Volledig scherm
PREMIUM
© Thinkstock

Nee, dan een kat

ColumnEen vriendje van de kleuter wil een hamster. Ik heb het zijn moeder sterk afgeraden. Een toestand hoor, zo’n knaagdier, qua kooi schoonmaken en zo. En je hebt er niks aan want overdag slapen ze en binnen een paar jaar zijn ze dood. Met alle kindertranen met tuiten en schoenendozen als lijkkistjes van dien.

Nee, dan een kat. Zei ik tegen de moeder in kwestie. Kan wel twintig worden en doet grotendeels z’n eigen, om het maar eens op z’n Brabants te zeggen. Neem nou onze Willem. Goed, ik heb maarliefst honderd euro voor ’m betaald. Honderd euro voor een heel gewoon rood katertje zonder belangwekkende voorouders van adel. Maar hij keek me vanaf Marktplaats zo schrander aan dat ik hem per se wilde hebben en niet eens een poging heb gedaan af te dingen. Trouwens, vrienden van ons betaalden ettelijke honderden euro’s voor een schitterend mooi antiallergisch rasexemplaar. De fokster belde laatst aan voor een onverwachte inspectie en naar buiten mag hij alleen aan een riempje. Al begrijp ik dat laatste ook wel. Ettelijke honderden euro’s in zijn eentje op sjouw over schuttingen, door tuintjes en nabij drukke wegen; daar zou ik persoonlijk ook onrustig van worden