zich niet druk om maken. In dit ingezonden stuk pleit Sjef Smeets uit Geldrop er voor dat de veteranen de zorg krijgen die ze verdiend hebben.

Dinsdag (2 juli) heb ik de slotaflevering gezien van het indrukwekkende, integer gemaakte RTL4-programma Beau en de Veteranen. Beau van Erven Dorens was met zeven getraumatiseerde Nederlandse oorlogsveteranen op een tocht in Noorwegen. Zij waren ooit na uitzending, op wat doorgaans - eufemistisch - 'vredesmissies' heten, teruggekomen uit Irak, Afghanistan, Libanon of Bosnië. Na in die vreemde landen onder de Nederlandse vlag gediend te hebben, brachten ze een serieuze Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) mee naar huis. Hun leven en dat van hun naasten is sindsdien een voortdurend en onbeschrijfelijk gevecht met het onverwerkte en bijna onverwerkbare verleden. Samen met een team van specialisten probeerden de zeven tijdens de tocht in Noorwegen meer inzicht te krijgen in hun trauma en hoe daar mee om te kunnen gaan. Zeven echte mensen, mensen van wie we zijn gaan houden.

Stank voor dank

Het zijn echter maar zeven van de honderden veteranen, die intensieve professionele hulp verdiend hadden bij thuiskomst. In plaats daarvan zijn ze door het Nederlandse leger, lees de regering verwaarloosd en worden ze door het volk min of meer met de nek aangekeken. Vergelijkbaar met de stank voor dank die de echte verzetsmensen na de Tweede Wereldoorlog hier ten deel viel.

De zeven mensen die naar Noorwegen meegingen zijn er beter van teruggekomen. Voor de meesten en voor hun gezinnen is er weer perspectief. Wat zou het leven er ook beter uit hebben kunnen zien voor hun honderden oud-kameraden, waar de staat zich niet druk om maakte.

Beau's tv-serie voerde me terug naar wat bekend is over het leven van de Nederlandse militairen, die pakweg dertig jaar geleden op een onverantwoorde missie gestuurd werden naar de Balkanlanden. Daar kwamen ze terecht in de hel van elkaar uitmoordende volkeren, met als uiteindelijk dieptepunt: Srebrenica. Steeds weer is deze militairen door de regering te kort gedaan. Want de uitzending van een bataljon van de 11 Luchtmobiele Brigade door minister-president Lubbers had onder de gegeven condities nooit mogen plaatsvinden. Later volgden nog de bataljons Dutchbat I, II,III en IV. Het kon niet op wat de Nederlandse zending naar een hopeloze situatie betrof.

Na Lubbers waren onze militairen overgeleverd aan het onvermogen van diens opvolger Kok, die niet de minste invloed had op de VN-bazen.

Stikken

Toen de Serviërs Srebrenica naderden sloeg luitenant-kolonel Thom Karremans alarm. Hij vroeg viermaal om luchtsteun, op 6 en 8 juli 1995, en tweemaal op 11 juli. De eerste twee keer weigerde brigadegeneraal C.H. Nicolai vanuit Sarajevo Karremans' verzoek aan het VN-hoofdkwartier in Zagreb door te geven, 'omdat de aanvragen niet voldeden aan de gemaakte afspraken omtrent het aanvragen van luchtsteun'. Een staaltje van verwerpelijk ambtelijk optreden. De verantwoordelijke VN-functionaris, de Franse luitenant-generaal Bernard Janvier , gaf niet thuis. Die liet onze mensen stikken in plaats van ze luchtsteun te geven toen ze die zo hard nodig hadden. Opgesloten in de Bosnische stad Srebrenica samen met duizenden hulpeloze doodsbange mensen, die ze geen hulp konden bieden. Srebrenica was al opgegeven voordat de verdediging van die stad was begonnen.

Op 11 juli 1995, toen ruim 400 Nederlandse UNPROFOR-militairen achtereenvolgens in Tuzla en Srebrenica zo goed als maar mogelijk was hun humanitaire werk deden, drongen Bosnisch-Servische troepen onder bevel van generaal Ratko Mladic met hun tanks de stad binnen om vervolgens een groot deel van de daar aanwezige moslimmannen en -jongens te vermoorden.

De val van Srebrenica en de daaropvolgende gebeurtenissen in 1995, zijn in Nederland onderwerp van een nationale herdenking. Deze wordt jaarlijks op 11 juli op het Plein in Den Haag gehouden onder het tweetalige motto: 'Nooit vergeten - Nikad ne zaboraviti'. Naast het herdenken van de slachtoffers, is het doel van de publiekelijke bijeenkomst om de nabestaanden een hart onder de riem te steken. Allemaal goed en wel, maar ik zou graag zien dat onze veteranen de zorg krijgen die ze verdiend hebben.