Volledig scherm
© stock.xchng

Kinderopvang is een vak apart, scholen moeten dat nog leren

OpinieDe auteur Pascale Spieringhs is algemeen directeur van Nummereen Kinderopvang, dat actief is in de Kempen.

'Scholen duiken in de kinderopvang', luidde de kop van een artikel in het ED van 26 augustus. Mijn eerste reactie was: Dan moeten ze dus leren zwemmen. Waarmee ik metaforisch doel op het gegeven dat basisscholen competenties moeten ontwikkelen willen zij klaar zijn om zelf professionele kinderopvang aan te bieden.

Een basisschool (of schoolbestuur) die zelf kinderopvang in eigen beheer aanbiedt, dat kan zeker voordelen bieden. Goede voorbeelden zijn er eveneens. Maar het betekent dat scholen zich moeten toeleggen op goed onderwijs aan de ene kant en zich moeten begeven op de markt van professionele kinderopvang aan de andere kant. En hoewel er natuurlijk een duidelijke parallel te trekken is tussen beide domeinen - het kind - zijn er ook veel verschillen.

Professionele kinderopvang is een vak apart. Niet alleen inhoudelijk maar ook qua wet- en regelgeving. Daarnaast moet kinderopvang, veel meer dan onderwijs, continu inspelen op ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en de maatschappij in het algemeen. Kinderopvang is immers een belangrijk arbeidsinstrument en moet dan ook tegemoetkomen aan de vraag van ouders op dat gebied. Dat betekent dat scholen niet alleen competenties en visie binnen deze branche moeten ontwikkelen, maar ook een bepaalde vorm van ondernemerschap.

Wanneer scholen bekwaam zijn en dus professionele kinderopvang van hoog niveau kunnen borgen, komt de inhoudelijke koppeling tussen de domeinen onderwijs en opvang aan de orde. De doorgaande lijn, zoals dat genoemd wordt.

Onderwijs en opvang hebben een gezamenlijk doel: het creëren van optimale ontwikkelkansen voor ieder kind. Een goede samenwerking tussen professionals van onderwijs en opvang is daarbij essentieel. Integraliteit, daarentegen, is geen garantie voor succes.