Volledig scherm

Kabinet moet niet liegen over 'menu' coffeeshops

Het blijft verbazing wekken: Nederland telt een miljoen mensen die antidepressiva slikken, 800.000 alcoholisten en een kleine 9.000 mensen die zich bij hulpinstellingen melden wegens problemen met cannabis.

Voor dit kabinet draait het drugsbeleid echter maar om één ding: cannabis.

De stroom maatregelen blijft aanzwellen: een wietpas en een buitenlanderverbod voor coffeeshops, een minimale afstand van 350 meter tussen shops en scholen, maximering van het aantal leden per 'besloten coffeeshopclub' en nu dan een verbod op 'zware wiet'.

Al deze maatregelen hebben één ding gemeen: lokale overheden, wetenschappers en consumenten zijn faliekant tegen. Zij vrezen dat de nieuwe regels onnodig en onwerkbaar zijn en zullen leiden tot meer overlast, meer illegale handel en criminaliteit en een slechter en duurder product.

Met een verbod op cannabis met meer dan vijftien procent THC wordt van coffeeshops het onmogelijke geëist. Een deugdelijke THC-test kan alleen in een professioneel laboratorium worden uitgevoerd. Dat zeggen niet alleen de coffeeshopondernemers, maar ook het Trimbos Instituut en het Nederlands Forensisch Instituut. Coffeeshops die laboratoria hebben verzocht cannabis te testen op THC en andere werkzame stoffen kregen steevast nul op het rekest. Elke vorm van cannabisteelt of bevoorrading van coffeeshops is immers verboden en wordt actief vervolgd. Dat geldt ook voor vervoer en bezit van elke hoeveelheid boven dertig gram. Van een ondernemer iets eisen dat juridisch en praktisch onmogelijk is, op straffe van sluiting: dat klinkt als onbehoorlijk bestuur.

Juist daarom is het zo kwalijk dat minister Ivo Opstelten en ook zijn collega Maxime Verhagen doen alsof coffeeshops nu al THC-percentages vermelden. Wat zeiden ze precies?

Opstelten: "Ik weet niet of u wel eens in een coffeeshop geweest bent, ik heb me dat laten vertellen uiteraard. Als je daar binnen komt heb je gewoon menukaarten en daar staat het gewoon op: cannabis met dat percentage THC. Wat dat betreft is er een gewone normale ontwikkeling, die coffeeshophouders zijn hier al lang aan gewend."

En Verhagen, in het gesprek met de minister-president van 7 oktober: "Ik weet niet of u wel eens in zo'n coffeeshop geweest bent, maar daar zie je dat ze er reclame mee maken, dat ze lijstjes hebben van 'dit is cannabis met dit en dit percentage'. Dus blijkbaar zijn zij zelf daar ook toe in staat."

Sinds 1994 heb ik honderden coffeeshops bezocht. Nog nooit ben ik een menukaart tegengekomen waarop THC-percentages vermeld stonden. Logisch, want coffeeshopondernemers kúnnen die informatie niet verzamelen en dus ook niet vermelden.

Het kabinet baseert zich dus op verkeerde informatie om een maatregel in te voeren die maar één doel dient: boven elke coffeeshop een zwaard van Damocles hangen dat op elk gewenst moment losgelaten kan worden.

Nog belangrijker dan de uitvoerbaarheid is het nut van deze maatregel. Het kabinet wil 'zware wiet' verbieden omdat deze 'ernstige gezondheidsrisico's' zou opleveren, zeker bij gebruik op jonge leeftijd. Wetenschappelijk staat allerminst vast dat cannabis met veel THC schadelijker of risicovoller is dan cannabis met minder THC.

De commissie Garretsen, op wier advies het kabinet zich baseert, erkent dat ook: 'Epidemiologisch onderzoek heeft aangetoond dat cannabisgebruik tijdens de adolescentie een risicofactor is voor het ontstaan van schizofrenie op latere leeftijd. Cannabis met een hoog THC-gehalte lijkt daarbij een hoger risico te vormen dan cannabis met een laag gehalte aan THC.' Het woord 'lijkt' staat hier niet voor niets: voor deze stelling ontbreekt wetenschappelijk bewijs. Let ook op de term 'cannabisgebruik' in de eerste zin: het gaat dus niet om gebruik van cannabis met veel THC maar gebruik in het algemeen.

Bovendien is dit gebruik slechts één van de risicofactoren. Op zijn minst kunnen we concluderen dat de positieve effecten van een verbod op 'zware wiet' twijfelachtig zijn.

Dat geldt niet voor de voorspelbare negatieve effecten: voor 'zware wiet' zal een zwarte markt ontstaan, er zullen nog meer shops moeten sluiten omdat zij onwerkbare regels overtreden, zodat de druk op het systeem verder toeneemt.

Ondertussen leidt het kabinet met al deze stoer ogende symboolpolitiek succesvol de aandacht af van het echte probleem: het ontbreken van enige vorm van regulering van de teelt en aanvoer naar coffeeshops. Ook internationaal is daar anno 2011 volop ruimte voor. Waar het op aankomt is lef, visie en afscheid van het failliete 'war on drugs'-denken.

Derrick Bergman uit Eindhoven is journalist en woordvoerder van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC).