Volledig scherm
Asielzoekers in een opvangcentrum.foto Inge van Mill/ANP

Minister kan niet willekeurig beslissen over asiel

Alsof ik een ijskonijn ben, een diepvrieskist of een man met een stenen hart.

Die indruk wordt in de media gewekt, mede naar aanleiding van de onwil die ik zou hebben om de 'volledige verwesterde' Mauro Manuel een verblijfsvergunning te geven. Burgemeesters constateren dat ik in het afgelopen jaar 'slechts' voor 41 gevallen van mijn bijzondere bevoegdheid gebruik heb gemaakt in schrijnende zaken. Ik zou 'hard' zijn en onvoldoende mijn hart laten spreken.

Voor alle duidelijkheid: ik laat mij niet opjagen in een wedstrijdje voor wat betreft het aantal keren dat ik gebruik maak van mijn zogenaamde 'discretionaire' bevoegdheid. Ook niet door burgemeesters die opkomen voor asielzoekers, waarvan ik moet constateren dat het om oorlogsmisdadigers gaat. Ik ben vastberaden: Nederland mag geen toevluchthaven worden voor Afghaanse of andere oorlogsmisdadigers, ook al is aan hun vrouwen en kinderen uit humanitaire redenen wél een vergunning verleend. Het kan niet zo zijn dat de slachtoffers die we hier opvangen straks hun beulen van toen op straat kunnen tegenkomen.

Daarnaast vind ik dat de discretionaire ruimte alleen moet worden toegepast in écht uitzonderlijke situaties. Schrijnende situaties, zoals ernstige ziekte of het overlijden van een kind. Daar was dit instrument altijd voor bedoeld. En niet als laatste redmiddel om toch te kunnen blijven.

Hoe spijtig het ook is voor uitgeprocedeerde asielzoekers, het hier ingeburgerd zijn kan niet een opzichzelfstaand argument zijn om mensen maar te laten blijven. Het zou ook tot aanzuigende werking leiden. Daarnaast moet elke discretionaire beslissing evenzeer gelden voor vergelijkbare gevallen. Dus niet alleen voor jonge mensen met een mooi gezichtje of aansprekende tongval die door de media worden geplugd.

Ik zeg dit alles zo stevig en duidelijk, omdat naar mijn mening de gevoelens over toepassing van de discretionaire bevoegdheid zijn gederailleerd. Het beeld lijkt te bestaan dat de minister dit instrument naar willekeur kan inzetten. Stemt hij in, dan is hij in de ogen te prijzen. En wijst hij af dan is hij hard en onredelijk. Dat misverstand moet echt van tafel. De minister moet staan voor een integer, consequent en consistent asielbeleid. Een beleid waarbij voor ieder individu een persoonlijke afweging wordt gemaakt en waarbij de mogelijkheid openstaat van beroep en een gang naar de rechter.

Het zijn en blijven lastige beslissingen. 'Nee' zeggen is bepaald niet gemakkelijk. Het gaat mij óók aan het hart als ik al die treurige verhalen lees. En natuurlijk begrijp ik dat mensen uit de omgeving van deze ongeluksvogels opstaan en pleiten voor hulp en vechten voor een laatste kans. Maar we moeten eerlijk en consequent blijven. We hebben een asielbeleid, dat is goedgekeurd door de Tweede Kamer. Een beleid met regels, die voor iedereen hetzelfde zijn.

Te lang hebben we om de hete brij heen gedraaid. Als minister die er net een jaar zit word ik geconfronteerd met veel gevallen van acht, tien, zelfs vijftien jaar verblijf, waarin nog steeds een rechtszaak loopt. Door altijd maar toe te geven, lossen we het probleem niet op. Sterker nog: we geven een signaal af dat het loont om het vertrek te frustreren. Uiteindelijk gaan we toch door de knieën.

Ik behoor niet tot die categorie. Ieder geval zal ik zorgvuldig bekijken, consequent maar ook barmhartig. Mijn oprechtheid als minister is net zo groot als toen ik zelf als burgemeester aandacht vroeg voor bepaalde zaken. Genade moet – als het even kan – voor recht gelden, maar niet altijd is genade terecht. In ieder geval moet de beslissing snel genomen worden. Daarom was een van de eerste zaken die ik in Den Haag heb aangepakt de lange duur van de procedures. Het mag in de toekomst niet meer voorkomen dat mensen zo lang in procedure zijn. Ook moeten mensen die niet mogen blijven, nu eens daadwerkelijk vertrekken. Leiderschap is niet alleen het verhaal houden dat mensen graag willen horen.

Dat we oog houden voor medemenselijkheid is voor mij vanzelfsprekend. Dat is de reden dat ik in het geval van Mauro Manuel – op aandringen van de Tweede Kamer – nog eens alle mogelijkheden op een rijtje aan het zetten ben. Mauro, nu woonachtig in Eindhoven, is als kind van tien jaar vanuit Angola ons land binnen gekomen als Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA). Hij woont hier al acht jaar bij liefhebbende pleegouders en is volledig ingeburgerd inclusief Limburgse tongval. Mijn voorgangers hebben hem nooit een zelfstandige verblijfsvergunning gegeven, omdat hij nog een moeder heeft en dus niet alleenstaand is. Het adoptieverzoek van zijn Nederlandse pleegouders is tot twee keer toe door de rechter afgewezen. Nu is hij achttien en zou hij terug kunnen, zeker naar Angola waar in vergelijking tot veel andere landen het opbouwen van een nieuw bestaan goed mogelijk is. Toch heb ik toegezegd alle aspecten nog eens precies te bekijken. Zonder valse verwachtingen te wekken. Ook moet ik meewegen dat wat voor Mauro mogelijk is, ook voor anderen zal gelden.

Tenslotte nog dit: de ruimte en het draagvlak voor oplossingen worden mede bepaald door de wijze waarop de media de beeldvorming voeden. Het is zo gemakkelijk een beeld te 'framen' dat voorbij gaat aan de fragiele balans die op dit terrein aan de orde is. Regels zijn regels maar als de toepassing ervan een gezicht wordt geboden krijgt de emotie de overhand. Het zou journalisten sieren als ze ook dit aspect in hun commentaar betrekken. De mogelijkheid tot inzet van de discretionaire bevoegdheid is – door de openheid die de media daarover zelf hebben afgedwongen – stevig geconditioneerd. Asieladvocaten hebben al aangekondigd dat als dit instrument voor Mauro wordt ingezet, het ook voor hun cliënt moet gelden.

'Genade voor recht' wordt daarmee genade voor iedereen. Dat maakt, dat nog beter gemotiveerd moet worden waarom de minister dit instrument toepast.

Door Gerd Leers, minister van Immigratie en Asiel.