Volledig scherm
Een door de politie vrijgegeven beeld van de overvallers op een juwelier in Den Haag.

Media, denk na over privacybeleid (OPINIE)

De Nederlandse media lijken steeds gemakkelijker namen vrij te geven van verdachten, stelt media-ethicus Huub Evers vast.

Twee jongens drongen recent een Haagse juwelierszaak binnen en schoten de eigenaar dood. Het drama leidde tot veel discussie, omdat eerst op tv beelden te zien waren van de overval en daarna ook foto's van de twee plus hun volledige namen. De politie deed dat in het kader van het opsporingsonderzoek. Later werden nog beelden uitgezonden van de bekentenis van één van de twee in Georgië. Dat is daar heel gebruikelijk, werd eraan toegevoegd.

De tendens om namen en foto's van verdachten te publiceren is er al langer. De politie doet dat in de hoop dat het publiek met waardevolle informatie komt. De laatste jaren slaat de balans tussen misdaadbestrijding en privacybescherming door ten gunste van een harder beleid ten aanzien van criminaliteit. De gemiddelde Nederlander is bereid een groot gedeelte van zijn persoonlijke levenssfeer op te offeren voor veiligheid.

Ook bij de media is er een verschuiving. Hier wordt het belang van informeren van het publiek vaak zwaarder geacht dan de privacybescherming. Of gaat het vooral om sensatie? Van oudsher hebben Nederlandse media een traditie van terughoudendheid. Verdachten en veroordeelden worden in beginsel niet met (volle) naam aangeduid en ook beelden worden niet getoond. Er wordt gewerkt met balkjes en initialen. Dat gebeurt omdat een verdachte nog niet schuldig bevonden is. Daar gaat de rechter over. En een veroordeelde heeft na zijn straf recht op een nieuwe kans in de maatschappij. Bovendien zijn er ook nog familieleden die niet met de vinger nagewezen willen worden.

Die regel kent uitzonderingen. Hoge bomen vangen veel wind, dus publieke figuren moeten er rekening mee houden dat ze met naam in de krant komen als ze verdacht worden van ernstige delicten. Tegenwoordig zijn er meer redenen om minder terughoudend te zijn. Binnen de kortste keren na een schietpartij staan namen, adressen, details en foto's op internet. Waarom zou je mensen dan nog beschermen? Is dat niet achterhaald in het GeenStijl-tijdperk? Maken kranten die aan oude standaarden vasthouden, zichzelf niet tot reservaat van terughoudendheid in een wereld die aan privacy geen boodschap meer heeft? Gaan de media wél 'met hun tijd mee', worden dan niet de praktijken op internet norm van krant of omroep? Dan regeert 'het afvoerputje van de beschaving', zoals sommige sectoren van het internet wel worden genoemd.

De media roepen (terecht) dat zij hun eigen verantwoordelijkheid hebben en hun eigen afwegingen maken. Daarnaast is er voor de oplettende waarnemer een hoop slordigheid en inconsequent gedrag: wel initialen plus een foto-zonder-balkje, geen naam maar zo veel gegevens dat voor iedereen duidelijk kan zijn om wie het gaat. Ander argument: de praktijk in het buitenland. Daar worden verdachten vaak voluit genoemd. In geruchtmakende affaires doen de Nederlandse media dat ook. Dan kun je je afvragen of het niet hypocriet is vrijmoedig te berichten over zaken over de grens en bij binnenlandse zaken een beroep te doen op privacy en tegengaan van stigmatisering.

Elke redactie zou de eigen normen opnieuw tegen het licht moeten houden en moeten besluiten of ze verder nageleefd worden. Bovendien zou het goed zijn in geruchtmakende zaken aan lezers uit te leggen waarom voor een bepaalde praktijk wordt gekozen. Overigens blijkt mij geregeld in gesprekken met journalisten dat ze het belang van privacybescherming nog steeds hoog willen houden, ook in het digitale tijdperk.

Een realistisch uitgangspunt lijkt mij dit: duidelijk en volledig zijn in geruchtmakende zaken, zeker wanneer daar BN'ers bij betrokken zijn, en terughoudend blijven in al het andere.

-

Media-ethicus dr. Huub Evers is lid van de Raad voor de Journalistiek.

ED gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement