Volledig scherm
Vivianne Miedema tijdens het WK in Frankrijk in actie tegen Kameroen. © BSR Agency

Laat je niet uit het veld slaan: hup leeuwinnen

OpinieEen mijlpaal in de emancipatie is het misschien niet, maar waardering voor voetballende vrouwen is wel heel fijn. Dit ingezonden artikel is geschreven door Marga van Zundert. Zij is wetenschapsjournalist en was (recreatief) voetballer.

Blij word ik ervan. Echt heel blij. Van de voetbalplaatjes bij de AH. Van het woord oranjeleeuwinnen. Van hele vrouwenvoetbalwedstrijden op tv. Van voetbalanalisten die praten over het talent van Vivianne Miedema en de tactiek van Sarina Wiegman. Opeens is vrouwenvoetbal niet meer alleen voor mij een prachtige sport, maar vindt heel Nederland vrouwenvoetbal cool.

En wat moet het heerlijk zijn om nu op te groeien als voetbalster. Geen verbaasd-beleefd 'ooo' wanneer je vertelt dat je voetbalt. Niet op je hoede zijn bij de sollicitatievraag 'wat zijn je hobby's?' En de kans hebben om bekend, zelfs beroemd te worden in je sport. Dat de droom een heuse profvoetballer te worden, waarheid kan worden.

Geschaafde knieën

Zo lang ik me kan herinneren voetbalde ik. Achter bij de garages, op het schoolplein, maar het liefst in de grote achtertuin van Wim. Dat scheelde geschaafde knieën, je hoefde de bal niet telkens uit de prikkelbosjes te vissen én bij Wim hadden ze chocoprinsen in plaats van speculaasjes.

Dat ik voetbalde kwam eigenlijk door mijn zus. Die was minstens zo handig met de bal als de buurjongens: dribbelen, kappen, draaien. Ik mocht mee, en al doende leer je wat.

De buurjongens gingen al snel op voetbal bij de E-tjes. Mijn zus en ik gingen ponyrijden. Op voetbal? Dat kwam, hoe raar het nu ook klinkt, eigenlijk niet eens bij ons op.

Totdat we een oppas kregen, een voetbalster! Zij nam ons mee naar een club. Ik was twaalf, misschien dertien, en we waren heel welkom. Het was namelijk altijd lastig genoeg voetballende meiden te vinden voor een team. En dat bleef lang zo.

Als student speelde ik in het allereerste Eindhovense vrouwelijke studentenzaalvoetbalteam. Genoeg spelers voor een veldvoetbalteam waren er niet. En nog moesten we in het begin soms een huis- of studiegenootje ompraten om voor één avond voetbalschoenen aan te trekken.

Ergens begin jaren tachtig, ik zat net 'op voetbal', kwamen twee zussen proeftrainen. Ze voetbalden graag en goed. 'Wanneer doen jullie mee?', vroeg de trainer-coach telkens. Uiteindelijk kwam stotterend het hoge woord eruit. Ze waren er stiekem. Voetballen mocht niet van thuis.

De trainer dacht 'dat bestaat niet!' Vol goede moed ging hij langs. Maar vader bleek onverbiddelijk: 'Mijn dochters voetballen niet.'

Allemaal potten

Deze vader was ook toen al ouderwets. Maar ik herinner me ook de verbaasde vriendin van een huisgenoot: 'Dat zijn toch allemaal potten?' Het vriendje dat weigerde een keertje langs de lijn te komen kijken.

En bij de open (gemixte) trainingen aan het begin van het jaar was er altijd wel een nieuwbakken student die 'niet begreep' dat je de bal kon overspelen naar een vrijstaande speelster.

Hilarisch, maar ook triest, was het team bij het carnavalstoernooi dat woester en woester ging spelen, omdat verliezen van vrouwen toch onmogelijk was. Maar begrijp me goed. Ik heb met heel veel plezier gevoetbald. Wie om vrouwenvoetbal lachte of gniffelde was simpelweg niet de moeite waard. Toch?

Balcontrole

Onlangs was ik toeschouwer bij het internationale toernooi van mijn oude zaalclub, Totelos. Een soort kleine reünie. Enkele speelsters waren nog niet geboren toen wij in diezelfde zaal in hetzelfde tenue dribbelden. Maar net als hun buurjongens gingen deze meiden met vijf-zes jaar op voetbal. Het eerste speelt in de hoogste klasse. En ze zijn goed! De balcontrole is top, de snelheid ligt hoog en aan reserves geen gebrek. Vier vrouwenteams hebben ze ondertussen.

De volgende ochtend belden twee dames in lange rok aan mijn deur: 'Maakt u zich ook zo'n zorgen over waar het heen gaat met deze wereld?' 'Nee, hoor', zei ik vrolijk. Beduusde blikken. Ja, ook ik word wel eens somber als ik de krant lees. Maar ik was voorlopig onder de indruk van deze mooie, misschien kleine, maar toch zo belangrijke vooruitgang in de wereld. Van het simpele geluk nu vrijuit en trots te kunnen voetballen als meisje en vrouw.

Vrouwelijke premier

Vijftien jaar geleden al werd de emancipatie voltooid geacht. Maar daarbij was het vrouwenvoetbal even vergeten. En zo zijn er nog talloze sporten, hobby's en beroepen waar vrouwen hun keuze telkens moeten verdedigen en waar waardering schaars is. Denk aan motorcross of duivenmelken, aan de bouw of metaal, en aan de vrachtwagenchauffeur of de eerste vrouwelijke minister-president.

Voor alle meisjes en vrouwen met die droom: laat je niet uit het veld slaan. Hup leeuwinnen!