Volledig scherm
e Technische Universiteit Eindhoven.

Is bedrijfskunde te wetenschappelijk?

De auteur werkte in deeltijd bij bedrijfskunde aan de TU/e (1971- 2006), was deeltijd-hoogleraar in Ljubljana (2004-2010) en kerndocent bij Avans+ (2009-2012). Hij heeft een eigen adviesbureau en is mede-auteur van het boek Bringing Technology and Innovation into the Boardroom.

Zo'n tien jaar na de oprichting van de Technische Hogeschool Eindhoven (nu Technische Universiteit) wordt de afdeling Bedrijfskunde opgericht.

In het begin zijn het hoofdzakelijk ambachtelijke praktijkmensen die richting geven aan het onderwijs en het onderzoek. Hoewel, onderzoek? Er waren inderdaad enkele voortvarende lieden, die 'iets' onderzochten, maar het onderwijs vormde toch de lijn die je volgde. Eén van die praktijkhoogleraren, zo noem ik ze maar even voor het gemak, onthulde eind jaren tachtig voor een volle zaal met alumni dat hij geen tijd had voor onderzoek of publicaties, want er moest worden gewerkt.

Promoveren was weggelegd voor een enkeling, als hobby. Waren die 'professorandissen' dan geen goede hoogleraren? Ja en nee. Er ging weinig intentie van uit om 'de wetenschap' vooruit te helpen. De nadruk lag op het onderwijs en de binding met de praktijk. Maar ze voegden wel nieuwe, sprankelende ideeën aan de bestaande 'pot met kennis' toe. Ideeën die ontsproten waren aan prangende vraagstukken in de praktijk. Ideeën waaruit duizenden studenten en later ook vele promovendi zouden putten.

Omslag

De omslag in het relatieve gewicht van onderwijs en onderzoek komt in de jaren negentig. Er moet nu door alle wetenschappelijk medewerkers onderzoek worden gedaan en worden gepubliceerd en wel in het Engels! Bedrijfskunde neemt uiteindelijk zelfs de naam 'Industrial Engineering & Innovation Sciences' aan, eens te meer een bewijs voor de toenemende internationale oriëntatie.

Het onderwijs is dan niet meer de lijn waarlangs carrière gemaakt wordt. Eén hoogleraar verklaarde dat hij het liever geen studenten wilde zien. Dat hield hem af van zijn belangrijkste taak: het doen van wetenschappelijk onderzoek. Het doorgeven van kennis door middel van boeiende colleges werd veel minder belangrijk geacht dan naam maken in de wetenschap.

Het is nu zaak fellow van een onderzoeksschool te worden en te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften. Slimme jongeren vanuit de hele wereld worden geselecteerd om te promoveren, want dat bepaalt voor een groot deel de publicatiestroom en daarmee de financiering van de faculteit. Het is een 'koekjesfabriek' geworden, merkte een hoogleraar – niet zonder zelfspot – op. Die slimme jonge mensen gaan in toenemende mate met geavanceerde computerprogramma's 'A met B vergelijken'. Dit zonder een bedrijfskundig referentiekader te hebben opgebouwd omtrent A of B. Wellicht erger nog: ze hebben ook geen affiniteit met A of B. Nog bedenkelijker wordt het als we ons realiseren dat deze jongens en meisjes onze hoogleraren bedrijfskunde worden.

Het zijn zonder twijfel knappe wetenschappers, maar zullen zij ooit gevraagd worden om 'op tv' uit te leggen hoe je het bedrijfsleven kunt versterken? Zullen ze een stimulans vormen voor jongeren om een bedrijf te beginnen? Kunnen ze nog een zinvol debat voeren met een manager of adviseur in hun onderzoeksveld? Hoe dan ook, ze vormen een groot contrast met de initiatiefnemers van een halve eeuw geleden.

Verwetenschappelijking

Mijn pleidooi is derhalve om enkele praktijkhoogleraren te benoemen die hebben geleerd abstract te denken over concrete vraagstukken, maar dan – zoals destijds – vanuit hun ervaring in en affiniteit met de empirie, de praktische ervaring. Scherpzinnige lieden die met nieuwe inzichten komen en die willen uitbouwen tot nieuwe theorieën en die het debat aangaan met theoretische collega's. Mannen of vrouwen die niet de bestaande kennis willen uitbouwen of herkauwen, maar tegendraads, met jeugdig enthousiasme en gelouterd in de bedrijfskundige praktijk. De verwetenschappelijking dient op zich een goede zaak, maar ze draaft nu te ver door voor een vak dat bedrijfskunde wil heten.

Mijn observaties en pleidooi doen een deel van de bedrijfskunde-docenten tekort. Er is een aantal dat wel degelijk belangstelling heeft voor de empirie en ook banden heeft met de praktijk. Dit artikel kan helpen hun gedrag een ruimere plaats te geven in het beoordelingssysteem dat nu voornamelijk is gericht op het aantal wetenschappelijke publicaties. Dit is lastig te doorbreken omdat de financiering voor een groot deel hierop berust. Een mogelijke oplossing is de 'praktijk-hoogleraren' door derden te laten financieren. Geen praktijk-mensen, die hun bedrijf in een gastcollege vertegenwoordigen, maar professionals die onafhankelijk en vrijwel voltijds gedurende pakweg een vijftal jaren in het onderzoek en onderwijs 'meedraaien'.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement