Volledig scherm
Het distributiecentrum van Coolblue in Tilburg. Veel bedrijven kiezen Brabant voor de vestiging van logistieke centra. © copyright Marc Bolsius

Groeiende zorgen over 'verdozing' Brabants landschap

OpinieHet landschap in Brabant wordt verpest door het groeiende aantal blokkendozen. Regie is dringend gewenst. Dat betogen Cees-Jan Pen (lector De Ondernemende Regio aan Fontys Hogescholen) en Joks Janssen (directeur van BrabantKennis in Tilburg) in dit ingezonden artikel.

Brabant boomt. De regionale economie draait overuren. Dat zien we niet alleen terug in gunstige economische cijfers, maar ook in de bouwactiviteit langs snelwegen. Daar verrijzen in hoog tempo steeds grotere distributiecentra en opslagruimten, in de volksmond vaak 'dozen' genoemd. Deze groei wordt mede veroorzaakt door de toegenomen populariteit van het online shoppen.

Brabant is populair als vestigingslocatie voor supersized distributiecentra of XXL-DC's. Dat heeft onder meer te maken met de gunstige ligging van de provincie op de logistieke as tussen de Rotterdamse haven en het Duitse achterland, het goede wegennet, de welwillende houding van gemeenten en gunstige fiscale regelingen rond btw-aftrek. Brabant kent met ruim 8 miljoen vierkante meter verreweg het grootste areaal logistiek vastgoed, op afstand gevolgd door Zuid-Holland (4 miljoen), Noord-Holland en Limburg (beide 3,5 miljoen).

De groei in logistiek vastgoed zet naar verwachting door. Tot 2030 staat de provincie op basis van eigen ramingen voor de opgave om locaties te vinden voor de uitbreidingsvraag van 500 hectare. Omgerekend gaat het dan om zeker 100 logistieke hallen, die in omvang, maat en schaal ook nog eens toenemen. Raamloze hallen van ruim 20 meter hoog en een oppervlakte van 2 hectare (ongeveer vier voetbalvelden) zijn geen uitzondering.

Inmiddels wordt de keerzijde van deze ontwikkeling duidelijk. We bestellen via de 'pakhuisindustrie' niet alleen onze spullen, maar ook een anoniem landschap van grijze blokkendozen. Een weinig aantrekkelijk landschap, dat grotendeels afhankelijk is van arbeidskrachten uit Midden- en Oost-Europa, in snel tempo schaarse landbouwgrond opsoupeert en zorgt voor extra vrachtverkeer op de toch al drukke Brabantse wegen. De snelheid, omvang en vaak liefdeloze begeleiding van deze ontwikkeling zorgt voor maatschappelijke onrust. Steeds meer Brabanders maken zich zorgen over de 'verdozing' van het landschap.

Neiging

Positieve actie is nodig. Het provinciale bestuur zal in overleg met gemeenten en marktpartijen scherpere keuzes moeten maken. Regie is dringend gewenst. Hoewel een totale stop op nieuwe dozen verleidelijk klinkt, is dat wat ons betreft niet aan de orde. Het gaat immers niet alleen om opslag en verzending van pakketjes, maar ook om bevoorrading van ziekenhuizen en aanvoer van onderdelen voor de hightechindustrie. Wat wel moet worden gestopt, is de neiging van gemeenten om elk hun eigen plan te trekken en de rode loper uit te rollen voor alle vormen van logistieke bedrijvigheid.

Het huidige 'vraaggericht ontwikkelen' is onvoldoende om de aantasting van het landschap een halt toe te roepen en te werken aan een duurzame economie. Een aantrekkelijk landschap vormt niet alleen een decor voor de recreatieve activiteiten van veel Brabanders, ook de expats van ASML willen kunnen ontspannen in een groene leefomgeving. En steeds meer toeristen uit Azië zijn op zoek naar het landschap van Vincent van Gogh. We moeten voorkomen dat zij straks tussen de dozen het landschap niet meer kunnen zien. Daarom is het beter te kiezen voor één enorm terrein met logistieke centra, dan de huidige versnippering.

De huidige aanpak blokkeert ook de weg naar een meer duurzame economie. Het is zorgelijk dat nog altijd geen duurzaamheidseisen worden gesteld aan de vestiging van logistieke bedrijven. Als we alle vrije ruimte op de daken van distributiecentra nu eens reserveren voor zonnepanelen? Zo wekken we duurzame energie op en voorkomen we tegelijkertijd de aanleg van zonne-akkers in het boerenland. De gemeente Waalwijk is voornemens om nieuwe bedrijven te verplichten hun dakconstructie geschikt te maken voor zonnepanelen. Wat ons betreft een voorbeeld dat navolging verdient op regionale schaal. Op dat niveau kunnen ook bindende afspraken worden gemaakt over de circulariteit en klimaatbestendigheid van logistieke terreinen.

Provincie en gemeenten moeten sturen op de meerwaarde van nieuwe logistieke bedrijven. Voegen ze echt iets toe aan de regionale economie? Gaat het om opslag van onderdelen voor onze maakindustrie, of betreft het de zoveelste distributiehal van een internationale keten die vanuit hier het Europese achterland wil bevoorraden? En zijn het bedrijven die zich sterk maken voor de inzet van werknemers uit de regio, of is men volledig afhankelijk van arbeidsmigranten? Het is zaak veel kritischer te zijn over de vraag welke bedrijvigheid je wenst te accepteren. Alleen bedrijven die daadwerkelijk en duurzaam willen investeren in de regio verdienen medewerking.

Hergebruik

Tot slot zouden provincie en gemeenten in overleg met de logistieke sector veel meer moeten doen om bestaande logistieke bedrijventerreinen en panden op te knappen en weer geschikt te maken voor (een deel van) de toekomstige vraag. Er zullen regionale publiek-private 'opknap- en hergebruikfondsen' moeten komen om ze weer gereed te maken voor de toekomst. Alleen zo zorgen we ervoor dat 'het hergebruik van dozen' straks niet alleen slaat op het verpakkingsmateriaal, maar ook op de hallen waarin ze worden opgestapeld.